De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

7 minuten leestijd

Het is volbracht. Joh. 19:30m.

„Volbracht".

t Is niet desgenen, die wil; noch desgenen, die loopt; maar des ontfermenden Gods. Als een waarschuwend opgeheven hand rijst deze naarheid hoog op uit heel de Schrift om ons te vermanen, geene verwachting te bouwen op den grondslag van het eigen werk.

Elk gebouw, waarvan de fundeering werd gelegd in het drijfzand onzer eigen gerechigheid, en de muren opgetrokken van steen gedolven uit de groeven onzer werken, moet onvermijdelijk ineenstorten.

Menigeen, die zich opmaakte om anders, later, Gode aangenaam te worden, zag zijne verwachting in rook opgaan. Hoe menige binnenkamer ving de roerende klachtrede op, dat uit de werken der wet geen vleesch voor God rechtvaardig wordt.

Voor de poorten des hemels verdringt zich een ontelbare schare, die niet kan worden binnengelaten, wijl 't eigen werk geen toegang verleent tot de eeuwige tabernakelen.

Lezer, zult gij ook eenmaal tusschen die ongelukkigen staan, handenwringend en klachten-jammerend ?

Zoo deze vraag uwe ziel verschrikt, onderzoek dan uzelf, of gij ook nog op zandgrond bouwt 't huis uwer hope. Zie dan om naar vasten grond; naar een hechte rots, om op te bouwen. Die is er.

Daar is een Rotssteen, Wiens werk volkomen is; Jezus Christus, Die 't in Zijn zesde kruiswoord aan 't vloekhout uitriep: het is volbracht.

Dit is een hymne der eeuwigheid, die den hemel vervult en 't rijk des afgronds doet schokken.

Een zegekreet, een triumphzang, o wonder, van de lippen eens stervenden aan 't schandhout.

Men heeft gezegd: eer zoudt ge dit woord verwacht hebben van Jezus' belagers; van Zijne vijanden, die 't op Zijn dood hadden toegelegd, en niet rustten voor Hij aan de vloekbalken was uitgestrekt. Nu, zoudt ge meenen, was hun ure gekomen; nu kon zich hun oog verzadigen aan het slachtoffer hunner woede.

Maar Christus kent zichzelf de zege toe van deze ontzaglijke ure. Hij roept het uit, met luider stemme, die 't heelal doorklinkt, dat Zijn werk is volbracht, Zijn doel bereikt. Zijn loop voleindigd.

Maar is dan sterven triomfeeren; is aan den vloekpaal bezwijken dan overwinnen geworden? zoo vraagt de bevreemding der onwetendheid.

Doch 't volk, dat zich vloekwaardig kent,  in dezen Gebondens vrijheid erlangt van dood en doem, verstaat er iets van en knielt neer om de lauweren der aanbidding te hechten voor die doorboorde slapen.

In heilige verrukking smelt hun ziele weg, aIs zij hier zien hoe uitnemend hen hun Borg heeft liefgehad.

Zoeken wij ons den zin dezer wondere woorden des Gekruisten in te denken, opdat ook wij schuiling zoeken in Zijne wonden, schilling onder de plooien van 't Middelaarskleed dat Hij weeft in den ontzagijken arbeid der verzoening.

Het is volbracht!

In 't woord, dat de grondtekst bezigt, ligt duidelijk uitgedrukt, dat hier een doel werd bereikt, waarop van Godswege de eeuwen door is aangestuurd. Hier is doelverwezenijking.

Hier is vervulling van een Raad, van Gods Raad, Vrede-Raad. Geen samenloop van omstandigheden, leidende tot een ongezocht einde, maar veeleer 't rijpen van een vrucht, de afwerking van een bestek, 't bereiken van een doel, waarnaar met bewustheid werd gestaan. Hier is een program afgewerkt; een goddelijk plan verwezenlijkt. Hiertoe is Christus Jezus in de wereld gekomen.

Hier is 't — ondanks al 't woeden der vijanden — alles gegaan naar Gods bepaalden Raad en Voorkennis.

En was Zijn doel bereikt, blijft overwinnaar in den strijd.

Wat zich al niet tegen dit raadsplan teweer stelde! Ach, vriend en vijand.

Satan, die met verraderlijke aanvallen den Middelaar ten val zocht te brengen, maar ook Simon, de geliefde discipel, die 't uitriep : Heere, dit zal U geenszins geschieden!

