1 Januari 1915.
Heb ik niet gehoord, dat men in Engeland, niet den eersten dag, maar toch den eersten Koningsdag van 1915 tot biddag heeft geordonneerd? 't Was meer dan ooit noodig om dit jaar biddende te mogen aanvangen om het dankende te mogen eindigen. Wat is het donker rondom en de vraag: Wachter, wat is er van den nacht? wordt denkelijk op dezen 1 Jan. bizonder vaak gedaan.
De laatste weken, de laatste dagen van het vorige jaar is veelvuldig de vraag opgerezen : hoe lange nog oorlog ? en die andere: wanneer zal 't vrede zijn onder de volkeren van Europa, over heel de wereld?
Met gedachten van kommer vol en woorden vol bezorgdheid vestigt zich de aandacht op den ontzettenden oorlog, en wij ook gedenken aan de volkeren in krijg, aan bloed en tranen, al vergeten we niet 's Heeren onbegrensd goedheid, waardoor Nederland, tusschen de oorlogsvlammen in, nog in vrede ligt.
De verzuchting: „Ach, ware het vrede!" is uit veler harten opgeklommen; en in den zegen, dien men wenscht voor dezen tijdkring, begrijpt men alomme den vrede onder de natiën, opdat welvaren keere in de maatschappij.
' Wij doen mede alle deze dingen te begeeren, doch willen niet uit 't oog verliezen, dat de volkeren daarmee niet gered, niet gebaat wellicht zijn, indien zij niet in de eerste plaats den Heere komen te zoeken, en in ware vernedering des harten vrede met Hem begeeren.
In een heel oud boek staat: „verkoos hij (nl. Israels volk) nieuwe goden, dan was er krijg in de poorten", en daarin is voor Christenvolken een beginsel uitgesproken, waarop naarstig dient gelet. Daar isongefondeerde, onbetrouwbare vrede en de meeste vredesverdragen droegen reeds de kiemen van nieuwe oorlogen in zich.
Dat de Heere Zijnen arm verheffe, opdat ieen goede vrede den volkeren toekome, in den weg der erkentenis van 's Heeren rechtvaardigheid en het inroepen Zijner goedertierenheid; het zal wel uitkomen met landen en volken, als ze (Ps. 106) „roepen tot den Heere in de benauwdheid, die ze hebben, want dan redt Hij ze wel uit hunne angsten " Uiterste nooden brengen den Heere de meeste eere. De Heere werkt wonderlijk Zijne gouddraden in, in de geschiedenis der natiën en zit ook thans in het regiment. Eên heerscht.
Wij wenschen de pogingen van anti-oorlogsraad e. d. niet te misprijzen, doch zal al die arbeid niet op teleurstelling uitloopen, dan is noodig om den oorlog tegen den God des hemels te zien, op de gevolgen van dien oorlog te letten, en vrede met den Heere te zoeken. In vorige tijden is het voorgekomen, dat Engeland met Frankrijk krijg voerde.
De Franschen drongen de Engelschen terug en een veldheer, die zich had overgegeven, werd, toen hij, na 't sluiten van den vrede, terug zou keeren, spottend gevraagd door een Fransch hoofdofficier: wanneer zult gij terugkeeren? De Engelsche veldheer antwoordde: Als uwe zonden meerder geworden zijn dan de onze. Dat was erg ouderwetsch. Kom, wat zou er verband zijn tusschen volkszonden en oorlogen!? I Gij, mijn lezer, zijt immers nog ouderwetsch genoeg om wel te gelooven, dat Gods oordeelen tot achtergrond hebben de zonden des volks.
De Heere, die vruchtbare velden tot zoute gronden stelt wegens de ongerechtigheid van de inwoners, heeft Zijn stem uitgebracht en brengt die uit in allerlei tegenheên. In bange tijden heeft ons volk den Heere gezocht - Hem eerst! - en is uitgeholpen. Ook particuliere personen leerden strijden in de binnenkamers en wonnen het pleit. Op een der penningen, geslagen in de 16e eeuw, stond: Op de knieën! En niettegenstaande den spotlach der groote menigte, wordt nog 't advies gegeven: Op de knieën, o volk! Daar is alle reden voor.
Enkele jaren geleden schreef iemand met diepen blik: „De weeën, die in hoogere en lagere standen den naderenden val van het Romeinsche rijk voorspelden, beginnen één voor één in onze uit haar verband gerukte maatschappij op te komen." Onder de volkeren staat het niet gunstiger dan bij ons-. Godverzaking en brooddronkenheid, driest ongeloof en lichtzinnigheid nemen toe en 't staat te vreezen, dat het geestelijk en zedelijk nadeel aan ons volk berokkend in verwildering en verslapping, grooter zal worden dan de stoffelijke nadeelen. 't Is donker rondom. Met ons en alle volk moet het onder den Heere buigen en „aandachtiglijk" naar Hem hooren, welke de weg des vredes is, van dien vrede, die tevens de wortel is van den nationalen vrede en van alle welvaart. Gerechtigheid verhoogt een volk.
Bij den Heere zijn uitkomsten. Eene rechte resolutie is ook op den 1 Jan. die van den dichter van den 91en Psalm: Ik zal tot den Heere zeggen: mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wien ik vertrouw.
Zalig allen, die alzoo mogen spreken. Dan is er veilige schutse, dan een goed heenkomen in nood en dood; en als dan 't geloof dadelijk zich oefenen mag en een volk op den Heere mag steunen, dan komt het thans zoowel als in de eeuw van Hizkia of Josaphat goed uit. Groot is de getrouwheid des Heeren in het vervullen Zijner toezeggingen; en de moeilijke omstandigheden, waaruit Hij redde, zijn zeer, zeer vele.
Ook in dit jaar, als een eeuw geleden, weet de Heere God Zijne weldadigheid groot te maken, in 't midden van een volk, en bij eene ziele, die in vrijmoedigheid tot Hein mag spreken, om Zijne algenoegzame genade en rijke hulp. , Met den Heere is er doorkomen aan én in Hem zijn alle gronden van goede hope voor een arm volk. Wie weet, Hij mocht zich wenden en „om het kermen der ellendigen" (Ps. 12) opstaan ter hulpe. Zij dit jaar, onder zoo donkere wolken van kruitdamp en verwoesting en ernstige bekommernis aangevangen, een jaar van rijken zegen, zoodat velen het bij Hem leeren zoeken, en in vrijmoedigheid mogen besluiten: Ik zal tot den Heere zeggen: mijn toevlucht, mijn burcht, mijn God, op Wien ik betrouwe.
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's