Niet ver!
Marc. 10:17—23.
Gij zijt „niet ver" van 't Godsrijk; neen, maar nochtans niet er in; gij koost het smalle pad alleen, gij bleeft aan zijn begin.
En als dan straks uw doodsuur slaat, reeds morgen, heden al, of dan, te vroeg en toch te laat, 't „niet ver" u baten zal?
„Niet ver"; neen, nog een oogenblik. Wat talmens her en der; bijna, nabij en toch — o schrik! — er buiten, schoon „niet ver."
Gij zijt „niet ver" van 't Godsrijk, maar Gij komt er evenmin als dat uw afstand eindloos waar'; uw redding ligt „er in".
„Niet ver", nabij; o droevig woordI Haast zalig! — Satan lacht! Zeg, hebt gij dan nog nooit gehoord Wat Jezus daarvan dacht?
Gij zijt beminlijk; ja, bemind door Christus-zelf; een ding ontbreekt u slechts. Och, zoek en vind dat ééne, sterveling!
Vergaan in 't zicht der haven? ! Nog één handbreed slechts te vroeg. Het scheelde een iets, een niets en toch — „niet ver, niet ver genoeg!"
„Niet ver!" — 't Is troost den Duivel waard. „Niet ver" — Bedenk het wel: de Hemel ligt „niet ver" van de aard, maar „niet ver" óók de hel!
H. 2 Jan. 1915.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's