Maar deze Goddelijke Bouwmeester, die den weg der verlossing aanlegt, en voor arme zondaren eeuwige tabernakelen opricht, een Vaderhuis met vele woningen, is van 't gemaakt-bestek geen oogenbiik afgeweken. Zelf heeft Hij mede in den raadslag des Vaders 't program opgemaakt, en Hij is getrouw gebleven; Hij heeft allen storm 't hoofd geboden; geen prijs te hoog geacht, om Zijne zending te volbrengen.

Eens sprak Hij: zie, ik kom, o God, om Uwen wil te doen. En Hij heeft dien gedaan.

En nu is 't volbracht. Nu staat 't werk der verlossing daar. Geen nagel ontbreekt aan heel 't gebouw. Laat nu de hel vrij woeden. Haar poorten zullen Zijne Gemeente niet overweldigen.

Het is volbracht. En werp hier nu niet tegen in, dat het eigenlijke sterven nog te wachten stond; daarna opstanding, hemelvaart en uitstorting des Geestes nog komen moesten.

Want het kruis is 't centrale punt in 't borgtochtelijk lijden des Heeren; wat nog volgen moest uitwerking, die straks als gerijpte vrucht zou worden ingeoogst. Hier is de vloek gedragen; en daarmede afgewenteld van Gods verkorenen. 't Handschrift hunner zonde aan 't hout genageld; hun schuld betaald, afgedaan, volkomen. Straks teekent de Rechtvaardige Rechter 't voldaan. Straks ook komt de Geest, de Trooster, Die uit den rijkdom van Christus genade voor genade aan bedroefde zondaars toebedeelt.

Hier is 't fonds gesticht, waaruit van nu voortaan door den Geest der genade ellendigen worden vrijgekocht, gevoed, gelaafd, gekleed, gereinigd, toebereid als een bruid tot haren man versierd.

De onuitputtelijke schatkameren des heils zijn nu ten boorde toe vol. Uit deze volheid neemt 't nu straks de Geest, opdat al wie dorst heeft zal drinken, en wie hongerig is zich verzadigen zal, en wie naakt is zal worden gekleed, en wie treurt zal worden vertroost, en al wie krank is genezing zal vinden.

Het is volbracht.

Diep gaapt de kloof, door de zonde in Gods heerlijke schepping geslagen. Zonder mededoogen vreet die alles verterende kanker door. Rijk is de buit, dien de koning der verschrikking alle dagen neervelt en wegsleept naar de oorden der vertering.

Uit duizend kraters stort zich de gloeiende lava der smart over de velden der menschheid, en uit den afgrond rijst de toeleg, om Gode 't volk Zijner erve te ontwringen; de wet heft haar vloekzwaard op over alle vleesch en de donder van 't verbolgen recht Gods ratelt over alle hoofden.

Zal er nooit verlossing komen;

Nooit het uur der vrijheid slaan?

Daar betreedt de Zoon des menschen dit tooneel der jammeren. Hij alleen zal den kamp wagen tegen de machten der hel en de vlammen der wet; tegen den moedwil der menschen en den toorn des Almachtigen.

Spannende strijd; ure van vérstrekkende gevolgen. Maar als de vloek der wet tegen Hem is uitgeraasd, en de toorn des Eeuwigen op Hem uitgebrand en de snoodheid van mensch en duivel aan Hem is uitgewoed, dan... dan staat Hij als Overwinnaar, en van Zijn lippen klinkt met luiden klank: „het is volbracht."

Wat? De raadslag, die Gods heerlijkheid en uw behoud bedoelt, verloren zondaar. De strijd, die de macht der duisternis ook in uw hart terneerwerpt.

Het werk, dat de glorie des Eeuwigen en de zaligheid van doemschuldiger beteekent.

Redding alleen door gena in Jezus' bloed.

Dit „volbracht" heeft verre strekking.

Het heeft de oneindige glorie des Drieeenigen Gods boven alle aanvechting verheven; als straks alle kronen worden neergelegd aan de voeten des Almachtigen in Zijn eeuwigen tempel en alle tong Hem belijdt en alle knie zich voor Hem buigt, dan is dat vrucht van dit „volbrachte" werk!

Als in vindenstijd de macht der zonde in u gebroken wordt en uit 't verbrijzeld hart de tollenaarsbeê omhoog klimt; als gij van afkeering genezen uitroept: laat ons wederkeeren tot den Heere; als gij in nood en dood de eeuwige armen dragend en schragend tot uwe hulpe weet uitgebreid, dan is dat ook \fnicht van 't werk des Heilands aan het kruis.

Hoort, hoe de zaligen Hem daarvoor prijzen: „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's