De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

20 minuten leestijd

Is de Ned. Herv. Kerk de Geref. Kerk? XI.

3. Hoe is de tegenwoordige toestand?

{6e Vervolg.)

Volgens de synodale verklaringen — waarmee Prof. Scholten blijkens zijn boek „de Leer der Hervormde Kerk" accoord gaat — ging het dus nog steeds om de hoofdzaak en het wezen van de belijdenis, van ouds door de Geref. Kerken in de drie Formulieren van Eenigheid neergelegd.

Het beginsel van de Formulieren was het echt-Hervormde beginsel.

In de belijdenisschriften klopte het hart van de Hervormde Kerk.

Het karakter van de Hervormde Kerk werd door de belijdenisschriften kenmerkend weergegeven en uitgebeeld.

En volgens Dermout èn Scholtm was dus de Herv. Kerk geen vereeniging van elk wat wils; van leervrijheid was geen sprake; 't stond volstrekt niet aan ieder particulier om met zijn subjectieve gevoelens willekeurig te leeren en te doen, wat men zelf wilde.

Neen, men moest hartelijk instemmen met de belijdenis der Kerk en zich in alles diar naar richten.

Maar.... ddt was nooit de bedoeling geweest van de vrijzinnigheid!

Doch men had zich voorzichtiglijk opgesteld en kwam niet aanstonds met alle kracht naar voren. Eerst moesten die woorden , geest en hoofdzaak" ingeburgerd zijn, gezalfd met de meest zoete woorden en plechtige betuigingen.

En toen — toen was de verleiding begroot. Toen greep men de schaar.

En in 1883 lag alles aan vlarden! Onder veel protest.

Maar men had de macht en de gelegenheid. Toen kwam de lieve poes uit als een valsche kat.

Toen staken de nagels wijd uit, uit die fluweelen poot.

En alles wat nog maar wees op Gods Woord en alles wat nog maar repte van de belijdenis en de leer der Kerk moest er uit. Weg er mee! Ook uit de proponentsbelofte.

En 15 Januari 1883 gold het volgende onderteekeningsformulier:

»Wij ondergeschrevenen, door het Provinciaal Kerkbestuur van.... (of door de Commissie tot de zaken der Waalsche Kerken) tot de Evangeliebediening in de Nederlandsche Hervormde Kerk toegelaten, beloven, dat wij daarin overeenkomstig onze roeping met ijver en trouw zullen werkzaam zijn, en de belangen van het Godsrijk en in overeenstemming hiermede, die van de Nederlandsche Hervormde Kerk, met opvolging harer verordeningen, naar vermogen zullen behartigen.»

Blanco crediet!

Iedereen moest spreken en handelen overeenkomsig zijne roeping; de belangen van het Godsrijk en die van de Ned. Herv. Kerk behartigend met opvolging harer verordeninge

Curieus I

In een verklaring en belofte van een a.s. prediking geen sprake van gebondenheid aan Gods Woord; geen sprake van instemming met de belijdenis der Kerk, welke men zal gaan dienen.

Alles op losse schroeven gesteld — door hen die deze booze plannen in 't schild voerden en niets liever wilden, dan van de belijdenis der Kerk los te komen en naar willekeur allerlei leering en allerlei stelsel te kunnen voorstaan en te kunnen invoeren.

Wat werd het nu duidelijk, wat al die mooie woorden van vroeger beteekend hadden!

't Was om het karakter en het wezen der Ned, Herv. Kerk te kunnen veranderen; 't was om in hoofdzaak en wezen vrij van de belijdenis der Kerk te mogen verschillen,

O! wat onwaarachtig schipperen in het al maar méér wegdoezelen van de belijdenis , der Kerk, tegen belofte en verklaring ingaande !

Maar met dat al was nu de nieuwe proponentsbelofte er. Een belofte — welke eigenlijk geen belofte inhield. Een verklaring — welke eigenlijk niets verklaarde. Zouteloos stuk! Scheurpapier! Onwaardig spel in een zoo plechtige zaak!..,

Maar 't stuk was er nu eenmaal.

