VERSLAG
VERSLAG van de Algemeene Ledenvergadering van den Geref. Bond op Donderdag 25 Februari 1915 in het gebouw voor K. en W. te Utrecht.
Voor de tiende maal kwam de Gereformeerde Bond op Donderdag 25 Februari saam in het bekende gebouw op de Maris plaats te Utrecht. Evenals het vorig jaar was ook voor ditmaal de groote zaal bespreken, want evenals toen zou ook thans eef professoraal referaat te beluisteren zijn. aanmerking genomen dat ditmaal de Bestuurstafel op het podium stond, wat een vorig jaar in de morgenvergadering niet het geval geweest, was de zaal bij het uur van aanvang ongeveer met een gelijk aantal belangstelenden gevuld. De Voorzitter begon met de vergadering te doen zingen Psalm 74 : 2, 18 en 20, waarna hij voorlas Psalm 68 : 1—10 en voorging in gebed. Het inleidend woord van den Voorzitter bleef ditmaal achterwege, aangezien het woord van Prof. Visscher wel de geheele morgenvergadering vullen zou. Na een kort woord van welkom, waarin de Voorzitter herinnerde aan het onderwerp van het referaat en de verwachting uitspreekt dat de vrede die door den referent zal aangeprezen worden wel geen vrede zal zijn, zooals de tegenwoordige pacificisten dat willen, geeft hij het woord aan Prof. Dr. H. Visscher. Nu, in de verwachting van haren voorzitter werd de vergadering niet teleurgesteld. Het referaat van Zijn Hooggel. was aan valsch pacificisme gespeend. Spreker verdeelde zijn rede in vijf deelen die hij aldus formuleerde:1 een tuchtroede Gods, 2 strijd en schepping, 3 strijd en zonde 4 Christus en de strijd, 5 het kruis en( vrede. De H. Schrift, zegt Spr. legt verband tusschen oorlogen en natuurrampen. De huidige menschheid wil van dat verband niet weten. De geestesrichting onzer dagen is eenerzijds te exact en anderzijds te zeer ontzonken aan het Godsgeloof om dien samhang te zien. En toch kan het niet ontkend dat er samenhang tusschen zedelijke en natuurli|ke feiten bestaat., Ook deze oorlog behoort tot de oordeelen Gods. Spr. doet daarna uitkomen hoe de strijd zijn oorsprong vindt in Gods schepping. Aan de hand van Ps. 104 : 20—22 toont hij aan hoe het strijd beginsel in het scheppingsleven is gegrond en hoe er dus ook geen macht ter wereld in staat is om het daaruit te bannen.
De strijd werkt mede om de harmonie der wereld tot openbaring te brengen. Door de zonde echter is het beginsel van strijd verdorven. Met de zonde is in den strijd gekomen de factor der zelfzucht. Zoover de geschiedenis tikt is de strijd door zelfzucht geimspireerd en dat hij in onze dagen gruwzamer, wreeder, bloediger wordt is het gevolg van de hooge cultuur waarop de menschheid zoo trotsch is. Bestond er reeds een concurrentiestrijd zooals vroeger eeuwen dien niet hadden gekend, om de kracht van den enkeling te vermenigvuldigen trad een solidariteitsbeginsel op dat velen deed aaneensluiten, en zoo zagen wij het machtig vereenigingswezen groeien dat de menschheid al nader brengt tot de tegenpool harer waarachtige bestemming. Dit proces nu kon zich niet beperken tot bet maatschappelijk leven, maar moest doorwerken tot het leven der natiën zelve. Onbelemmerd wordt daar de strijd der zelfzucht gevoerd, zoolang er geen oorlog is, door de fijne, vriendelijke, geslepen diplomatie, en als deze te kort schiet, dan barst de zelfzucht uit in den bloedigen krijg. Het verschijnsel van den oorlog is dus een verschijnsel der zonde. Vandaar dat de menschheid ook nooit daaraan zal ontkomen, zoolang zij onder de heerschappij der zonde nederligt. Zoolang de menschheid krijg voert met haar God zal er krijg onder de menschheid zijn. In de Vredesbeweging onzer dagen is een bittere ironie. In de kiem was de eerste vredesconferentie reeds verlengend, 't Is onbillijk de Kerk te verwijten dat zij niet in staat was den eeuwigen vrede te brengen. Immers zij bedoelt niet den vrede waarin de mensch ongestoord kan genieten van de weelde der wereld.
