Staat en Maatschappij.
Twee beslissingen.
In de Tweede Kamer zijn onlangs een paar beslissingen genomen, die voor den zorg der geestelijke behoeften van de mijnwerkers en het vlootvolk beteekenis hebben.
De eerste betreft de vraag of er door het Staatsmijnbedrijf in Zuid-Limburg uit de middelen uit dit bedrijf subsidiën zullen gegeven worden aan de Kerkgenootschappen.
subsOp deze vraag kwam in Juni van het vorig jj, ar een antwoord in ontkennenden zin. Sinds verscheidene jaren waren uit de mijnmiddelen subsidiën verleend, doch zonder dat de Kamer — doch dat behoefde ook niet — er in gekend was geworden. Minister Treüb wilde dien toestand niet bestendigen en wenschte een uitspraak van de Kamer. Gelijk wij destijds onze lezers mededeelden, besloot de Kamer met een geringe meerderheid van stemmen — het ging daarbij links tegen rechts, de subsidiën niet meer te verleenen.
Op die beeliesing is men thans teruggekomen. Een groot aantal vrijzinnigen verklaarden bij monde van enkele hunner, dat de zaak in Juni niet voldoende was overdacht en dat er toen bij de besprekingen misverstand was ontstaan. Op een 13 tal stemmen na werd dan ook de post goedgekeurd, zoodat de Kerkgenootschappen weer in het bezit der subsidiën zullen komen.
De tweede beslissing betreft de regeling der geestelijke verzorging van de Marine te den Helder.
Tot nog toe was de regeling zoo, dat èn aan de Nationale Christen Officieren Vereeniging èn aan de vereeniging voor geestelijken bijstand een subsidie werd verleend om in de geestelijke behoeften van het marinepersoneel te voorzien.
Naast de rechtzinnige predikant, benoemd door eerstgenoemde vereeniging stond de vrijzinnige predikant, die door de laatste corporatie was aangesteld.
Reeds geruimen tijd was de Synode der Ned. Herv. Kerk met den modernen Kerkeraad in den Helder in onderhandeling om te trachten de geestelgke verzorging in Kerkelijke banen te leiden. Toen dit in het najaar gelukte, waarbij overeengekomen werd, dat zoo het Rijk bereid was de tractementen der predikanten voor zijn rekening te nemen, de Kerkeraad de predikanten zou beroepen, leidde dit tot een voorstel in de Kamer, Met de overweging dat het hier geen nieuwe zaak gold, maar dat over het beginsel reeds vroeger was beslist, vereenigde de Kamer zich met 46 tegen 14 stemmen met het voorstel.
Naast de drie moderne predikanten die den Helder reeds heeft, zullen binnenkort dus nu nog twee andere beroepen worden n.l. één rechtzinnige en één moderne.
De oplossing moge de moeilijkheden in den Helder wegnemen, althans zooals men hoopt, maar fraai vinden wij haar niet. De drie moderne predikanten vertegenwoordigen naar onze meening reeds op voldoende wijze de vrijzinnigheid, zoodat de vierde best kon gemist worden.
Hoe het nu voortaan met de geestelijke verzorging van het marinepersoneel gaan zal en of de rechtzinnige predikant, die thans werkzaam is, even vrij zal zijn thans, als wanneer hij tot de kerkelijke gemeente van den Helder zal gaan behooren. Het antwoord op die vragen zal wel spoedig volgen.
Christiaan de Wet.
Ondanks de geweldige gebeurtenissen welke op het Oostelijk-en Westelijk oorlogsfront plaats grijpen, gaan de gedachten van velen over deze fronten naar Zuid-Afrika waar Christiaan de Wet, na tot het uiterst gestreden te hebben, thans zich in gevangenschap bevindt.
Men herinnert zich het tragische geval. Zuid-Afrika had na den Boerenoorlog een eigen zelfstandig parlementair bestuur gekregen. Als Eerste Minister van de Regeering trad Louis Botha op, wien verweten werd aan het Engelsch-Afrikaansche element te veel overwicht te schenken.
Het Zuid-Afrikaansche volk splitste zich in twee deelen, het eene gedeelte ging met Botha mede, het andere met de Wet. Zoo smeulde het vuur sinds eenigen tijd, totdat de oorlog de vlam deed oplaaien. Het was de partij van den Eersten Minister, de regeeringsparty, welke aan de zijde staande van Engeland, besloot om de door de burgers samengestelde burgermacht te gebruiken tegen „Duitsch Zuid-West".
Het parlement keurde dit besluit goed en zoo werd het verdedigingsleger in actie gebracht om in de Duitsche Kolonie ten noorden van Zuid-Afrika binnen te vallen.
Tegen deze handelwijze kwam de Wet en met hem nog andere Boerenaanvoerders als Beijers, Maritz enz. in verzet. Zij namen de wapenen op, doch verklaarden nadrukkelijk, en dit blijkt duidelijk uit de proclamatie, welke zij op 28 October tot de Burgers richtten, dat zij niet streden tegen Groot-Brittannië, doch tegen de eigen Unie-regeering en wel omdat men niet tegen Duitsch Z.-W. Afrika wilde optrekken.
Blijkt nu uit het optreden van de Wet en die hem volgden, dat wij hier met het gewapend verzet tegen de Engelsche regeering te doen hebben? Voor zooverre de feiten openbaar zijn geworden, meenen wij van niet. De strijdmacht, die in Zuid-Afrika gevormd was, dient toch alleenlijk tot verdediging van het grondgebied en niet om buiten de Kolonie aanvallend op te treden.
Zoo ontbrandde dan de strijd. En zij die eenmaal naast elkander stonden toen het ging om de vrijheid der twee republieken en voor die vrijheid eendrachtig goed en bloed offerden, waren thans in twee kampen verdeeld. Het droeve einde, dat zoo diep tragisch is, kennen wij, Beyers kwam om het leven en Christiaan de Wet in de gevangenis.
Thans staat de gevangene de Wet tegenover de Eerste Minister Botha, de beide helden van het jaar 1900. — Ziedaar het feit dat ook bij ons velen tot droefheid stemt.
Wat zal het einde zijn? Welk lot zal Christiaan de Wet wachten, de man die zich voor zijn God steeds klein wist en die in zijn oproep tot de Burgers als het eenig doel van zijn verzet aangaf, de eere van God en het heil van Volk en Vaderland,
Op de rebellie staat de doodstraf. Fourié ging reeds moedig en geloovend de terechtstelling tegemoet. Zal ook de Wet dien gang moeten maken?
Het deed ongetwijfeld het hart van ons volk goed, toen dezer dagen de Nederlandsch Zuid-Afrikaansche Vereeniging een telegram naar Minister Botha zond, waarin aangedrongen werd op grootmoedige behandeling van de Wet en zijne makkers.
Moge deze bede uit Nederland in het oud-Transvaal weerklank vinden, en er deernis zijn met het lot van dien edelen zoon uit den heldenstam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's