Doch 't kon niet lang op de been blijven. 't Was al te zot.

Ieder voelde, dat het dwaasheid was om zóo een belofte en verklaring in te kleeden.

En geen 5 jaren daarna was er weer een nieuwe proponentsformule!

1 Jan. 1888 kwam de volgende formule in gebruik:

Wij ondergeschrevenen, door het Provinciaal Kerkbestuur van , , . (of door de Commissie tot de zaken der Waalsche Kerken) tot de openbare Evangeliebediening in de Nederlandsche Hervormde Kerk toegelaten, beloven in het diep besef van onze roeping en in vertrouwen op God, dat wij daarin met ijver en trouw zullen werkzaam zijn, om, overeenkomstig de beginselen en het karakter van de Hervormde Kerk hier te lande, het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen en de belangen van het Godsrijk en in overeenstemming hiermede die van de Ned. Herv. Kerk, met opvolging van hare verordeningen, naar vermogen te behartigen.

Nu was er weer sprake van het Evangelie van Jezus Christus. En nu stond er weer, dat het in de Nederl. Herv. Kerk er om gaat haar eigen beginselen hoog te houden en haar karakter niet te schenden.

Nu was het niet meer, dat ieder maar overeenkomstig „zijn roeping" moest werkzaam zijn.

Maar er stond nu weer, dat het werk van den evangeliedienaar was om het Evangelie van Jezus Christus" te verkondigen en dat te doen niet naar eigen inzicht, 'maar overeenkomstig de beginselen en het karakter van de Herv. Kerk.

Het beginsel der Kerk, het karakter der Kerk — en wel der Nederl. Hervormde Kerk — kwam dus weer naar voren.

En met verwijzing naar de historie, die was voorafgegaan, was het een beschermen van de leer, van de belijdenis der Kerk, welke, zij het dan niet woordelijk, dan toch in geest en hoofdzaak moest worden aangenomen, geëerbiedigd en voorgestaan !

Had naar luid van de proponentsformule van 1888 de Kerk geen beginsel meer, en was alles overgegeven aan den predikant zonder meer. In de proponentsformule vian 1888 heeft onze Kerk tenminste weer een beginsel en een karakter — en de predikanten worden aan dat beginsel en dat karakter der Kerk gebonden om, als dienaren, der Kerk, al hun arbeid daarnaar in te richten.

Nemen we dus den beroepsbrief en de proponentsformule en het bevestigingsformulier en de reglementen van onze Ned. Herv. Kerk bij elkaar, dan krijgen we dat iedere predikant in de Herv. Kerk bij zijn proponents examen beloofd heeft:

het Evangelie van Jezus Christus te zullen verkondigen overeenkomstig de beginselen en het karakter van de Herv. Kerk hier te lande om vervolgens in zijn beroepsbrief te beloven en met zijn handteekening te bekrachtigen, dat hij door leer en voorbeeld, bestuur en opzicht, alles zal doen, wat een Herder en Leeraar, overeenkomstig Gods Heilig Woord, volgens de Verordeningen der Nederl. Herv, Kerk betaamt; inzonderheid door het verkondigen van het Evangelie en het bedienen van den H. Doop en van het H, Avondmaal enz,

In de bediening des Woords en der sacramenten is de predikant in de Herv, Kerk dus gebonden aan Gods Heilig Woord en moet hij alles inrichten overeenkomstig de beginselen en het karakter der Kerk.

Da's eigenlijk zoo duidelijk mogelijk.

Waarbij ieder predikant art. XI Algem, Regl. onderschrijft, dat mede de handhaving van de leer der Kerk steeds het hoofddoel moet zijn van allen, die in onderscheidene betrekkingen met het kerkelijk bestuur belast zijn.

Gelijk ook iedere predikant, volgens art, 3 Regl, voor het Kerkelijk opzicht en tucht, op zich heeft, genomen tucht te oefenen over allen die in openbaren strijd handelen met den geest en de beginselen van de belijdenis der Hervormde Kerk.