Christus'Koninkrijk is niet van deze wereld. Integendeel, Christus is gekomen om krijg te voeren met de wereld. De vredesbeweging gaat dan ook om buiten het Kruis van Christus. Men streeft naar een wereld van onderling verbonden volkeren, maar het rasegoïsme sterft niet uit en zal steeds oorzaak blijven van nieuwen krijg. De verwerping van Christus' Koningschap sluit de oorzaak tot oorlog in zich.
Velen noemen zich naar Christus, maar Hem zelf kennen zij niet. Zij komen te wandelen in het licht en willen dat licht ook brengen in de duisternis der heidenlanden. Maar het is geen geheim dat de missie misbruikt is om het heidenland op occupatie voor te bereiden. Het komt er op aan Christus zelve te bezitten. Zijn Woord moet daarom uitgedragen in Kerk en wereld. Hierin nu ligt de schoone roeping van den Geref. Bond dat hij daartoe zal medewerken. Eerst als Christus waarachtig geloofd zal worden zal er vrede zijn, maar dan ook alleen".
Het was niet te verwonderen dat dit schoone referaat van het begin tot het einde met gespannen aandacht werd gevolgd. De Voorzitter was dan ook zeker de tolk der gansche vergadering toen bij aan het einde Prof. Visscher hartelijk dank zegde voor zijn woord. Onder den indruk der tijdsomstandigheden, aldus de Voorzitter, is er zeker veel over den vrede gedacht en beeft wellicht menigeen in den laatsten tijd ook veel over dat onderwerp gelezen. Maar bij alles wat gelezen en gehoord is, is zeker niet vernomen wat de geachte spreker heeft gezegd. Niet alleen dat zijn woord een eigen karakter droeg, maar het hoeft ons ook weer een heel anderen toon doen beluisteren. Het is dieper ingegaan op de beginselen, op den weg dien Gods Woord ons ook te dien opzichte heeft aangewezen.
De Voorzitter dankt Prof. Visscher dan ook niet slechts voor de bereidwilligheid en vriendelijkheid om te willen spreken, maar ook daarvoor dat hij het gesprokene aan het Bestuur heeft willen afstaan, dat dan ook reeds in de gelegenheid was om het in druk te doen verschijnen. Hij hoopt ten slotte dat het moge medewerken dat ook onder de Gereformeerden in dezen steeds meer helderheid verkregen worde.
Bij dezen wensch sloot zeker de gansche vergadering zich van harte aan. Mede daarom werden zeker bij het uiteengaan der vergadering reeds zoovele exemplaren verkocht. Door de ijverige bemoeiingen toch van het Bestuur van de Utrechtsche afdeeling was het tegen den prijs van f 0, 25 verkrijgbaar gesteld. Hopen wij dat het goede woord nog vele lezers vinden moge. Het is waarlijk wel waard om door degenen die het hoorden nog eens overgelezen te worden, en als zij, die het niet hoorden, het tegen den kostenden prijs van f 0, 25 bij hun boekhandelaar of rechtstreeks bij de administratie van „De Waarheidsvriend" te Maassluis bestellen, kunnen zij verzekerd zijn een referaat te ontvangen dat zoowel wat inhoud als vorm betreft, zijn waarde houdt.
Aangezien het gehouden referaat tegen zeer lagen prijs verkrijgbaar is, zal het niet, evenals vorige jaren, gratis aan de leden van den Bond worden toegezonden. Vandaar dat wij er in ons blad een ietwat breeder verslag dan gewoonlijk van gegeven hebben. Moge dit verslag een prikkel zgn voor velen om het zich aan te schaffen en het in zijn geheel te lezen.
