Uit de Pers.
Van de Hervormde Synode.
Ds. Gispen schrijft in een Brief aan een Vriend, te Jeruzalem :
«Te midden van alle groote gebeuitenissen op het wereldtooneel, vergadert in Den Haag de Algemeene Synode van de Hervormde Kerk. Uit het verslag van een harer laatste zittingen blijkt, dat Ds, J. P. Pauwe en vier kerkeraadsleden te Bennekom «wegens verzuim in de uitoefening van hun bediening» uit hun ambt zijn ontslagen bij vonnis van het Provinciaal Kerkbestuur van Gelderland. Dat «verzuim» is, gelijk gij weet, dat ze de inschrijving van moderne lidmaten niet erkend hebben. Zou de Koning der Kerk, Jezus Christus, ook dit niet-inschrijven als een «verzuim» rekenen, of zou Hij, die de getrouwe Getuige is, de Alfa en de Omega, dit «verzuim» der Bennekomsche broeders-als trouw aan Hem en Zijne Koninklijke ordinantiën aanmerken? Welk een droeven moed hebben toch de meestal «orthodoxe» leden van het Provinciaal Kerkbestuur in Gelderland. En de Synode nam van dat vonnis, gelijk de term luidt «kennis».
Deze houding wordt in dezelfde zitting getypeerd door het met algemeene stemmen aannemen van een afwijzend advies op een voorstel van den Hervormden Kerkeraad van Delft. Die Delftsche Kerkeraad bestaat wel uit naïeve menschen! Stel u voor, wat ze van de Synode begeerden. Ze wilden dat werd voorgeschreven, dat de Kerkelijke Hoogleeraren, die door de Synode worden benoemd, hun onderwijs zouden geven en in alles inrichten «overeenkomstig de beginselen en het karakter der Ned. Herv. Kerk, kenbaar uit haar belijdenisschriften! Neen maar, nu was Holland in last! Hoogleeraren gebonden aan de belijdenisschriften! Had de Synode zich niet steeds ontljpuden van eenige nadere bepaling of verklaring van de leer ? Waren er ooit klachten over die kerkelijke hoogleeraren ingekomen ? En ge begrijpt dat twee moderne Kerkelijke Hoogleeraren, ter Synode aanwezig, zich lieten gelden. Edele verontwaardiging was hen aan te zien over zulk een snood voorstel — en ze hielden een welsprekend betoog over de gevaren der gebondenheid en de schoonheid der vrijheid, door en in de kerk te handhaven.
Och, wat zijn er toch naïeve broeders in de Hervormde Kerk, die meenen haar te kunnen reorganiseeren. Beginnen ze van beneden gelijk Bennekom, met het weigeren van moderne leden, dan worden ze ontzet uit hun ambt wegens verzuim in de uitoefening van hun bediening. Beginnen ze van boven bij de Kerkelijke Hoogleeraren, dan wordt zelfs zonder hoofdelijke stemming besloten het voorstel te verwerpen. Is het dan niet iets onbegrijpelijks, dat er nog goede Gereformeerde menschen zijn, die hopen op "en zelfs gelooven aan een herstel van de oude Vaderlandsche Kerk?
Wij achten ons gelukkig, dat er zoo de Heere wil, spoedig een andere Haagsche Synode samenkomt, waarvan alle leden instemming betuigen met de Gereformeerde belijdenisschriften. Wel zijn we klein in getal, zelfs in ons eigen land en gevoelen we ons als een geheel verdwijnend hoopske in de wereld, die nu overal in de heftigste beroering is. Doch dit deert ons niet. We hebben in de laatste dagen gezien : wat het beteekent te vluchten, alles achter te laten om het leven te redden. Laten velen leeren mogen zoo te vluchten tot den Heere Jezus. En wie tot Hem de toevlucht genomen heeft, heeft een sterke vertroosting in de onverandelijke dingen van Gods Verbond en Gods belofte!
Zij deze vertroosting thans veler deel!
Prof. Bouman van Kampen schrijft in „De Bazuin"
Toch iets.
Toeh iets. Er is door de Hervormde Synode toch iets gedaan om aan de bandelooze willekeur een einde te maken. Ten minste op één punt.
Zooals wel te voorzien was kon de wensch van velen om in art. 19 van het Reglement op het Godsdienst onderwijs en in art. 27 van het Reglement op het examen in te voegen achter de woorden hier te lande : (zoals die gekend worden uit hare belijdenisschriften.) en achter de woorden: <.Jezus Christus> : «.overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking, niet worden vervuld. Ware het aangenomen dan zouden de candidaten voor 't vervolg moeten beloven : «Wij ondergeteekenden .... beloven, dat wij .... trouw zullen werkzaam zijn om overeenkomstig de beginselen en het karakter van de Hervormde kerk hier te lande, zooals die gekend worden uit hare belijdenisschriften, het evangelie van Jezus Christus, overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking, te onderwijzen en te verkondigen, enz. Dit voorstel werd met 11 tegen 8 stemmen verworpen. De meerderheid wilde het met de vrijheid wagen, zooals het heette, en den predikant niet den band van de belijdenis aanleggen.
Toch deed de Synode iets. Er was namelijk ingekomen een voorstel van Ds. Lütge c. s., om uit Art. 39 van het Reglement op het godsdienstonderwijs te laten vervallen de woorden: althans wat betreft den geest en de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte. Dit voorstel werd aangenomen, zoodat bij de openbare belijdenis van lidmaten de predikanten voor het vervolg zich moeten houden aan de letter der vragen.'
Wat is de Synode toch bang voor de Gereformeerde belijdenis, die zooals het heet nog altoos de belijdenis der Ned. Herv. Kerk is. En zulk een Synode heet nog wel een orthodoxe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's