Financiën.
Wonderlijk zijn des Heeren wegen! moest ik uitroepen, toen ik Zaterdag een bericht ontving van Ds. Goslinga te Utrecht, dat ten zijnen huize was ontvangen een brief met
DUIZEND GULDEN
voor het Leerstoelfonds van Gebrs H. te Leiden, naar ik meen dezelfde heeren, die ons het vorig jaar drieduizend gulden zonden. Duizend gulden, lezers, welk een som! Ik herinnerde u de vorige week aan de eerste duizend gulden, die ik op 4 November 1910 ontving, en welk een buitengewone verrassing dit voor ons was. Wij hoopten daarbij dat zich dat nog eens mocht herhalen, en ziet, nauwelijks is Vrijdagavond dit onder de oogen van de lezers gekomen of Zaterdagavond had ik reeds bericht dat de duizend gulden er al waren.
Een mensch wordt klein onder zulke dingen en men vraagt: Heere, hoe kan het bestaan dat Gij ons zoo kennelijk zegent? Wij, die toch ook moeten bekennen dat wij Uw Woord niet ten allen tijde zoo op prijs stellen als we moesten en onszelven dikwijls moeten beschuldigen dat ons hart met geheel andere begeerten is vervuld!
Ja, als wij nagaan hoe in de laatste jaren ons Leerstoelfonds is gezegend, dan kunnen wij niet anders dan gelooven dat de Heere nog groote dingen voor de verkondiging van Zijn Waarheid door het Leerstoelfonds zal tot stand brengen, en dan wordt onze liefde voor de Kerk onzer Vaderen er door verdubbeld. Dan worden wij er in bevestigd dat de Heere haar nog niet heeft verlaten en wordt de hoop verlevendigd, dat Zijn Woord daar nog weder het hoogste woord zal hebben en de belijdenis nog weder in eere zal komen. Wie Gebrs H. te Leiden zijn, wij weten het niet, zij zijn ons onbekend. Maar het is een niet genoeg te waardeeren feit dat de Heere ons nog mannen heeft gegeven, die zelfs in dezen bijzonderen tijd tot zulke groote offers bereid zijn. Die willen medewerken in den weg van een Gereformeerde opleiding onzer predikanten, tot oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepen val en tot weder verkrijging van haar plaats in het midden van ons volk.
Den Heere zij daarvoor alle dank en eere. Wij dalen af van duizend gulden op één gulden. Een groot verschil, nietwaar? Zeker.
Toch is dit ook een belangrijke gift. Uit het schrijven, verzonden uit Oude Tonge, meen ik te moeten opmaken dat deze zilverbon van f 1 is gezonden door een zekeren P in Oost-Indie, die de Waarheidsvriend leest. Welnu, als zoo iemand, die, hetgeen wij wel mogen veronderstellen, zich aldaar nu juist niet in Oostersche weelde zal baden, zich gedrongen gevoelt, zoodanig met ons medeleeft, dat hij ons deze zilverbon voor het Leerstoelfonds zendt, dan is ook dat in onze oogen een groote gift, waarvoor wij hartelijk danken. Dat is een eerste gift uit dat verre land. Mogelijk volgen er nog meer, want ik weet dat de Waarheidsvriend daar op nog andere plaatsen wordt gelezen.
Wij gaan verder:
Wezep (Geld.) door Ds. H. A. de Geus f5 namens den Kerkeraad der Ned. Herv. Kerk uit het fonds voor Inw. Zending bij gelegenheid dat Ds. A. M. den Oudsten van Monster aldaar een spreekbeurt vervulde.
Harderwijk door Ds. J. J. van Ingen fl,11 zijnde gecollecteerd op Zondag 8 Nov.
Schoonhoven door Ds. D. Boonstra f 1 van een Waarheids vriend en f 2.50 van N. N., gevonden in de brievenbus van ZWEw.
Schoonhoven van N. N. f 2.50 als dank voor het aanblijven van Ds. Boonstra te dezer plaatse. „Hij hoopte", schreef hij er bij, „dat wij onzen geliefden leeraar nog lang in ons midden zullen houden om met blijmoedigheid Gods Woord in al zijn rijkdom te mogen verkondigen. Mogelijk zijn er in Schoonhoven nog meer, die u hierom iets willen zenden, daar ik weet dat u voor dankoffers veel gevoelt." Nu, dat kan ik niet tegenspreken!
Delft van J. A. Hordijk, penningm. der Afdeeling, f 15.35, zijnde de opbrengst der collecte bij gelegenheid van een spreekbeurt van Ds. P. v. Toorn te Rotterdam, gehouden in Philalethes.
Voorts ontving ik nog uit Vlissingen, van den secretaris der Afdeeling, 9 namen van nieuwe leden, en uit Mijdrecht van twee abonné's, waarmede ik tevens aan het eind van mijn mededeeling ben voor deze week.
Met dank aan Hem, die de harten neigt als waterbeken, die spreekt en het is er, die gebiedt en het staat er, die alle dingen regeert door het Woord Zijner kracht. Hem zij ook hiervoor alle lof en aanbidding.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, Apeldoornsche weg 188.
Correspondentie. Ontvangen schrijven van B. te U. en van P. te K. te laat voor dit nummer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 1914
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's