De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

Den 25sten Februari hebben we allen genoteerd. En, als God het wil, gaan we allen dien dag naar Utrecht.

Onze Bondsdag.

Dan is het de Bondsdag. Dat wil zeggen, dan voelen we allen nog weer eens bizonder dat éen band ons bindt en aan dien band willen wij ons niet onttrekken.

De band der gereformeerde waarheid snoert ons vast aaneen. 'En dien band willen we niet los maken; dien band willen we vaster aantrekken.

Dan zijn we als broeders en zusters eén. En daarom, neen ! men houdt ons niet thuis.We gaan naar Utrecht.

Daar is wapenschouw.

En met het zingen: 't Is Israels God, die krachten geeft, van Wien het volk zijn sterkte heeft" willen we ons vereenigen rondom de banier der waarheid, waarop geschreven staat: „laat geen stilzwijgen bij U gevonden worden" en aan den anderen kant „houdt Christus„ Zijne kerk in stand, zoo mag de hel vrij woeden."

Het zwaard op te nemen, het zwaard des Geestes d.i. Gods Woord en dat zwaard te gebruiken naar alle kanten, is zoo noodig in onzen tijd — en een heerlijk voorrecht is het dan, om stil te mogen zijn te midden van de golven!

In Gods weg te mogen wandelen geeft rust.

De Heere heeft gezegd: „Mgne genade is U genoeg. Mijne kracht wordt in uwe zwak­heid volbracht."

Welnu, laten we dan 25 Februari, zoo God wil, samen opgaan naar Utrecht.

„Hoe vroolijk gaan de stammen op naar Sions God gewijden top, met Isrels achtbre vadren!" (Ps. 68:13).

Benjamin, de jongste mag niet achter blijven. Juda, Naftali en Zebulon gaan mee. We gaan samen. We gaan allen. En we zingen dan:

Uw hoop, uw kudde woonde daar; Uit vrije goedheid waart Gij haar Een vriendelijk beschermer; En hebt ellendigen dat land Bereid door uwe sterke hand, O Israels Ontfermer; De Heer gaf rijke juichensstof. Om zijne wondren en zijn lof. Met hart en mond, te melden; Men zag welhaast een groote schaar. Met klanken van de blijdste maar. Vervullen berg en velden. Ps. 68:5.

Onze Predikanten.

Tal van gemeenteleden zijn gewoon onze Bondsvergadering te bezoeken. En dat vermindert niet, maar vermeerdert van jaar tot jaar, zoodat we dan ook met een gerust geweten kunnen zeggen, dat onze Bondsvergadering al mee de gezelligste vergadering is die we kennen.

We hebben ook meer dan eens ervaren, dat er kracht van deze Vergadering uitging, 't Is een dag om op te frisschen en om aangedaan te worden met nieuwe lust en nieuwen moed en nieuwe sterkte.

Eèn ding spijt ons altijd; en wel dat er gewoonlijk zoo weinig predikanten zijn.

's Morgens gaat het nog, hoewel het getal bitter klein is — maar 's middags is het héelemaal droevig.

Er zijn ook nog betrekkelijk zoo weinig predikanten lid van onzen Bond.

Neem de lange lijst van medewerkers, die verbonden zijn aan de preeken „Tot de Wet en tot de Getuigenis" — en de meesten moeten niets van den Geref. Bond hebben.

Neem het groot aantal predikanten, die lid zijn van den Geref. Zendingsbond — en hoe weinig van hen zijn lid van den Geref. Bond.

Neem de veelheid van Geref. gemeenten, waar men dikwijls uit de gemeente verrassende bewijzen van belangstelling en meeleven ontvangt — terwijl de predikant geen lid is van den Geref. Bond. Ziet, dat kan ons dikwijls bedroeven. Want o ja, we komen er zonder hen ook wel. De bewijzen zijn er voor. En de gemeenten gaan hoe langs hoemeer meedoen, ook al doet de predikant niet mee.

En in de gemeente gaat men het droeve van deze zaak óok wel voelen — hoewel de predikanten het niet schijnen te merken of doen alsof ze het niet merken.

Nog eens — onze Bond groeit en bloeit toch wel, al houden de predikanten zich voorzichtig op een afstand.

Men moest zich ook eens aan koud water branden en men moest ook eens een zuur gezicht oploopen van deze of gene! Dat zou immers ook aller vreeselijkst zijn....

Maar toch kan ons deze zaak bij tijden tot groote droefheid zijn.

