De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus.

2 minuten leestijd

VRAAG. Is er ook een tijd gesteld, wanneer een vacature moet vervuld wezen, ontstaan in den Kerkeraad, hetzij door overlijden of door vertrek naar elders ?

ANTWOORD. De gewone regel is, dat zulk een vacture wordt aangevuld tegelijk met de verkiezing die plaats heeft bij de gewone aftreding der broeders ouderlingen of diakenen.

Stel dus, dat er 4 ouderlingen en 4 diakenen zijn; en stel dat de kerkeraadsleden voor 4 jaar gekozen worden, dan is de gewone gang van zaken: in 1911 en 1915 treed ouderling A en diaken A af. in 1912 en 1916 ouderling B en diaken B. in 1913 en 1917 ouderling C en diaken C. in 1914 en 1918 ouderling D en diaken D.

Gaat nu ouderling C tusschentijds weg, dan heeft in 1914 de verkiezing plaats in de vacature van ouderling D (periodiek aftredend) en in de vacature van diaken D (periodiek aftredend) en inde vacature van ouderling C (vertrokken). Die dan gekozen wordt in de vacature van ouderling D of diaken D (die zelf gewoonlijk terstond herkiesbaar zijn) die wordt gekozen voor vier jaar (aftr. 1918), maar die gekozen wordt in de vacature van ouderling C (vertrokken) die moet in 1917 aftreden en wordt dus benoemd voor drie jaar.

Maar als er een predikants-vacature is, in een gemeente van niet meer dan éen predikant — dan wordt alles anders.

Want als begin 1914 de predikants-vacature is ingegaan, dan heeft de gewone verkiezing van ouderlingen en diakenen (in October 1914 vallend, zullen we maar eens veronderstellen) niet plaats, omdat de gewone jaarlijksche aftreding dan niet plaats heeft.

En dat is ook zoo in het jaar 1915 want art. 11 van het Synodaal Reglement voor de Kerkeraden zegt: «In gemeenten van niet meer dan één predikant blijft tijdens de vacature het personeel der Kerkeraadsleden onveranderd, tenzij de vacature twee jaren geduurd hebben."

En dan kan het met een tusschentijdsche vacature ook wel zoo gaan, dat de Kerkeraad er mee wacht om die plaats aan te vullen, tot de gewone verkiezing weer plaats heeft — en dus eind 1916.

Evenwel kan ook in het Plaatselijk Reglement dienaangaande iets bepaald zijn, dst den Kerkeraad noodzaakt om de opengevallen plaats dan wel te doen aanvullen.

Gij ziet — over bizonderheden kunnen we ons niet uitlaten, omdat we het Plaatselijk Reglement Uwer gemeente niet tot onze beschikking hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Vragenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1914

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's