Om eindelijk hierbij even te vermelden, wat door de dienaren des Woords in de Ned. Herv. Kerk, volgens het bevestigings-formulie gelukkig nog in de meeste gemeenten plechtig wordt beloofd bij de beantwoording van deze 3 vragen:

Eerstelijk vraag ik u: of gij gevoelt in uw hart, dat gij wettelijk van Gods gemeente, en mitsdien van Gods zelven, tot dezen heiligen dienst geroepen zijt?

Ten tweede: of gij de Schriften van het Oude en het Nieuwe Testament, voor het eenige Woord van God en de volkomene leer der zaligheid houdt, en alle leeringen verwerpt, die daartegen strijden?

Ten derde: of gij belooft uw ambt, gelijk dit voorheen beschreven is, naar deze leer getrouwelijk te bedienen, en uwe leer te versieren met een godzalig leven; mede u onderwerpende aan de kerkelijke vermaning, volgens de gemeene ordening der Kerken indien gij in leer of leven u kwaamt te misgaan?

waarop het antwoord is: Ja ik, van ganscher harte.

In den beroepsbrief gaat het dus om Gods Heilig Woord — en de Verordeningen der Kerk zijn de nadere aanwijzing van de wegen langs welke wij des Heeren Woord hebben te gehoorzamen en in toepassing te brengen in leer en leven, bij prediking en sacraments bediening, bij opzicht en tucht,

In de propoments formule hebben de leeraars beloofd alles te zullen doen, naar het beginsel van de Kerk, zooals zij dat kenbaar gemaakt heeft in haar belijdenis.

Bij kerkelijk opzicht en tucht zal niemand uit het oog verliezen, dat de leer der Kerk staat gehandhaafd te worden en de Gemeente in bet openbaar in haar belijdenis en leven van het beginsel der kerkelijke leer niet mag afwijken.

Wat alles bewijs te over is, dat het in de Ned. Herv. Kerk gaat om Gods Woord en de belijdenis der kerk

En toch — alles bij elkaar genomen is het zoo'n armzalig peuteren, beknibbelen, knoeien, schipperen, 't Is een onwaarachtig en onwaardig spel dat er gespeeld wordt. Want alles wat wordt geformuleerd en voorgeschreven is te lang voor een servet en te kort voor een tafellaken; 't is te weinig om te leven en te veel om te sterven, men weet niet of het ja of neen is; 't is dubbelzinnig, dubbelhartig, met opzet voor tweeerlei uitlegging vatbaar, hoewel het telkens weer duidelijk is gezegd, dat het gaat om de belijdenis der Kerk.

't Is zoo'n onmannelijk spelen met woorden. Zoo'n verachtelijk goochelen met uitdrukkingen en omschrijvingen.

't Is zóo onwaardig, dat eigenlijk ieder er van overtuigd is, dat het zoo niet langer blijven mag.

Er moet verandering komen. De kerk staat te hoog, dan dat er zóo den draak gestoken wordt met haar belijdenis, haar beginsel, haar karakter, haar historie, haar naam.

(Wordt vervolgd.)

Alles lijdt er onder.

Omdat er in onze Hervormde Kerk geen éénheid van belijdenis is, doordat de belijdenis der Kerk, neergelegd in hare belijdenisschriften, niet door ieder predikant en ieder lidmaat eerlijk en hartelijk wordt onderschreven en de reglementen er op zijn ingericht, om de overtreders veel vrijheid te geven in het zondigen tegen de grondwet — daardoor is er veel verwarring, veel verdeeldheid, vee) gekijf en gevecht. Waardoor alles wat in onze Herv. Kerk wordt opgezet en begonnen, lijdt.

Want wat strookt met de godsdienstige overtuiging van den een, staat weer lijnrecht tegenover het gevoelen van den ander.

De rechtzinnigen voelen niets voor 'tgeen de modernen oprichten of 'tgeen aan de modernen ten goede kan komen — en de modernen voelen weer niets voor 'tgeen in beginsel en strekking orthodox is.

