Hosanna!
Jes. 40 : 3b. — Ps. 51:19. Hoe zal ik U ontmoeten,
o Leeuw uit Juda's stam? Hoe zal ik u begroeten,
gezegend Offerlam? Zal 't zijn met jubelpalmen
en blijden welkomstgroet, Met meien en met palmen,
U wuivend tegemoet?
Zal 't zijn met glans in 't ooge
en huppelende sohreên, dat ik U naadren moge
en welkom-kussen? — Neen, 't is zonder al dien luister,
dat ik U tegenga en onder tranen fluister:
„mijn Heiland, och, genal"
't Zal zijn met rouw en boete
en knagend zelfverwijt, dat ik U straks ontmoete
en al mijn schuld belijd: Mijn onvoorzichtig wandlen,
mijn trouwloos tegenstaan, mijn eigenwillig handlen,
mijn trotschen eigenwaan....
Breek door die wildernisse
een rechten weg, o Heer'; Maak uit mijn droefenisse
een geurend offer weer! Zóó wil ik, aan Uw voeten
geknield, door tranen heen U groeten en ontmoeten; ja, zóó en zóó — alleen.
H. 14 Febr. 1915.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's