Nadat op verzoek van een der aanwezigen Prof. Visscher de bekende zegenbede van Psalm 134:3 was toegezongen, werd de morgenvergadering, na een opwekkend woord van den Voorzitter tot de aanwezigen, om, voor zoover zij dat nog niet zijn, als lid van den Bond toe te treden, door Ds. Boonstra van Schoonhoven met dankzegging gesloten.
De middagvergadering werd niet ten half 2, maar ten 2 ure geopend. Nadat gezongen is Psalm 72:2, gaat op verzoek van den Voorzitter, de Secretaris voor in gebed. Deze krijgt hierop aanstonds de gelegenheid de notulen der vorige vergadering voor te lezen, die ongewijzigd werden goedgekeurd. Terwijl inmiddels de Bestuursverkiezing wordt gehouden brengt de Secretaris zijn jaarverslag uit. Aangezien ook de niet aanwezige leden van den Bond recht hebben te weten hoe de stand der vereeniging is, laten wij dit ook nu hier weder in zijn geheel volgen.
JAARVERSLAG
van den Geref. Bond, uitgebracht op de Ledenvergadering van 25 Februari 1915.
Zal het jaar 1914 in de geschiedenis der volken met bloedroode letters worden geboekt, destemeer verdient het zeker onze opmerkzaamheid dat in de geschiedenis van ons Bondsleven datzelfde jaar wel met gulden letters mocht worden aangeteekend.
Waar dan ook schier allerwege klachten rijzen over hetgeen in het afgeloopen jaar de volkeren roerde, daar stemt het destemeer tot ootmoedigen dank dat het bruisen van den stroom van ons Bondsleven slechts stof geeft om ons te beroemen in den Naam des Heeren.
Het waren immers de goedertierenheden des Heeren dat ons volk, en in het midden van dat volk onze Kerk, en in het midden van die Kerk onze Bond niet werden vernield. Ja, het was een bewijs van de trouwe Gods over ons dat, waar zooveel bloesem werd afgerukt, onze Bond een nieuwe loot aan een zijner takken zag uitbotten.
Het voornaamste dat van bet afgeloopen jaar vermelding verdient is dan ook zeker de vestiging van een Bijzonderen Leerstoel aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, en de benoeming tot buitengewoon Hoogleeraar van Prof. Dr. H. Visscher, Hoogleeraar in de Theologische Faculteit aldaar. Verschillende voorbereidende maatregelen waren daartoe door het Bestuur genomen. O. m. moest een Reglement ontworpen en aan de Koninklijke goedkeuring onderworpen worden. Bovendien moest een Curatorium worden saamgesteld. Door een en ander werd nog al wat tijd in beslag genomen, zoodat het geduld van menigeen op de proef werd gesteld en het Bestuur zelfs meer dan één betuiging van ongeduld heeft ontvangen. Natuurlijk bleek ook de mobilisatie aan een spoedigen vooruitgang niet bevorderlijk te zijn. Toen eindelijk de Koninklijke goedkeuring van het Reglement was verkregen, is op een gecombineerde vergadering van Curatorium en Bestuur, gehouden op 30 November l.l., de zaak in zoover tot een beslissing gebracht dat op voordracht van Curatoren Prof. Dr. H. Visscher door het Bestuur tot Buitengewoon Hoogleeraar werd benoemd. Zal echter de benoemde deze benoeming kunnen aanvaarden, dan heeft Zijn Hooggel. de toestemming noodig van H. M. de Koningin om naast zijn gewoon ook dit buitengewoon Hoogleeraarscbap te bekleeden. Deze toestemming nu werd aangevraagd en ook door het Bestuur werden bij den Minister van Binnenlandsche Zaken daartoe de noodige stappen gedaan, maar, voor zoover ons althans bekend, bleef dit alles tot hiertoe zonder het gewenschte bescheid. Zoodra de vereischte toestemming is verleend en Prof. Visscher zijn benoeming aanvaard zal hebben, hopen we dat onze besluiten in dezen in daden zullen omgezet worden en dat onze arbeid onder den zegen des Heeren de gewenschte vruchten afwerpen zal.