Dat raakt ook onze Kerkelijke Fondsen, b.v. voor noodlijdende gemeenten, voor verbetering der' schraalsve predikantstraktetneuten, voor hulp aan studeerenden enz.

't Is ten slotte de dood in den pot. Lees de verslagen maar van de laatst gehouden Synode — en ge bemerkt het overal aanstonds. .

Wat ook aan Dr. Niemeyer in het Weekblad voor de vrijzinnige Hervormden deze klacht ontlokt:

„Zooals men uit bovenstaande opgaven bemerkt, is het met de kerkelijke fondsen over 't algemeen verre van rooskleurig gesteld.

Zoolang de partijstrijd de Kerk blijft verscheuren en er geen bevredigende oplossing is aanvaard, waarbij de partijen zonder elkaar naar het leven te staan in vrede naast elkaar kunnen leven, zal er ook, naar we vreezen, wel niet veel verbetering in komen.

Allerminst kan thans van de vrijzinnigen groote offervaardigheid voor deze fondsen worden verwacht". (Vrijz. Weekbl. van 14 Jan, '15),

Alles lijdt dus onder de ongelukkige verdeeldheid in onze Herv, Kerk,

En nu is 't geen Dr, Niemeyer vraagt vrij onnoozel. Want wanneer zal dé, t komen, dat „partijen" die vierkant met elkaar verschillen en allen leven willen in het middeu der Herv. Kerk elkander niet meer bestrijden zullen ?

Men kan gemakkelijker een vierkanten circel teekenen dan het zóo ver brengen.

Neen — laat men liever zeggen: wanneer zal in de Herv. Kerk de Herv, belijdenis weer eens van kracht worden voor allen en voor alles?

Daar moet het heen in het midden van de Herv, Kerk, welke een belijdende Kerk is en geen vereeniging „tot nut van 't algemeen".

En wat ons ook trof in 't geen Dr. N. schrijft is dit: dat volgens hem de vrijzinnigen niets of bijna niets voor die fondsen kunnen geven of doen.

Waarom niet?

Natuurlijk omdat — volgens Dr. N. — de baten van die fondsen nxi ten voordeele komen van rechtzinnige gemeenten en personen.

Daarom voelen de vrijzinnigen niets voor die Fondsen op 't oogenblik.

We herinneren ons den tijd nog, dat onder de rechtzinnigen niet veel sympathie bestond voor die Fondsen, omdat de baten kwamen aan de moderne gemeenten.

En als dan wel eens in dien geest gesproken of geschreven werd schreeuwden de modernen daar schande over.

En nu?

't Kan verkeeren!

Om een klein overzicht te krijgen van de uitgaven van een der voornaamste kerkelijke fondsen, laten we hier volgen de lijst der gemeenten, die een toelage hebben gevraagd (1914) uit het Fonds voor noodlijdende Kerken en personen.

't Waren de volgende gemeenten*

1. St. Kruis (Classis IJzeudijke; een gemeente van 667 inwonf-rs, waarvan 202 Hervormd zijn; predt, is J. J, H. Visch) vraagt f467.16 voor reparatie van Kerk en consistoriekamer.

2. Linschoten{Classis Utrecht; een gemeente van 1516 inwoners; waarvan 865 Hervormd zijn; predt. is J. Kloots) vraagt f3500 voor het bouwen van een nieuwe pastorie.

3. Opende (Classis Groningen; een gemeente van ± 1000 zielen; predt. T. Oostra) vraagt f 2800 voor de restauratie van het Kerkgebouw.

4 Niekerk (Classis Groningen; een gemeente van ± 600 zielen; predikant is G. A. Swart) vraagt f 5000 voor het bouwen eener nieuwe pastorie.

5. Horsten-Musselkanaal (Glasais Winschoten; een gemeente van ± 1900 zielen; predt. E. H. Wieringa) vraagt f1199 voor herstellingsen schilderwerk van het Kerkgebouw.

