Jesaja LXIV.
Och, dat Uw hand de heemlen scheuren deed, geduchte God; dat zelf Gij nederdaaldet, de bergen voor Uw aangezicht vermaaldet, vervlieten liet, gelijk het smeltvuur heet opbobblen doet de waatren en verdrogen, opdat Uw Naam Uw haters kennen mogen! Laat zóó de heidnen beven voor Uw macht!
- Eens wrocht Uw arm zeer vreeselijke dingen, gansch onverwacht. De bergen deedt [Gij springen,
neerüslend met IJw weergalooze kracht. _ Geen oor yemam, geen oog mocht ooit [aanschouwen rf TrQ-p*T»*-irn3m-n wat Gg dien doet, die U, o God, vertrouwen.:
Gij, Heere, ontmoet die vroolgk, naar Uw wet/p van IJ vervuld. Uw wegen lijdzaam volgen., . Zie, Heer", Gij waart om onze schula [verbolgen.
Gg schonkï ons loon, d«nzonda3rs^oege^gd.: ^ Ja, deze toom zou eeuwig ons sasttjden, : ondat Ge in 't eind ons nochtans mocht LOevrnaen.; "^5 allen zijn, helaas, onrein, het kleed o-elrjk, btsmet, verdorven in het dragen. Wn vallen af gelijk het blad, den vlagen des n'& jaarswrads ten speelbal: zgn gereed, ccör schuld op schuld, om, door den aam [der winden verwaaid, in 't stof een roemloos eind _ fte "vinden.!
; Ach. niemand, niemand is er, die zich gordt' om zich bg U als zondaar aan te klagen, ; om naar Uw Xaam, uw heilgen Naam [te vragen, dat weer die Naam, DIB ïf AAM geheiligd word', j want Gg verbergt Uw oog en kunt het | [dalden, r dat wg verzinken in een zee van schulden.;
Nochtans, Gg Heer', zgt onze Vader toch: wg zijn het leem, gekneed door Uwe handen; wij zijn Uw werk: maak ons toch niet [te ichanden,
Eöor ons gebed: o Vader, hoor ons tochl Wees niet zoo zeer, ach, al te zeer verbolgen: ; Iaat niet Uw straf ons eeuwig achtervolgen!,
Zie toch, aanschouw; wg zgn Uw eigendom: Cw steden zijn een woestenij geworden: -Jernsalem verheerd door vreemde horden, een •wildernis Uw Sion van rondom: ons heilig, heerlijk Huis vernield, verstoken van allen glans, een puinhoop, ongewroken!
05S HEILICT, HEEELUK Hns, waarin weleer j de Vaderen U loofden, ligt vertreden, door vuur verbrand en al de heerlgkheden, zoo dierbaar ons, , -^-ze zgn verwoest. - O Heer", , zoudt Ge onontroerd op zulk een gruwel [staren r^„, .^ stilzwijgen en zóó zeer Uw volk vervaren ?
H. 9 Mrt 1915.
H. J. Sior.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's