De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Belangrijk.

Van meer dan eén zijde wordt onder de moderen uitgesproken, dat in de kwestie van art. 39 Regl. godsd, onderwijs (de belijdenis-vragen) voor hen véél staat beslist te worden.

Zoo schrijft Ds. Bakker in de Hervorming, dat, men zich wél bewust moet zijn, dat het nu er omgaat „of onze Kerk zich in confessioneele of anti-confessioneele richting zal ontwikkelen"

En Ds. Eilerts de Haan te Heiloo (lid van de Synode) sprak op de Prov. vergadering van Vrijzinnige-Hervormden in N.-Holland ongeveer in denzelfden geest, toen hij zeide: „de kwestie der belijdenisvragen is een ernstige kwestie. Het gaat hier niet om een woord, maar om een wijziging in het Kerkbegrip. Worden de woorden „geest en hoofdzaak" geschrapt, dan is de Ned. Herv. Kerk een confessioneel lichaam geworden."

De moderne heeren, die zoo spreken en schrijven vergissen zich natuurlijk als ze hiermee willen beweren, dat de Ned. Herv. Kerk nu niet confessioneel is; d.w.z. er nu geen bepaalde belijdenis op na houdt, nu niet een belijdende Kerk is.

Want dat is onze Ned. Herv. Kerk wél. Officieel wordt nog altoos uitgesproken en is wettig gereglementeerd, dat de Herv. Kerk in dezen lande er een „leer" op nahoudt en dat die leer moet worden geëerbiedigd, verbreid en gehandhaafd.

In geest en hoofdzaak mag men dan ook van die leer niet afwijken.

In zooverre vergissen de moderne heeren zich dus.

En men maakt zich nog steeds aan belachelijke arrogantie schuldig als men met Dr. Niemeijer heel eigenwijs uitroept: „onze Herv. Kerk een belijdenis? — zij heeft er geenl"

Gereformeerden, Confessioneelen, Ethischen staan hierin naast elkander om te getuigen, dat de Ned. Herv. Kerk wél een bepaalde belijdenis heeft aangaande den Christus Gods. Waarbij J. R. in „de Nederlandsche Kerkbode" van 9 Jan. '15 schrqft „de dag waarop onze Nederl. Herv. Kerk officieel krachtens hare vertegenwoordiging voor „confessieloos" zou worden verklaard, zou voor ons de dag zijn, waarop die Kerk als zoodanig ophoudt te bestaan; terwijl dan een vereeniging „tot Nut van 't algemeen" in hare plaats zou zijn opgericht."

Hierin vergissen de moderne heeren zich dus leelijk — 't zij bewust of onbewust.

Onze Herv. Kerk is een confessioneèle Kerk, d.w.z. een belijdende Kerk.

Maar in de kwestie van art. 39 Regl. Godsd. onderwijs gaat het hierom: in de belijdende Herv. Kerk zijn in de reglementen mazen, die het mogelijk maken, dat in een belijdende Kerk ook predikanten en lidmaten leven, spreken en handelen, die niets van de belijdenis der kerk moeten hebben.

Die mazen zijn er in gemaakt onder dé leuze een weinig meer vrijheid te geven in de formuleeringen — waarbij, zooals men plechtig verklaarde, de belijdenis der Kerk ongeschonden zou blijven in geest en hoofdzaak.

En in zooverre is het al of niet schrappen van de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak" voor ons een kwestie van meer of minder — en volstrekt niet een kwestie van zijn of niet-zijn.

Met of zonder die woorden is en blijft de Herv. Kerk een belijdende Kerk, wier leer moet worden geëerbeidigd, verbreid, verdedigd en gehandhaafd door ieder van hare lidmaten, vooral door allen, die in de onderscheidene besturen zitten.

In zooverre — en wij constateeren dit met nadruk, vóór er een officieele en definitieve beslissing in zake art. 39 Regl. Godsd. onderwijs is gevallen — verandert er voor ons door de schrapping of met schrapping der bekende zinsnede niets.

Maar wat we nu óok willen constateeren is dit: dat heel het voorgeven van de vrijzinnige heeren in vroeger dagen n.l. dat met de invoeging van de woorden „geest en hoofdzaak" de. Hervormde leer als zoodanig niet zou worden aangetast, doch alleen wijziging in formuleering zou worden verkregen, in den grond der zaak bedriegelijk is geweest'.

't Ging toen niet om de belijdende Herv. Kerk wat meer „rekkelijk" te maken, tegenover het streven van hen, die wat „preciesér" zijn uitgevallen.

Maar het was inderdaad te doen, om onder mooie woorden het zoover te brengen, dat de hechte grondslagen der Hervormde waarheid werden losgewoeld en omgestooten.

En natuurlijk zijn de modernen ook met de woorden „geest en hoofdzaak" daartoe niet gerechtigd.

Zij hebben het recht niet, om de belijdenis onzer kerk als zoodanig vierkant onderste boven te werpen.

Zij zijn en blijven in een belijdende Kerk aan het wezen en het bedoelen van de kerkelijke belijdenis gebonden.

En als ze, in strijd daarmee, met alle macht bezig zijn om toch de belijdende Herv. Kerk tot een confessieloos kerkgenootschap te maken, dan handelen ze als oneerlijke, onbetrouwbare menschen, die binnen de muren onzer Herv. Kerk schandelijk misbruik maken van de ter goedertrouw verleende vrijheid.