6. St Michielsgestel{Classis 's Hertogenhosch; een gemeente van ± 11000 inwoners met ± 80 Hervormden; predt. J. J. de Vries) vraagt f 1500 voor reparatiekosten van Kerken en pastoriën te St, Michielsgestel en Schijndel ('t is een combinatie).

7. Etten (Classis Breda; een gemeente van ± 120 zielen; predikant J. H. L. Dijkman) vraagt f 1123.675 voor onderhoud van Kerk en pastorie.

8. Woudrichem. (Classis Heusden; een gemeente van 2207 zielen; ± 2000 Hervormden; predikant dr. J. W. F. Gobius der Sart G. Jzn.) vraagt f 2670 voor de herstelling van het dak der Kerk,

Dit betreft de groote aanvragen uit dit Fonds, waarbij de Syn, Commissie aan de. Synode voorstelde St, Kruis f 475, Linschoten f 3000, Opende f2000, Niekerk f 5000, Horsten-Musselkanaal f 1100, St. Michielsgestel f 1450, Etten f 1100 en Woudrichem f 2500 te geven.

Tezamen f16625.

II. Verder waren aanvragen ingekomen van Burg op Texel f 6500 voor nieuwe pastorie ; Klevers kerke (classis Middelburg) f 5000 voor nieuwe pastorie; Oudemirdurn (Classis Sneek) voor een restaratie van pastorie (geraamd op f 7000); Wijckel (Classis Sneek) f 6620.63 voor verbouwing van pastorie; Schiermonnikoog (Classis Dokken) subsidie voor herstel van het Kerkgebouw; Stadskanaal (Classis Winschoten) f 6325 voor een nieuwe pastorie; Ommelanderwijk (Classis Winschoten) f 700 tot vernieuwing van den toren op de Kerk; Bavestein (Classis 's Hertogenbosch) f 1691 ten behoeve van herstel aan kerk en pastorie; Uitwijk (Classis Heusden) f 1745.25 voor herstel van kerk en pastorie; Coevorden (Classis Emmen) f 2000 voor het bouwen van éen predikants woning (in Coevorden staan 2 pr. maar er zijn geen pastorriëen).

III. Verder is uitbetaling geschied aan Urmond (Classis Maastricht) f 700 voor herstelling van het Kerk gebouw; aan Gennep (Classis Maastricht) f 1000 voor herstel van den toren van het Kerkgebouw; Zweeloo (Classis Emmen) f 1851.13 voor den bouw van een pastorie; aan Finkum en Hyum (Classis Leeuwarden f1670 voor verbouwing van de Kerk; aan Westeremden (Classis Appingedam) f 1589.50 als deel subsidie voor den bouw van een nieuwe pastorie; aan Kattendyke (Classis Goes) f 2000 als deel subsidie voor den bouw eener pastorie; aan Blokzijl (Classis Kampen) f 851.695 als eerste deel van de subsidie voor het bouwen van een Kerklokaal te de Wetering; aan Boxtel (Classis's Hertogenbosch) f 633.50 als subsidie voor herstel pastorie; aan Odijk (ClassisWijk)fl946.93 voor herstel kerkgebouw; aan Kerkvoogden te Piershil (Classis Dordrecht) f 500 als subsidie voor de herstelling van de pastorie; aan West-Terschelling (Classis Hoorn) f 2400 subsidie voor herstel kerkgebouw; aan Sat van Qent (Classis IJzendijke) f 371 restant subsidie voor herstel van het Kerkgebouw.

IV. Ten slotte was de voordracht voor kleine toelagen aan 51 Gemeenten, ten behoeve van den eeredienst, ten bedrage van f 3110, benevens f 100 aan de Waldenzen, en aan 84 predikants betrekkingen tot een bedrag van f 6885.— alzoo te zamen f 10095.

Wij geven dit overzicht, dat ontleend is aan de Handelingen der Synode 1914 (Bijlage A.) opdat een ieder eens zien kan hoe zoo ongeveer de zaken staan in betrekking tot de toelagen, die uit het Fonds van noodlijdende kerken en personen gevraagd en verstrekt worden.