't Spijt ons zoo, dat het alzoo onder ons is. Kan-het niet anders worden?

Kan het dit jaar niet anders worden? 't Gaat meer en meer om het wel of wee van onze kerk. En de Bondsactie komt hoe langs hoemeer in het midden van ons kerkelijk leven te staan.

Waarbij aan alle kanten een saamtrekken gezien wordt van die elementen, die bij 'elkaar hooren.

Kan dat bij óns ook niet alzoo wezen? Moeten de predikanten hun gemeenteleden maar alleen laten zitten in 't midden van deze kerkelijke aangelegenheden?

Moeten onze Geref. predikanten zich niet vereenigen en moeten de ieidslieden niet in 't openbaar uitkomen om. te toonen wat ze willen ?

Wij bidden van den Heere, dat Hij genade geve, opdat deze zaak in orde mag komen onder ons.

Indien we saam ons in eenvoudigheid willen scharen rondom Gods Woord en saam in oprechtheid mogen staan naar de toetsing van dat Woord ook in het midden van ons kerkelijk leven, dan behoeven we ons voor niemand te schamen en dan zal én voor de predikanten èn voor de Gemeenten van onzen Bond zegen afvloeien en er zal kracht van ons uitgaan, naar de belofte des Heeren, die trouwe houdt tot in eeuwigheid.

Wij willen dan vragen, bizonderlijk aan onze predikanten, die met ons staan op den bodem onzer geref. belijdenis, komt den 25sten Februari ter vergadering en sluit u bij ons aan.

Eendracht maakt macht.

Ook is het naar Gods bevel, dat we saam zullen optreden als getuigen temidden van onze diep gezonken Kerk.

En wat we óok wilden verzoeken bij deze gelegenheid: laten onze predikanten a.s. Zondag onze Bondsvergadering te Utrecht in het gebed gedenken — alsmede, laat er een woord tot opwekking, om mee op te trekken naar de vergadering, in het midden van de Gemeente gesproken mogen worden.

Daar verwachten we altijd véél van. En de Heere zij ons voorts goed en nabij en zegene voorgangers en gemeente saêm.

Afgevaardigden.

De Afdeelingen zorgen immers, dat ze, zonder uitzondering, present zijn te Utrecht a.s. Donderdag? !

Eu ze zorgen een stem hebbend afgevaardigde te hebben?

Welke afgevaardigde dan een schriftelijk bewijs, geteekend door Voorzitter en Secretaris, meebrengt en wel even aan de Commissie, die daarvoor aangewezen is, wil opgeven hoeveel leden de Afdeeling telt.

Volgens artikel 10 Huish. regl. wordt voor elk 5 tal leden van de Afdeeling 1 stem ter vergadering uitgebracht.

Een afd. van 19 leden brengt dus 3 stemmen uit; een afd. van 48 brengt 9 stemmen uit enz. Het maximum aantal stemmen, dat een Afd. kan uitbrengen is 20.

In de Pauze.

Zooals men weet is er in de Pauze gelegenheid om in het Gebouw, waar we vergaderen, koffie te drinken en een boterham te gebruikon.

We voelen er hoe langs hoemeer voor, om dat zooveel mogelijk samen te dóen in de koffiekamer. Dat lijkt ons gezelliger, dan dat de een hier heen gaat en de ander weer ergens elders een onderkomen zoekt.

't Is waar, 't is wel wat vol en wat druk dan daar in de koffiekamer. Maar als we even van te voren konden zeggen, wat we wenschen te gebruiken, dan kon ook hier misschien wel verandering ten goede komen.

Natuurlijk is niemand hieraan gebonden. Want we zijn en blijven in deze vrij man. Maar ons dacht het goed, om toch even over deze zaak iets te zeggen.

De besluiten Gods.

Geen gereformeerd mensch zwijgt over het voornemen Gods, over Zijn besluiten, over Zijn raad en welbehagen, als hij zich zet om te spreken over de dingen welke rondom ons gebeuren en met onze oogen zijn te zien, met onze handen zijn te tasten.

Gelijk een boom zoo maar niet los in den grond staat, maar de ontwikkeling is van het grondbeginsel, dat in de vrucht verborgen zit en gelijk de rivier zoo maar niet haar water voortstuwt, maar gevoed wordt door den stroom, die van de bergen vliet — zoó is al het wereld gebeuren een ontplooiing van Gods raad, van Gods besluiten, van Gods wil en welbehagen. .