Wat verder de. werkzaamheden van het Bestuur betreft dient even herinnerd aan de vergadering van ambtsdragers die, uitgeschreven door de Synode der Ned. Herv. Kerk op 16 April l.l., in de Groote Kerk te 's Hage gehouden werd. Wel stond deze vergadering als zoodanig natuurlijk buiten de sfeer van ons Bondsleven, maar het feit dat onze Voorzitter gevraagd was als een der sprekers die daar optraden, was een bewijs dat er ook in de kringen van het hoogste Bestuurscollege onzer Kerk met ons gerekend wordt, en de wijze waarop daar door hem het kerkelijk probleem behandeld is, heeft zeker niet nagelaten een goeden klank van onzen Bond te doen uitgaan. Bovendien was het naar het oordeel van gezaghebbende personen mede een gevolg van de actie door onzen Bond ontwikkeld en met name van het op den voorgrond stellen der Belijdenis, dat de Synode deze dingen aan de orde heeft gesteld.
Ook op gewone wyze is de Bond voortgegaan zijne beginielen te propageeren. , De Waarheidivriend" verscheen geregeld en ook tal van spreekbeurten werden in den loopenden winter gehouden of staan nog in het belang ran Bond of Leerstoelfonds gehouden te worden. De gemeenten waar hetzij door den Kerkeraad of door een daar bestaande afdeeling of vereeniging de aanbieding van een dergelijke spreekbeurt werd aanvaard zijn de volgende: Utrecht, Kampen, Veenendaal, Giessendam, Hoornaar, Hei en Boeicop, Krimpen a/d Lek, Hasselt, Bodegraven, Genemuiden, Leerdam, Dirksland, Rijssen, Zegveld, Leerbroek, Groot Ammers, Ooltgensplaat, A-meide, Wezep, Wilnis, Hoogeveen, Benschop, Ouderkerk a/d IJsel, Alpben, Oud-Beierland, Hedel, Leiden, Ermelo, . Wierden, Vlissingen, Monster, Sommelsdijk, Oude-Tonge, Zwolle, Rouveen, Montfoort, Delft, IJselstein. St. Maartensdijk, Tholen, Hilversum en Hoog-Blokland. De sprekers door wien, naast de Predikant-Bestuursleden, deze beurten werden vervuld zijn de h.h. Ds. Beekenkamp, Ds. Benes, Ds. Kraaij, Ds. Dekking, Ds. Pott, Ds. van der Poll, Ds. Lans, Ds. Zijlstra, Ds. van der Snoek, Dr. van Baarsel, Ds. de Bruin, Ds. den Oudsten, Ds. de Geus, Ds. Prins, Ds. Broekers en Ds. van den Berg. Zoowel het aantal spreekbeurten als sprekers overtreft het aantal van vorige jaren. Daardoor werd onze vrees dat het met het oog op de mobilisatie dit jaar wel eens minder kon zijn, niet weinig beschaamd.
Wat de financieele winst voor het Leerstoelfonds betreft, daarover zal straks onze Penningmeester het zijne wel zeggen. Zeker mede tengevolge dezer beurten ging echter ook het ledental van onzen Bond weer met enkele tientallen vooruit. Hadden we een vorig jaar op onze jaarvergadering juisï het getal 1000 bereikt, thans is dat getal tot ongeveer 1100 geklommen, waaronder 45 predikanten. Het aantal afdeelingen bedraagt 15; te Alphen bestaat een afdeeling met 37, te Benschop met 21, te Delft met 101, te Feyenoord met 49, te Leiden met 55, te Middelburg met 30, te Middelharnis-Sommelsdijk met 64, te Nijverdal met 40, te Rijswijk met 9, te Rotterdam met 37, te Schoonhoven met 15, te Utrecüt met 74, te Vlissingen met 21, te Zegveld met 55 en te Gouda werd nu pas een opgericht met 22 leden.
Zoo is er dus alle reden om over den staat van ons Bondsleven tevreden te zijn. Dank zij de goede gunste Gods over ons, gaan wij, zij het dan ook langzaam, vooruit. Meer en meer begint het onder ons volk gevoeld te worden dat de Geref. Bond niet is wat hem van den beginne af ten onrechte verweten is.
Worde onze Bond steeds meer de band die allen, die voor de Kerk der vaderen het goede zoeken, vereent.
{Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's