De Synode moest, wegens gebrek aan middelen, vele aanvragen van de hand wijzen.

Het Licht dat openbaar maakt.

Als 't 's morgens licht wordt dan wordt openbaar wat water en wat land is; waar akker of weide ligt; waar boomen en waar huizen staan — en in het licht van den dag kunnen we de menschen onderscheiden en we kunnen zien wie groot en wie klein is, wie jong en wie oud is; we kunnen desgewenscht van alles en van ieder een nauwkeurige beschrijving geven.

Zoo maakt het licht openbaar. Zoo doet het licht de dingen uitkomen zooals ze zijn.

Jezus noemt zich het Licht. En Hij getuigt van zichzelf, dat bij Zijn komst in de wereld openbaar geworden is wat de wereld is, hoe de nienschèh zijn, waarheen de uitgangen des harten gaan, welke de overleggingen der ziele zijn.

Christus is gekomen om dat openbaar te maken; om dat aan 't licht te brengen; om dat duidelijk te laten zien. Zóo te laten zien, dat ieder er over oordeelen kan en er geen twijfeling daaromtrent zou overblijven.

En er is geen twijfel daaromtrent overgebleven,

't Is openbaar geworden. Wat?

„Dat de menschen de duisternis liever hebben dan het licht, omdat hunne werken boos zijn."

De gedachten, de genegenheden, de begeerten des harten zijn openbaar geworden — en worden nog telkens openbaar.

En 't is altijd geweest, dat de menschen, die boos zijn, het Licht — Jezus Christus — schuwen, haten, tegenstaan, om openbaar te worden in hun vasthouden van de zonde en het najagen van de ongerechtigheid.

Nu heeft de Kerk des Heeren het Evangelie van Jezus Christus, het Evangelie des kruises, het Evangelie der zaligheid, 'twelk haar op wondere wijze door God zelf is gegeven.

Sinds Jezus Christus is opgevaren naar den hemel om daar te zitten aan de rechterhand Gods, des Almachtigen Vaders, heeft de Kerk des Heeren het Licht der wereld in het goddelijk Evangelie, om dét te brengen overal. Van land tot land, van oord tot oordheeft de Kerk van Christus dat Licht, onder beding van Gods genade en door de werking des H. Geestes, te ontsteken. En fakkel na fakkel brandt onder de natiën, tot in het verre Noorden en Zuiden, Oosten en Westen.

Om ook.... openbaar te maken de gedachten, des harten der menschenkinderen, dat zij God haten, Christus niet willen aannemen, de duisternis liever hebben dan het licht, omdat hunne werken boos zijn.

De wereld wordt, naarmate het Evangelie van Jezus Christus verkondigd wordt, hoe langs hoe meer openbaar wat zij is.

Eva haakte naar het licht. Abel wandelde in het licht. Kaïn bemint de duisternis en haat God, slaat Gods kind dood, openbaart zich als vol van booze werken.

En zoo loopt de lijn voort.

Ook bij het zwakke schijnsel van den beloofden Christus werden de gedachten des harten der menschen openbaar.

Maar als de Christus gekomen is, als de Lampe helder brandt, als het Licht midden onder de menschen komt, dan wordt het duidelijker nog, dat men vol is van booze werken.

Israel verwerpt Christus.

De wereld komt in beroering.

En 't gaat altijd en overal tegen den Christus Gods, tegen het Licht, tegen 't geen tot zaligheid is geopenbaard.

We zien het ook in Nederland. Men heeft Paulus nagereisd en men noemde hem een „pest". Hij was de man van een "secte", die alles in „beroering" bracht.

Men sprak hem overal tegen.

