Verslagen.
HlLVERSUM, Voor de Kerkelijke Kiesvereeniging »Onze Hulpe is van den Heeren alhier, was op 26 Nov. '14 Ds, van Grieken van Delft zoo welwillend in een lezing voor ons op te treden met het onderwerp: »Het Duizendjarig rijk, « welke door een gevulde zial met belangstelling en aandacht werd gevolgd.
Z.Eerw. had toen zijn hulp toegezegd om in't winterseizoen voor ons nog te verkrijgen een »Bondsbeurt« op de bekende voorwaarden die het bestuur van den Geref. Bond zoo goed is te stellen ook voor belangstellende plaatsen waar geen afdeeling is gevestigd. Naar aanleiding hiervan kwam öp Maandag 23 Maart j.l. Ds. Jongebreur van Veenendaal tot ons over om te spreken over »Een ijver voor Gods Huis.ct Z.Eerw. koos daartoe zijn uitgangspunt in het woord van Joh. 2:17: De ijver van Uw Huis heeft mij verteerd.» Na in eene zakelijke inleiding betoogd te hebben dat de Kerke Gods van den Heere verkoren is als gemeente, niet als eenlingen; dat de Kerk als zoodanig eene onzichtbare zijde heeft van 's Heeren kant; en ook eene zichtbare, zooals wij haar zien; en dat ze zich hier in Gods voorzienigheid aan ons openbaart in de Ned. Herv. Kerk, (hoewel ze verspreid is van haar onzichtbare zijde in vele kerken en genootschappen) en dat dus die Kerk als zoodanig onze belangstelling zeer waard is, stelt spr. de vraag: s er wel ijver voor Gods Huis, en is die ijver waarlijk de rechte ?
Om deze vraag recht te toetsen wordt dan achtereenvolgens besproken: ie. Wat hebben we te verstaan onder »Gods Huist ? 2e. Wat onder »de ijver voor Gods Huisï ? 3e. Wat is het »verteerd worden door den ijver voor Gods Huiss? Op zeer heldere en tevens diep ernstige wijze worden deze vragen aan de hand van Gods Woord beantwoord, en gewezen, eenerzijds op de onmacht van ieder mensch om uit hart en Kerk ook maar iets te kunnen bannen tot heiliging, anderzijds op de verantwoordelijkheid en de roeping van ieder lid der Kerk om zich door den Koning der Kerk nog te laten gebruiken als een touwken in den geescl om uit te drijven, en om te keercn alles wat daarbinnen niet behoort of strekkende is tot ontheiliging. ,
Met groote belangstelling en algemeene voldaanheid werd deze schoone en ernstige rede door de aanwezigen beluisterd. Zeer jammer dat vanwege het reeds vergevorderde seizoen de opkomst niet zoo groot
was, als we hadden mogen verwachten. Moge het een volgenden keer, als Ds, Jongebreur ons nog eens van dienst wil wezen, beter zijn; en moge het in alles blijken dat het goede woord hier gesproken onder de leiding des Geestes vrucht mag dragen, onze Kerk en onze gemeente ten blijvenden zegen.
Tijdens den middenzang werd gecollecteerd voor het Leerstoelfonds van den Geref. Bond, 't welk f 7.71 opbracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's