Daar moet steeds de aandacht op gevestigd worden. En neem dan ook maar een uitgebreide dogmatiek, een beknopte handlei­ding, een verhandeling van den Catechismus, een predicatie over een kenmerkende stof — en Gij zult bij alle gereformeerde schrijvers of predikanten aantreffen een duidelijke en grondige aan wijziging van déze waarheid: God werkt alle dingen naar den raad Zijns willens.

Wat is dat ook mooi, om alles zich te zien ontwikkelen naar 't Goddelijk voornemen!

Neem b.v. de onlangs verschenen Handleiding bij het onderwijs in den christelijken godsdienst van Prof. Bavinck, die wij dezer dagen nog weer eens opsloegen bij de voorbereiding van een onzer Catechismus preêken. Wat wordt daar (blz. 75 enz.) in weinige woorden, op een enkele bladzijde, duidelijk aangewezen hoe alles wat er geschiedt — en dus ook nu geschiedt — niet toevallig geschiedt, niet het uitvloeisel is van een blind noodlot, ook niet een openbaring van Gods gedachte alleen, maar een voortbrengsel van Zijn gedachte en wil .

De dingen vallen zóo maar niet uit de lucht! Neen, aan alle werk Gods naar buiten gaat een overlegging des verstands en ook een besluit van den wil Gods vooraf. Waarbij de christen mag gelooven, dat die raad groot en wonderlijk is, vol majesteit en heerlijkheid, wijs en vlekkeloos heilig!

O! wat wordt er dikwijls door degenen die het niet verstaan, vol zijnde van bekrompen eenzijdige filosofie, met deze heerlijke, goddelijke zaak gespot. En wat worden hierin ook niet zelden onze belijdenisschriften gelaakt. Men rukt de dingen dan ruw uit elkander en komt met den vrijen wil des menschen en de verantwoordelijkheid van het schepsel aandragen, om daardoor den raad en het voornemen Gods in een bespottelijk daglicht te stellen en waanwijs onderstboven te werpen !

Maar de christen mag blijven gelooven en blijven spreken van den raad des Heeren, van Gods besluiten, van Zijn voornemen, van de verordineering en het welbehagen Gods, belijdende dat de raad en het welbehagen van Gods wil gaat over alle dingen. Daarbij geloovende, dat de voorwaarden er evengoed in bepaald zijn als de gevolgen, de middelen evengoed als de doeleinden, de wegen zoowel als de uitkomsten, de gebeden zoowel als de verhooringen, het geloof zoowel als de rechtvaardigmaking, de heiligmaking zoowel als de verheerlijking.

En naar dien raad heeft God Zijn eeniggeboren Zoon gegeven, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe.

Het verstand begrijpt deze dingen niet. De natuurlijke mensch wil deze dingen zoo gaarne verwerpen.

Er is geloof noodig om het te verstaan. Waarbij ook de geloovige zoo dikwijls voor diepe raadselen staat, zonder een oplossing te vinden.

Maar het geloof in Gods raad, in Gods besluiten, in het welbehagen van Zijn wil geeft ten slotte toch het rechte licht bij de overpeinzing van schepping en val; bij de betrachting van al het wereldgebeuren; bij de gedachte aan het kruis van Golgotha en de wederkomst van Christus.

Neen — wij zien de dingen dikwijls niet; maar het geloof in het welbehagen van Gods wil bewaart ons voor moedeloosheid, houdt ons staande in den strijd van het leven en doet ons vertrouwend en hopend de toekomst tegengaan.

De oogen mogen telkens worden opgeheven naar omhoog waar de Heere woont en troont.  De ziele mag zich telkens sterken in God.

Neen, het geloof in Gods eeuwige en onveranderlijke besluiten werpt niet in de kolk der onaandoenlijkheid en kweekt geen fatalisme. Wie dat meent, die maakt van de goddelijke waarheid een belachelijke karikatuur, niets verstaande van de werkelijkheid dezer goddelijke zaak.

Het geloof in Gods raad en welbehagen bewaart ons juist voor het geloof aan blind toeval, donker noodlot, onafwendbare natuurdwang enz. enz. om te mogen belijden: alles ligt in de handen van Hem, die alle dingen werkt naar den raad en naar het welbehagen van Zijnen wil; alles staat onder het regiment van Hem wiens altoos wijze raad eeuwig stand houdt en altoos kracht heeft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's