Hoort Tertullus den advocaat van den Joodschen Raad maar eens pleiten voorden rechterstoel des stadhouders! Paulus' prediking is de grootste ramp voor het volk, voor het land, voor de wereld! (Hand. 24:5 en 28:22) Denk eens in wat Rome deed in de dagen der reformatie. En zie op óns land. Merk eens op, 't geen nu gedaan wordt in onze Herv. (Geref.) Kerk door de modernen c.s. 't Licht hebben we ontvangen, 't Is telkens onder den korenmaat gezet, 't Ia telkens weggenomen van den kandelaar. Maar de Heere openbaart zich als de getrouwe Bonds-God. Hij laat de menschen woelen en werken — maar houdt Zijn Kerk in stand. Hij laat niet toe, dat het Licht uitgebluscht wordt. Hg bewaart het Evangelie van Jezus Christus. Hij brengt het óok weer meer naar voren in stad, dorp, op den kansel en in de catechisatiekamer, in de kerken en in de evangelisatiegebouwen, in de scholen en op de Vereenigingen, in de harten en in de huizen — óok op onze kerkelijke vergaderingen.

En wat zien we ?

De gedachten des harten der menschen worden openbaar. En 't treedt in het licht, dat men boos is. 't Wordt duidelijk, zichtbaar en tastbaar, dat men den Christus Gods haat en Zijn Evangelie schuwt.

Men verzet zich. Men komt in opstand. Men vergadert en beraadslaagt.

Waarom ?

Niet omdat men in de Hervormde Kerk de 3 Formulieren van eenigheid naar voren brengt.

Niet omdat men allerlei menschelijke geschriften opdringt

Niet omdat men komt met allerlei meeningen en voorstellingen die onder ons geen volkomen zekerheid hebben.

Maar... omdat men in het midden van de Ned. Hervormde Kerk van Christus getuigt, dat Hij is Gods eeniggeboren Zoon, die gestorven is om zondaren te verlossen en die is opgestaan, om hen te bekleeden met gerechtigheid.

Omdat de kerk met volkomen zekerheid getuigen wil van den Christus Gods, van den Christus der Schriften, den eenigen en algenoegzamen Zaligmaker — daarom woelt en werkt men, om haar tegen te staan. Omdat de kerk opkomt voor Hem, die haar Hoofd en Heiland is en die haar gezegd heeft: wees Mijne getuige.

Omdat de kerk het licht op den kandelaar wil zetten — opdat zondaren komen zouden tot dat licht ter genezing en behoud. Is het niet in-droevig?

Zou de kerk niet mogen belijden, dat Jezus Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is?

Zou de Kerk Hem niet mogen eeren en roemen en belijden als den Drager van den éenigen Naam, die onder den hemel is gegeven tot zaligheid?

Men wil bewerken, dat er geen volkomen zekerheid zal zijn aangaande den Persoon van Christus in 't midden onzer kerk.

Men wil verhinderen, dat er maar éen Evangelie zal worden verkondigd in de kerk n.l. het Evangelie van Jezus Christus, Gods eeuiggeboren Zoon, Imlêanuël, die van eeuwigheid God zijnde in de volheid des tijds de menschelijke natuur aannam, om voor zondaren uit te storten Zijn bloed, ua een weg van volkomen gehoorzaamheid aan den Vader.

Dien Christus haat men.

Dat Evangelie verwerpt men.

En nu wil men de Kerk er in verhinderen om dien Ohristus te belijden en dat Evangelie te verkondigen.

En daarom dat verzet in het kamp der modernen.

Het Licht maakt de gedachten des harten der menschen openbaar.

Het Licht bewijst, dat men de booze werken lief heeft.

De Kerk moet opkomen voor haar Hoofd en Heiland.

De Kerk moet het licht plaatsen in het midden van alles.

Als zij dat niet doet, heeft zij geen recht van bestaan.

Maar nu zijn er, die dat niet kunnen hebben, die het niet dulden, die het Licht tegenstaan en den Christus niet willen belijden, zooals Hij zelf wil — gekend, gediend en gevreesd worden.

Dat is niets nieuws.

Daar moet de Kerk óok niet voor terug wijken. -

Maar 't is zoo in-droevig, dat het zoo is. Zoo ellendig voor degenen, die de duisternis liever hebben dan het Licht.

Die den dood vasthouden en het leven afstooten.

Die de leugen vertroebelen en de waarheid haten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's