Staat en Maatschappij.
Gekenterd.
De Vaderlander, het wekelijksch orgaan van de „Liberale Unie, " onder redactie van den heer Roodhuizen, vindt in een driestar uit De Standaard, waarin de aandacht wordt gevestigd op de zilveren bruiloft, die „De Schoolraad" op 7 April a.s. vieren zal, en op welk feest zal herdacht worden, dat 'er, toen de Schoolraad werd geboren, 488 christelijke scholen waren met 80000 schoolkinderen en dat na 25 jaren dat aantal is geworden 1142 scholen met 183174 kinderen, aanleiding om een artikel te schrijven over de „kentering", die op het terrein van het onderwijs heeft plaats gegrepen.
In dit artikel komen enkele beschouwingen en conclusies voor, die de Schoolstrijd, gelijk deze door onze mannen gedurende bijna eenp halve eeuw gevoerd wordt, rechtvaardigen, en die als zoodanig waard zijn om onthouden te worden.
Reeds die aanhef van het artikel doet weldadig aan:
Inderdaad, de toestanden op schoolgebied zijn wel veranderd, en wie de inieuwe richting" gadeslaat, waarbij dr. Bos zeker één van de pioniers is te noemen, al heeft Cort van der Linden dan ook reeds jaren geleden de pacificatie verdedigd op den grondslag, waarop men dien thans tracht voor te bereiden, zal moeten toestemmen, dat zijn kop te bersten stoot, wie meent dood te kunnen drukken, wat er leeft in de harten van een groot deel van het volk, en de millioenen, in eigen kring voor bet christelijk onderwijs bijeengebracht, beschamen het thans gelukkig uitstervende praatje, dat men hier te doen had met een kunstmatig opzweepen van de gemoederen tegen de openbare school.
Open en rond wordt hier in het oflficieele orgaan van de „Liberale Unie" tweeërlei verklaard, het gebruiken van een paar minder sierlijke woorden blijven onbesproken.
Ten eerste wordt toegegeven, dat de Schoolstrijd maar geen ijdel vertoon is of uit politiek winstbejag werd geproclameerd, maar eene worsteling, is, welke om der conscientiewille wordt gevoerd, zoodat daarmede de oppositie die tegen de „scherpe resolutie" van Kappeyne opkwam en het verzet dat tegen de onderdrukking van vrijzinnigen tegen de voorstanders van de vrije school werd gevoerd, volkomen gerechtvaardigd was.
En in de tweede plaats worden zij, die tegenstanders zijn van de openbare school en die voor het goed recht van het christelijk onderwijs opkomen geheel in eere hersteld en gezuiverd van de blaam dat bij hen aan de bestrijding van het neutraal onderwijs de bedoeling zou ten grondslag liggen om de gemoederen kunstmatig tegen de openbare school op te zweepen. Het bijeenbrengen van millioenen in eigen kring — zoo schrijft de Vaderlander — beschaamt deze beschuldiging, welke het blad terugbrengt tot een thans gelukkig uitstervend praatje.
Met groote erkentelijkheid nemen wij van deze beide verklaringen acte.
Maar er is nog meer dat wij met volkomen instemming in het artikel gelezen hebben.
Wij zijn het met het blad der „Liberale Unie" volkomen eens, dat ééne School voor gansch de natie reine utopie is. En als dan de Vaderlander verder vraagt: wat kan de wetgever, rekenende met het feit, dat er tienduizenden ouders in den lande zijn, die ander onderwijs voor hunne kinderen begeeren, dan de Openbare School kan geven, doen om het onderwijs van allen tot hooger peil op te voeren? dan is het ons uit het hart gegrepen als het orgaan daarop dit antwoordt: „dat de ouder in Nederland de vrije keuze moet hebben, ook uit finantiëel oogpunt, waar het de richting van het onderwijs geldt, dat hij voor zijne kinderen het meest gewenscht acht, terwijl de Staat door gelijke bedeeling er voor waakt, dat ons volksonderwijs in al zijn vertakkingen aan de hoogste eischen voldoet".
Vooral op die vrije keuze en op gelijkstelling in financieel opzicht leggen wij grooten nadruk. Dat eene vrijzinnige groep als de Liberale Unie tot die conclusies komt, verheugt ons uitermate.
Natuurlijk gunnen wij den heer Roodhuizen gaarne het genoegen als hij beweert, dat de pacificatie aan de Linkerzijde gemakkelijk wordt gemaakt, omdat de voorstanders van pacificatie aan die zijde „onbeperkt vertrouwen hebben in de vitale kracht van de voor allen toegankelijke school, omdat zij weten hoe onmisbaar die voor een groot gedeelte onzes volks is, en dat de rechte waardeering daarvoor eerst zal komen, als aan den schoolstrijd een einde is gemaakt." De heer Roodhuizen moge zich met den wissel, die hij op de toekomst trekt, verheugen. Wij voor ons gaan voorshands niet verder dan voor het heden gelykstelling te vragen voor het Christelijk met het openbaar onderwijs.
Met belangstelling zien wij daarbij tegemoet naar de uitwerking van het beginsel dat, gelijk de Vaderlander verder schrijft, de strijd voor de openbare school gevoerd moet worden met geestelijke wapenen en niet tegen een tegenstander met één hand op den rug gebonden.
Zoo is het. De Christelijke school, die thans nog niet geheel vrij is, moet vrij worden. Er moet gelijkstelling komen ook in financieel opzicht zoowel wat het lager, middelbaar als hooger onderwijs betreft.
Op dit punt heeft de Vaderlander treffelijke conclusies gesteld, die wij hopen, dat spoedig in klinkende munt zullen worden uitbetaald.
Het geheel van het artikel toont aan, dat in de geesten der vrijzinnigen heel wat gekenterd is. Het is wel wat laat, maar „beter laat dan nooit".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's