Psalm CXXXVIII.
Uit 's harten grond zing ik U lof; U zal mijn harpspel prijzen; aan 't hoofd der goón, in 't Tempelhof zal ik U dank bewijzen. Daar neergeknield, loof ik Uw Naam Om Uw genade en trouwe saam,
Want heerlijk hebt Ge Uw roem vermeerd, vervullende Uw beloven: toen ik Uw bijstand had begeerd en smeekte om heil van Boven, toen hebt Gij mij de ziel verkwikt en moed en levenskracht beschikt.
De vorsten over 't wereldrond, die Uw beloften hoorden, zij doen, o Heere, Uw grootheid kond met lof-en dankakkoorden. Hun lied verheft Uw wijs beleid, want groot is 's Heeren heerlijkheid.
De Heere is groot: genadig slaan Zijn oogen d' eenvoud gade; Hij kent van ver der trotschen waan, die spot met Zijn genade. Word ik benauwd door tegenspoed, Gij staalt mijn kracht en sterkt mijn moed.
Het is Uw arm, die steunt en schraagt. Uw hand, die mij verdedigt, Waar ooit de vijand mij belaagt, belastert of beleedigt; Uw rechterhand houdt Ge uitgestrekt. Die mij voor 's vijands toorn bedekt.
De Heer', die mij ter hulpe kwam te midden der ellenden, zal 't werk, dat Hij ter bande nam, gewis voor mij volenden. Uw goedheid kent geen grenzen, Heer'; och, leg Uw handenwerk niet neer!
H. 1914.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's