De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERSLAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERSLAG

8 minuten leestijd

VERSLAG van de Algemeene Ledenvergadering van den Geref. Bond op Donderdag 25 Februari 1915 in het gebouw voor K. en W. te Utrecht.

(Vervolg.)

Na het Jaarverslag van den Secretaris volgt dat van den Penningmeester, dat eveneens getuigt van toenemenden bloei. Vooral het Leerstoelfonds is in het afgeloopen jaar weer met — wie had het voor enkele jaren durven verwachten ? — enkele duizende guldens vooruitgegaan. Wie van de giften, die wekelijks in „de Waarheidsvriend" verantwoord werden, eenige nota nam — en wie van ' de lezers van ons blad doet dat niet ? — had zeker wel verwacht dat de rekening en veraantwoording van onzen Penningmeester met een flink batig saldo sluiten zou; maar dat de inkomsten van dit jaar die van het vorig jaar nog weer zouden overtreffen, had wel niemand zich kunnen voorstellen, en toch bleek dit het geval te zijn. Een woord van hartelijken dank kwam dan ook nu onzen Penningmeester toe, aan wiens wijze van optreden het zeker voor een niet gering deel te danken is dat ons deze verrassing was bereid. — In zijn woord van dank herdacht de Voorzitter tevens Mej. Verbeek, die door haar verzamelen van postzegels enz, weder een aanmerkelijk voordeel had aangebracht.

Hierna doet de Voorzitter voorlezing van twee ingekomen stukken van de afdeelingen Zegveld en Delft, betreffende de oplossing van het Kerkelijk vraagstuk, inzonderheid met het oog op de bekende door de Synode voorgestelde schrapping van de woorden »wat betreft den geest en de hoofdzaak" in, art. 39 van het Reglement op het Godsdienstonderwijs.

Ds. van Voorthuizen van Zegveld licht nader toe wat de afdeeling Zegveld met haar vraag: hoe de Geref. Bond zich de oplossing van net Kerkelijk vraagstuk voorstelt, bedoelt. Hij zegt: deze vraag is van aanbelang, aangezien er verschillende oplossingen aan de hand worden gedaan. Daarom, stelt hij er prijs op dat er in deze gewichtige zaak meer helderheid komen zal. Hij meent dat die verschillende oplossingen tot twee stroomingen herleid kunnen worden. De eerste is dat, waar onze groote Volkskerk verschillende groepen bevat, deze het best uit elkaar kunnen gaan in een Gereformeerde, ethische en moderne groep. En de tweede is dat het streven wordt voorgestaan van geleidelijke voortgang van het Gereformeerd beginsel, opdat de heele Kerk als zoodanig behouden zal blijven, hetgeen Spr. met het oog op Gods almacht en gezien hoe de Gereformeerden steeds meerder worden in onze Kerk, niet onmogelijk acht.

De Voorzitter licht hierop toe het voorstel van de afdeeling Delft wat betreft de gewraakte woorden „in geest en hoofdzaak". Hij zegt dat men zich ook te dien opzichte op tweeërlei standpunt plaatsen kan. Aan de ééne zijde kan men zeggen: het geeft niets ook al zou deze wijziging worden aangebracht, maar aan de andere zijde, gelet hoe de opzet van deze woorden altoos geweest is om aan de belijdenis te ontkomen is het beter iets dan niets, en acht hij het dus gewenscht met bet oog op het belijdend karakter onaer Kerk dat de schrapping, die nu aan d« orde is, blijven zal en dus niet weer ongedaan zal worden gemaakt. Spr. zegt dat het er ook hier feitelijk om gaat of de Kerk, rekening houdend met de feiten van den dag, er iets voor gevoelt dat de Christus als Zone Gods wordt erkend dan wel als zoodanig geloochend wordt.

Ds. Prins van Doornspijk zegt dat het hem voorkomt dat de voorgestelde schrapping der betrokken woorden althans een stap in de goede richting zou zijn. Hij vraagt verder hoe de Voorzitter denkt over een z.g.n. overgangsbepaling, waarvan Dr. Slotemaker de Bruine in een ingezonden stukje in de N. R. C. gesproken heeft.

Dr. van Baarsel begint met te zeggen dat hij voor de schrapping is van de woorden , in geest en hoofdzaak". Dit kan echter niet meer wezen dan een eerste stap op den weg, om voor ons kerkelijk leven tot een geheel anderen toestand te komen. En wat nu het gesprokene door Ds. van Voorthuizen betreft, meent Spr. dat we te letten hebben op de werkelijkheid van het leven. Zeker, God is "machtig'om door kleine dingen groote te doen, maar als wij op den invloed letten die er van de Kerk op het volkileven uitgaat, dan zeggen de feiten van Middelburg, Dordrecht, Gouda en andere plaatsen, waar de modernen iti de meerderheid kwamen, genoeg. Bovendien meent Spr. dat we voor de ethischen niet minder moeten oppassen dan voor de modernen. Hij herinnert aan uitspraken van Prof. Valeton en anderen om te bewijzen dat men in het ethische kamp onverschillig is wat er met de Kerk gebeurt en dat men daar de modernen niet missen wil. Daartegenover doet hij uitkomen hoe de Kerk de draagster moet zijn van het levende Woord Gods en meent dat een Volkskerk dat nooit wezen kan.

