Uit de Pers
In de Nederl. Kerkbode van 30 Jan. j.l. schreef Dr. Slotemaker de Bruine een artikel over geest en hoofdzaak dat nog al veel pennen in beweging bracht. En in het No. van 6 Febr. plaatste hij een artikel dat we hier laten volgen:
De „ethischen" tegenover „geest en hoofdzaak",
Wij hebben ons verklaard voor de schrapping van „geest en hoofdzaak" om het karakter, dat de stemming over het voorstel dragen zal.
De vraag is .thans, of niet ondanks al het aangevoerde wij toch tegen het voorstel moesten wezen, zoo wij althans op den naam van „ethisch" prijs stellen.
Drieeerlei bezwaar is bij ons weten van het „ethische" tegen het synodale voorstel ingebracht. Wij hebben thans aan te wijzen, waarom wij door die bezwaren niet zijn overtuigd geworden.
Men meent — aldus zeer sterk b.v, de Kerkelijke Courant van 11 Juli 1913 — dat wie nadruk legt op het zedelijk, op het geestelijk leven onmogelijk loochening van den Christus daar kan vinden, waar een bepaalde leer omtrent Christus niet wordt aangehangen, Nu kan men ongetwijfeld in de „leer" onderscheiden tusschen het essentieele en het niet-essentieele, tusschen wat desnoods vallen kon en wat in geen geval mag vallen. Maar het is een vergissing, als men den naam „ethisch" ontzegt aan wie een reëlen grondslag onder het geloof vergt. Wij meenen te weten, wat „ethisch" beduidt en wat het ethisch beginsel meebrengt voor den dogmatischen arbeid en voor het kerkrechtelijk standpunt. En wij komen er tegen op, zoo men uit dit beginsel afleidt, dat wie het wegvallen van Joh. 3:16 zou voelen als het wegvallen van den grondslag zijns levens, niet „ethisch" zou zijn. Ook als er „ethischen" gevonden worden, die dezen feitelijken grondslag missen kunnen — wij weten dat niet — verandert de zaak niet, maar moet onderzocht worden of zij terecht den naam van ethisch voeren. Met dien naam is óók gespeeld en als er onder de groep der „ethisehen" zijn, die niet positief zijn, dan is dat geen reden om den eere-naam „ethisch" aan niet-positieven te gunnen of de groep der ethisehen te doen worden tot de groep der niet-positieven of der minder-positieven dan confessioneelen en gereformeerden. Wij zijn op menig punt anders; wij zijn niet minder positief.
Mocht men vinden, dat wij zoodoende spelen met een woord, dan antwoorden wij, dat wij van harte bereid zijn tot een debat over het ethische; maar dat wij van te voren reeds verklaren moeten, liever den naam „ethisch" te missen dan de saak, die God geschonken heeft.
Is echter het oefenen van dwang niet ongeestelijk ? Is het gebruiken van machtsmiddelen in de kerk en met betrekking tot geestelijke dingen niet in elk geval on-ethisch? Hoe kan een ketterjager ethisch zijn of een ethische een ketterjager?
Wij antwoorden, dat wij met deze onderstellingen medegaan. Wat afgedwongen is, is geestelijk waardeloos. Het geestelijke is te teeder, dan dat het met machtsmiddelen zich handhaven laat.
Doch dit alles doet thans niets ter zake. Want er is sprake van machtsmiddel noch dwang. Er is juist sprake van wat bij uitstek ethisch is: een getuigenis. Wordt het Synodale voorstel aangenomen, dan zal onze kerk klaar en duidelijk hebben beleden en getuigd. Daartegen kan van uit ethisch standpunt niets worden ingebracht ; dat moet integendeel van uit ethisch standpunt zeer hartelijk worden toegejuicht.
Indien het gevolg van het Synodale voorstel zou wezen, dat de vrijzinnigen de Hervormde Kerk verlaten, dan zou dit door een zedelijk middel, niet door ketterjacht verkregen zijn. Wat is daartegen uit ethisch oogpunt ?
