De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

Op de agenda.

De Tweede Kamer heeft de vorige week op voorstel van den voorzitter besloten om op de lijst der Kamerwerkzaamheden te plaatsen het wetsontwerp betrefifende het eedsvraagstuk. Het besluit daartoe werd genomen met 41 tegen 20 stemmen. Met uitzondering der stemmen van de heeren de Savornin Lohman en de Visser ging het bij de stemming zuiver links tegen rechts.

Dat wij het besluit der Kamer betreuren, zal men, na hetgeen wij over het wetsontwerp schreven, begrijpen. Niet dat onze mannen in de Staten-Generaal er tegenop zullen zien om aan een principieel debat over het eedsvraagstuk deel te nemen, maar waartegen het bezwaar ging was dit, dat men zulk een debat gaat houden in tijdsomstandigheden, die een ieder de plicht opleggen om alles wat tot politiek geschil leiden kan, voorloopig te laten rusten.

Of er dan geen middel behoort aangewend te worden om uit de impasse te geraken waarin de rechtspraak door het bekende arrest van den Hoogen Raad gebracht is ? Wie zou op die vraag een ontkennend antwoord willen geven. De zaak die het hier betreft is daarvoor toch van te groot gewicht:

Door den Hoogen Raad werd beslist, dat iemand die niet tot een Kerkgenootschap behoort, niet kan worden verplicht tot het afleggen van een eed en dat een door hem onder - belofte afgelegde verklaring niet als bewijsmiddel kan worden erkend. Het gevolg daarvan is, dat in een strafzaak, of in een burgerlijke zaak ieder oogenblik, waar als bewijsmiddel noodig is de verklaring van iemand niet behoorende tot een Kerkgenootschap, daardoor het noodige bewijs kan komen te ontbreken.

Die toestand is natuurlijk bedenkelijk, omdat de rechtsonzekerheid daardoor zou gaan heerschappij voeren.

Maar was om in dien noodstand te voorzien een regeling noodig, zooals deze door de regeering thans wordt voorgesteld; en die vooruitloopt op de regeling gelijk die o. a. bij de behandeling van het Wetboek van Strafvordering aan de orde zal komen? Wij meenen van niet.

Om uit de moeilijkheid te komen, had een noodontwerp behooren ingediend te worden, ten einde te voorzien in datgene wat tengevolge van het arrest was noodig geweest.

Terecht vroeg de heer van Wijnbergen alsnog de indiening van zulk een noodvoorstel, waarvoor de regeering zoo gewenscht met de Commissie van Rapporteurs kon overleg plegen.

Intusschen heeft de Kamer dit niet gewild. Zij stemde het voorstel-van Wijnbergen af en bracht gelijk wij hierboven zagen het wetsontwerp op de agenda.

De verantwoordelijkheid voor de gevolgen is thans voor hen die zich aan de zijde van den voorzitter stelden.

Met voldoening hebben wij opgemerkt dat de antirevolutionairen en de Roomsch-Katholieken één lijn trokken en dat van de Chriotelijk-Historischen althans de heer Ankerman gelijke richting mede uitging.

Lijkverbranding.

In hoogste instantie is thans door den Hoogen Raad uitgemaakt dat onze begrafenis-wet geen enkele bepaling bevat, waardoor lijkverbranding een strafbaar feit zou zijn. Het hoogste rechtscollege was van oordeel dat wel de begrafeniswet de verbranding heeft willen uitsluiten, maar het verbod zelve heeft in die wet geen plaats gekregen. Gevolg van deze beslissing is, dat wie een lijk verbrandt deswege niet strafrechterlijk vervolgbaar is, zoodat het te verwachten is dat nu veelvuldig het crematorium op de begraafplaats Westervelde bij Santpoort zal worden gebruik gemaakt.

De liberale Vaderlander verheugt zich ten zeerste over de uitspraak van den Hoogen Raad uit een vrijheidsoogpunt. Het heeft het blad altijd met schaamte vervuld dat wie in Nederland het stoffelijk overschot van den dierbare niet ter aarde wil bestellen, maar aan het louterend vuur overgeven, den vrijen, Nederlandschen bodem moest verlaten, Aan dezen ergerlijken toestand is, zoo constateert De Vaderlander, dus een einde gekomen.

Het is voor de vrijzinnigen een feit dat tot groote dankbaarheid stemt, dat het vrijheidsbeginsel heeft getriumfeerd op de Christelijke overtuiging die haar stempel had gezet op het begraven en niet op het heidensch verbranden van de lijken.

Zoo de Wetgever hier niet met een verbod tot lijkverbranding tusschenbeide treedt, is er weer een stuk van het Christelijk beginsel ingeboet.

Uit de Unie-Almanak.

Uit het 36ste Jaarverslag van de Unie „een school met den Bijbel, " dat dezer dagen het licht zag, blijkt dat op 1 Januari van dit jaar er 1142 Christelijke scholen in gebruik waren en dat die scholen op den 15en van die maand door 183174 leerlingen bezocht werd.

Die cijfers waren op dezelfde data in het vorige jaar respectievelijk 1116 en 177058.

Het aantal scholen, dat in aanbouw is, bedraagt 8. 

Wij verblijden ons over den bloeienden toestand waarin zich het Christelijk onderwijs bevindt.

Ook in het afgeloopen jaar gingen wij weer met onze scholen een goede stap vooruit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's