Maar juist omdat zulks nu meer en meer openbaar geworden is, dewijl zij welbewust grenzenlooze verwarring stichten door de duidelijke belijdenis der kerk b.v. aangaande Jezus Christus, den eeniggeboren Zoon, principieel aan te tasten en te wijzigen, daarom zijn we er sterk voor, dat de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak" geschrapt worden.

Daardoor wordt de Herv. Kerk niet van een Kerk zonder belijdenis tot een Kerk met een confessie gemaakt.

Neen, neen! moderne heeren, onze Herv. Kerk is een Kerk met een belijdenis, altijd geweest en ook nu.

Doch met de woorden „geest en hoofdzaak" nemen alle modernen openlijk de vrijheid om de belijdenis onzer Kerk aangaande den Christus Gods in den hartader te treffen. Zij nemen parmantig en brutaal de vrijheid, om de godheid van Christus te loochenen. En zij meenen openlijk te mogen verkondigen, dat onze Herv. Kerk confessieloos is!

En ziet, dat hindert ons geweldig. Dat geeft matelooze verwarring; dat brengt onnoemelijke schade in het midden van ons Kerkelijk leven.

Dat moet op den duur de ondergang onzer Herv. Kerk worden.

En daarom moet er een eind aan komen aan dien toestand:

lo. dus omdat het inderdaad de bedoeling van de woorden „geest en hoofdzaak" is, om in zake de belijdenis aangaande Jezus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, principieel te kunnen afwijken van de belijdenis die de Kerk van ouds in deze voorstaat.

2o. omdat deze woorden telkens misbruikt worden, om te beweren, dat in onze Herv. Kerk principieel leervrijheid bestaat en de Herv. Kerk met de daad dus confessieloos is.

Wat we ten slotte nog willen opmerken is dit: wanneer de woorden „geest en hoofdzaak" geschrapt worden blijft overigens alles precies gelijk.

Dan wordt er geen „formulierdwang" ingevoerd. Dan worden met en in die wijziging volstrekt niet de 37 artikelen van de Ned. Gel. belijdenis, de 52 Zondagsafdeelingen van den Heidelb. Catechismus of de 5 Leerregels van Dordt tegen de Remonstranten naar voren geschoven, om die woordelijk bindend te maken voor ieder en een iegelijk in de Herv. Kerk.

Alles wat in deze als een boeman door de modernen in 't midden gebracht wordt is een mom-bakkus, waarvoor alleen zij die der zake niet kundig zijn, eerbied hebben en terug schrikken.

Neen — 't éen heeft met het ander niets te maken.

Met het schrappen van de woorden „geest en hoofdzaak" wordt allen nadrukkelijk in het midden van de Herv. Kerk gezegd: er is nu lang genoeg in zake de belijdenis aangaande een drieëenig God en aangaande den Christus Gods misbruik gemaakt van de vrijheid.

Men heeft nu lang genoeg — in strijd met de bedoeling van art. 39 — de belijdenis der Kerk aangaande Vader, Zoon en H. Geest verknoeid.

Om dan in en met het schrappen van die ellendige zinsnede niets meer en niets minder uit te spreken, dan dat de Herv. Kerk als middelpunt van alles Jezus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, belijdt.

Jezus Christus — niet als naam.

Jezus Christus — niet als dogma.

Maar Jezus Christus als fundament, als hoeksteen van gansch het gebouw.

Jezus Christus als leven en vrede en zaligheid.

De Kerk als Kerk wil den Christus Gods belijden.

En de Kerk als Kerk wil niet aanzien, dat die belijdenis aangaande den Christus in het midden der Kerk verkracht wordt.

Daarom is deze kwestie van art. 39 Regl. Godsdienstonderwijs ook geen kwestie van den Geref. Bond of van de Confess. Vereeniging als zoodanig.

Maar het raakt alle Gereformeerden, Confessioneelen en Ethischen— het raakt allen die orthodox, rechtzinnig in belijdenis zijn en die van harte begeeren de vrijheid voor de Herv. Kerk om officieel en overal den Christus te belijden, als den van God gegeven Zaligmaker.

Dat de Kerk dat doet is niets abnormaals of absurds. Dat is niet iets uit de 16de eeuw. Neen! dat behoort tot haar wezen, dat is de diepste grond van haar bestaan, dat beslist over haar toekomst.

Terwijl allen die zich tegen de wijziging van art. 39 verklaren of dat doen, omdat ze de godheid van Christus loochenen; of omdat ze onverschillig, gevoelloos staan tegenover de principieele afwijking van het geloof, dat ons door de profeten en apostelen is overgeleverd.

Met formulieren-dwang heeft die wijziging van art. 39 niets te maken.

Met de brutale loochening van den Christus Gods staat het in verband, waarbij men weigert aan de Kerk het recht toe te kennen aan de belijdenis aangaande den Christus een centrale, alles beheerschende plaats toe te kennen. Voelt men onder de orthodoxen wel genoeg, dat dèt achter het drijven van de moderen zit?

Dat zij het recht ontkennen aan de Kerk, om de belijdenis aangaande den Christus Gods een centrale en alles beslissende plaats te geven in het midden van het kerkelijk leven, voor predikanten en lidmaten.?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's