Wij meenen hier zelfs een vraag te moeten doen aan sommige ethisehen. Gij hebt altoos geijverd tegen het vertrouwen op formules, omdat zij het geestelijke niet omvatten en het dus ook niet bewaren kunnen; tegen het zuiveren van de kerk door dwang, omdat gij dit ongeestelijk achttet. Gij hebt altoos den medischen in plaats van den juridischen weg geëischt en gewild, dat wat historisch was geworden ook weder historisch overwonnen worden zou. Als gij thans, nu door bijzondere omstandigheden een formule-verandering wel effect zou sorteeren en een kerk-zuivering zonder uitwendigen dwang kon worden verkregen en de medische weg open ligt en een historisch proces kan in gang komen, toch u verzet, hoe zult gij dan het verwijt ontgaan, dat gij ten slotte niet zijt tegen den dwang of het formule-vertrouwen, niet voor het medische en het historische, maar tegen de zuivering der kerk?
Het derde bezwaar luidt, dat wij kortzichtig zijn, als wij meenen, met confessioneelen en gereformeerden samen te kunnen arbeiden aan de aanneming van het Synodale voorstel zonder te zien, dat wij daarmede ons eigen graf graven, wijl immers straks de confessioneelen en gereformeerden ook de ethisehen uitdrijven zullen.
Wij hebben twee antwoorden gereed, die elk op zich zelf volkomen voldoende zijn om de tegenwerping te ontzenuwen.
Ons eerste antwoord luidt: dat doet er niet toe. Hier kan inderdaad worden gezegd, dat een „ethische" zóó niet mag spreken. Het is beneden de waardigheid der geestelijke dingen, dat wij uit lijfsbehoud zouden stemmen vóór een getuigenis, dat wij voor ons geweten niet verantwoorden kunnen. Zulk een berekening is niet uit het geloof. Het is beter onder te gaan en weggedreven te worden dan te getuigen tegen het uitsluitend recht van Christus' naam. En in geen geval moeten wij onder den invloed komen van wat groote bladen en — meest in ietwat stekeliger vorm — provinciale bladen schrijven, om de ethisehen tegen belijders van Christus op te zetten "en te winnen voor de vrijzinnige opvatting van de kerk.
Zullen wij langs den aangewezen weg ondergaan? Welnu, dan zullen wij ondergaan. Er zal dan buiten de Hervormde Kerk wel een plaats zijn, waar wij werken kunnen voor Gods Koninkrijk.
Maar ons tweede antwoord luidt: dat is nietwaar. Het tegendeel is waar. Thans, nu art. 39 ongewijzigd is, verliezen de ethischen telkens terrein aan confessioneelen en Gereformeerden. En als straks de ethischen negatief stemmen, dan zal dit proces sterk groeien. Vele gemeenteleden geven aan ethische predikanten de voorkeur boven de confessioneele en gereformeerde, omdat zij liturgisch onbekrompen zijn en dogmatisch niet zoo eenzijdig.
Maar ten slotte zijn ook dit zelfs bijzaken.
Theologen meenen, dat hier de hoofdzaak ligt; de gemeente zoekt de hoofdzaak elders, in de positieve belijdenis van Christus. En zij wordt ongeduldig en zij trekt haar vertrouwen in, als haar ethische predikanten ten slotte haar toch teleurstellen. Zij wil niet bekrompen zijn en niet eenzijdig; maar als het op kiezen aankomt, dan kiest zij het bekrompen e en eenzijdige positieve boven het ruime en alzijdige nietpositieve. Onze gemeente wordt wrevelig als orthodoxe preeken meer tegen de confessioneelen of de gereformeerden zich stellen dan tegen de loochening van het heil in Christus.
En dit alles volkomen terecht.
Wil iemand »berekenen«, dan berekene hij, dat een positieve stem van de ethisehen hun positie in de kerk uitermate zal versterken. De ethischen hebben de meerderheid; er is geen enkele reden, waarom zij zullen worden uitgebannen, als zij beslist zijn. Er is veel reden voor het tegendeel.
Eigenlijk kunnen wij ons maar éen overweging denken, dié zou doen aarzelen. Het is deze:
Wij hebben de vorige maal over de groote scheiding: rechts-links gesproken en toen niet vergeten, dat er zijn, die in deze verdeeling niet passen.
Zeer sympathiek; met een warm gemoed; met een zoekend hart; met veel in hun ziel, wat ook in onze ziel woont. Willen wij die missen ? Willen wij die in de armen der vrijzinnigen doen vallen ? .
Zeker niet! Maar... hoe zullen wij beter het middel zijn, dat zij tot vol zielsbezit komen : door een warme besliste getuigenis óf door een aarzelende houding nu, nu het om het hoogste gaat ?
Natuurlijk het eerste. Ook om de wankelenden is het noodig, dat wij nu spreken met klare stem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's