Allerlei.
Ik hoef niet te bidden.
„Toe moeder, laten we nog een heel klein poosje op mogen blijven" smeekte zus met haar zangerig, hoog stemmetje, terwijl zij op de canapé heen en weer danste en haar mollige armen naar moeder uitstrekte, „een héél klein poosje nog." „Neen kindje, heusch niet; je moet nu meegaan, want Leo moet na, jou ook nog in 't bad." „Toe moesje, Leo wil wel een poosje wachten!" hield het kleine ding aan, en toen zij zag dat moeder vast besloten was haar wil door te zetten, keek de kleine diplomaat naar vader, die lui op den divan lag te lezen: „Hé, pappie, zeg u, dat het mag, een poosje maar." „Tien minuten dan, poes I" zei de kapitein, die zijn kinderen niet graag iets weigerde. „Tien minuten is meer dan genoeg, " merkte moeder met een zucht op. „Je móet je gebedje nog opzeggen, zus." „Mam" zei Leo ploseling opkijkend van zijn kleurplaten, „als ik groot ben, hoef ik niet meer te bidden, hé ? " „Ja zeker, jongen, " antwoordde moeder, „hoe ouder je wordt, hoe meer je voelt dat het leven eigenlijk eén gebed moet wezen, éen samen zijn met God." „Zoo!" zei Leo ongeloovig, „en waarom bidt vader dan nooit? Toch omdat hij een groote man is. Pappie kan 't zelf wel, hé vader? " en Leo keek vol vertrouwen zijn vader aan, „Vader bidt oók niet, zus bidt oók niet" echode kleine zus. Moeder keek even naar vader, om te zien welken indruk dat kinderlijk gebabbel op hem maakte. Ze zag hoe hij op zijn snor beet; ze kende die beweging zoo goed: zoo deed hij altijd, als hem iets hinderde en onwillekeurig daardoor geprikkeld, schelde ze kort en driftig om de kinderjuffrouw. Maar Leo had een van zijn hardnekkige buien; hij ging voor vader staan en vroeg: „Hé vader, als ik groot ben, hoef ik ook niet meer te bidden, net als u? "
De kapitein schoof zijn jongen op zij en liep met groote passen de kamer door. Bij de canapé pakte hij kleine zus beet, en zwaaide de dikzak hoog de lucht in, terwijl zus het uitkraaide van plezier.
De onnoozele vraag had doel getroffen. Kapitein Laxelles bad nooit, thuis niet, in de binnenkamer niet, in de Kerk niet. Moeder had haar kinderen geleerd God te danken voor al het goede, dat ze in hun jong, zorgeloos leven genoten, maar nooit waren de kinderen door vader daartoe aangezet.
Nooit nog was het tot den kapitein doorgedrongen, welk eén wonderlijken indruk zijn houding op de kleinen moest maken; het was niet in hem opgekomen, dat hierdoor twijfel gewekt moest worden in het kindergemoed aan wat moeder leerde, zoowel als aan wat vader deed. Hij had eenvoudig de godsdienstige opvoeding aan zijn vrouw toevertrouwd, in de hoop, zooals hij zorgeloosluchtig aanvoerde, dat ze beter zouden opgroeien dan hun vader.
Maar nu stond hij daar voor iets nieuws. De woorden van Leo waren een openbaring voor hem geweest van wat daar leeft en vraagt en vorscht in een kinderziel. Daar was toch eigenlijk twijfel geweest aan moeders lessen, twijfel aan het gebed. En dien avond laat, na veel gepeinsd te hebben, besloot de kapitein dien avond te maken tot een keerpunt in zijn leven, dat met Gods hulp zóo worden moest, dat hij niet beschaamd behoefde te worden, als zijn kinderen later wilden doen als vader deed.
De kans keerde niet opeens. Langzaam drong hij binnen in het rijk der geestelijke wereld en raakte hij in de intieme gesprekken van moeder en kinderen, praatte hij en vooral leerde hij mee met de kleinen de lessen, zooals een moeder die geven kan als ze met haar jongens binnen wil gaan in het Koninkrijk Gods.
Staat gij, lezer, uw kinderen misschien ook in den weg om te komen tot het Koninkrijk der hemelen?
Keer dan terug, ter wille van uzelf ên van de uwen. (Overgen. uit Geill. Volksblad.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's