Prof. Visscher wil over deze dingen ook een enkel woord zeggen. Hy gelooft dat wij vóór alles over één ding tot klaarheid moeten komen. Het groote punt, wat wy moeten hebben en waar wq allen naar streven is een Gereformeerde Kerk, een Kerk die leeft in overeenstemming met haar belijdenis. Dat is het einddoel. Dat is de roeping Gods, dat wij als Gereformeerden ook weer Gereformeerd kerkelijk leven zullen. Een Gereformeerde Volkskerk, als gij haar zoo noemen wilt, is voor Spr. niet een Kerk die het heele volk omvat, maar die Gereformeerd leeft.

Nu leven wij tegenwoordig in een Kerk die daar niet op lijkt. En nu is dit maar de vraag: hoe komen wij uit den bestaanden tot den gewenschten toestand? Practisch is daar op 't oogenblik niets aan te doen. Anders komen we tot dezelfde fout als waartoe men in 1886 gekomen is. Wij moeten ons wachten voor een tweede doleantie omdat in haar de poging om de Kerk vrij te maken schipbreuk geleden heeft. Wat dan? Het eerste dat wij leeren moeten is dit dat wij ons bij elkaar zullen aansluiten. Uit den druk dien God op ons legt moeten wij leeren dat wij één zijn. Spr. hecht voor zich niet zooveel aan formules, maar raadt in de gegeven omstandigheden toch aan te nemen wat we in dezen krijgen kunnen. Laten wij in ieder geval doen wat onze hand vindt om te doen. Dat staat vast, dat de Kerk niet alleen een strijd heeft naar binnen, maar ook naar buiten. De Kerk staat midden in de wereld. Gods gemeente wordt aan alle zijden door het ongeloof bedreigd. Dat geldt zelfs van de Roomsche Kerk en dat wordt sterker naarmate het belijdend karakter op den voorgrond treedt. Er komt een oogenblik dat de Hervormde Kerk, zooals zij nu is, niet zal blijven bestaan, dat de bom barsten zal. Wij hebben nu een grooten oorlog. Niemand kan zeggen wat daar de gevolgen van zullen zijn. Die gevolgen kunnen de Kerk ten goede, maar ook ten kwade komen. Op dit oogenblik is dus het voornaamste wat we doen moeten ons aaneensluiten, opdat, als er wat gebeurt, we klaar zullen zijn. We moeten onze roeping verstaan en zien hoe de Heere werkt. Als God groote dingen geeft, moeten wij bereid zijn om ze te ontvangen. Alleen in dien weg kan de nationale Gereformeerde Kerk weer hersteld worden.

De Voorzitter dankt Prof. Visscher voor dit woord waarin hij nog eens opnieuw geteekend heeft wat ook ons ideaal is en blijven zal. Ook hij legt nog eens den nadruk op de noodzakelijkheid van aaneensluiting en zegt dat het er ons niet in de eerste plaats om te doen is om den Bond krachtig te maken, maar om onze beginselen meer en meer te doen doorwerken. Wat de vraag van Ds. Prins betreft merkt de Voorzitter op dat door een dergelijke overgangsbepaling het beginsel schade zou lijden. Hoe goed dus ook bedoeld meent hij dat wij onze beginselen niet aan een gevoel van medelijden mogen opofferen.

De heer Kreusbergen van Utrecht spreekt de wenschelijkheid uit dat ook in de afdeelingen zooveel mogelijk actie in het belang van de schrapping van de gewraakte woorden ontwikkeld zal worden.

Ds. Lans van Ooltgensplaat was, overtuigd van de noodzakelijkheid van de schrapping, naar deze vergadering gekomen, maar door wat hy hier heeft hooren spreken alsof het toch maar een zaak van minder belang zou zqu, zou hem die overtuiging haast gaan begeven. Toch zou hy niet gaarne van hier vertrekken met de gedachte dat we met de gewenschte schrapping niet veel bereiken zouden. Immers een beginsel is een beginsel, hetzij dan groot of klein, en aangezien alles wat niet is naar den Woorde Gods moet uitgeschrapt worden, zou hij met alle kracht willen ijveren om het gewenschte resultaat te bereiken.

Na dit woord, dat algemeen bijval vond, wordt door den Voorzitter de discussie over deze zaak gesloten en worden de algemeene besprekingen aan de orde gesteld, waarbij als gewoonlijk enkele opmerkingen gemaakt werden over het blad; het houden van spreekbeurten, enz.

Inmiddels heeft de Bestuursverkiezing plaats gehad, waaruit blijkt dat de aftredende leden Ds. Goslinga, Ds. Jongebreur en Ds. Remme weer met groote meerderheid herkozen zijn. Allen nemen zij staande de vergadering hunne benoeming weer aan.

De Voorzitter spreekt ten slotte nog een woord van dank, inzonderheid tot de Bestuursleden van de afdeeling Utrecht voor de voorbereidende werkzaamheden die zij zich ook nu weer voor deze vergadering hebben getroost. En nadat gezongen is Psalm 119 : 65 gaat op zijn verzoek Ds. Goslinga voor in dankzegging, waarna de vergadering uiteengaat, overtuigd dat het ons goed geweest was ook ditmaal in broederlijke eensgezindheid samen te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VERSLAG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's