De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

6 minuten leestijd

Is dat gereformeerd?

Geachte Hoofdredacteur van ons Bondsblad.

Ik ben niet gewend in couranten te schrijven, maar ik wilde u eens vragen: Is het optreden van ds. Paauwe in onderscheidene Gemeenten, waar in de Ned. Herv. Kerk de Waarheid gepredikt wordt en gesproken wordt naar het harte van Jeruzalem, wel geoorloofd? Mag iemand dingen doen die ingaan tegen den regel en de orde van Gods Woord? Ik denk aan zijn optreden in Oud-Beijerland, waar Ds. Remme staat; ook aan zijn optreden in Utrecht, waar Ds. Leenmans en Ds. Goslinga staan; ook aan zijn preeken in Delft, den Haag enz. Het is dan een groepje menschen van allerlei kerkelijke en on-kerkelijke richting die dat uitlokt en bevordert en regelt en betaalt. Waaronder dan helaas! ook Hervormde mannen en vrouwen. Is dat nu wel goed te keuren? Ik meen van niet. Waarbij het jammere verschijnsel zich voordoet, dat menschen, die nergens thuis zijn en aan niets meedoen wat in het midden van Gods Koninkrijk zoo broodnoodig is, voor een poosje vooraan zitten en dit vuurtje, dat tot verwarring en schade onzer Herv. Gemeenten is, ijverig stoken.

Is dat niet een treurig teeken van de onvastheid van veler overtuiging en wordt hierdoor onzen Geref. predikanten niet grootelijks verdriet en smaad aangedaan. Mij dunkt, Herv. menschen moesten zich hier niet voor geven.

Wanneer Ds. Paauwe, buiten de kerk staande, preeken wil, laat hij dan in den Haag of waar ook een eigen gemeente oprichten, maar laat hij niet in een weg wandelen dien God in Zijn Woord verbiedt. Het lijkt veel op een varen zonder roer en het leidt ten slotte nergens toe, dan tot veel bitterheid en groote verwarring.

De liefde voor onze Geref. predikanten en de kerkelijke belijdenis dringt mij tot dit schrijven.

Hartelijk dank. Bondsvoorzitter, voor de mij verleende plaatsruimte.

Uw vr. en br.

D. VROON, Barendrecht.

Onderschrift van den Hoofdredacteur:

Ook wij gelooven, dat Ds. Paauwe niet goed doet met 's Zondags en voorts elken avond der week her en derwaarts te reizen om te preeken. Er zijn natuurlijk altijd wel menschen — van allerlei slag — die dat willen en bevorderen. Dikwijls menschen die er in groeien als de Herv. prédt. een trap krijgt en de Herv. Kerk een slag. Ds. Paauwe moest liever er naar staan om van den Heere aanwijzing te krijgen waar hij, in geordenden weg, in den dienst Zijns Meesters werkzaam mocht zijn. 't Is nu maar een losse weg — waarbij 't is alsof er geen kerk, geen armen, geen zending, geen opleiding tot den dienst des Woords noch iets dergelijks bestaat, 't Is maar om in een kringetje van „vrienden en vriendinnen" saam te zijn — en verder niet. We vinden het vreeselijk jammer, dat Ds. Paauwe meent deze roeping van den Heere te hebben ontvangen. Zou 't wel waar zijn? Zou toets van het Woord en onderzoek van onze belijdenisschriften hieromtrent niet wat kunnen leeren? Wat geopehbaard is behoeft niet meer als met hoorbare stem uit den hemel te komen, 't Komt ook niet.Intusschen is 't beste om deze zaak zoo kalm mogelijk te dragen, 't Zal z'n eigen loop wel hebben. Wie weet wat het einde nog is? ! We hopen 't beste.

Meer licht.

Geachte Redacteur.

Bevreemding en verbazing is er allerwege gewekt, door het bekende verzoek van de Theologische faculteit te Utrecht. Schier onder alle groepen van rechtzinnige belijdenis was in den laatsten tijd een verlangen ontstaan, in ééndrachtigen zin saam te werken tot herstel van onze Kerk. Zoo zelfs, dat een heilige aandrift werd gespeurd daar, waar men het niet had durven hopen. Alom een opwaken en een meeleven, waarin elk vroed hart zich verheugde. Zoude de droeve tweespalt tusschen broeders van éénzelfde huis zijn bezworen ? Zouden bij het zien van den algemeenen vijand van Gods Woord en Waarheid de splinterige verschillen op zij worden gezet ? Zoude door de goede gunste onzes Gods werkelijk een terugkeer naar de oude paden verwezenlijkt worden ?

Vele teekenen stemden hoopvol en met blijde verrukking sloeg men het ga. Saam werden de handen ineengeslagen. Denk slechts aan het jongste adres-Lütge CS. Met de bede: »breng ons weder, « werd menige aarzeling overwonnen en saam trok men op onder het vaandel: de Kerk hebbe den heiligen moed haar belijdenis te handhaven.

Geen willekeur mag langer worden geduld. Het Synodale voorstel, om tot schrapping van de bekende formule van "geest en hoofdzaak« te geraken, dient krachtig te worden gesteund.

Het »ja en neen«-standpunt is kerkrechtelijk en zedelijk geoordeeld. En daarom hoe eêr aan deze averechtsche toestand een einde kome hoe beter.

Degelijk en deugdelijk is meer dan eens in Uw blad deze thans ingeslagen weg voorgesteld en aangeprezen. Deze gang van zaken stemde tot groote dankbaarheid.

Maar waartoe is nu noodig deze actie te verlammen, door een modus vivendi in het leven te roepen, waarvan het gevolg zal zijn, of dat de zaak blijft sooals hij is of dat bij consequente doorvoering een uiteengaan wordt voorbereid van de meest verstrekkende gevolgen?

Wij verstaan dat in de Standaard van 18 Mei dit Utrechtsche verzoek wordt toegejuicht. Met ongeëvenaarde kracht van redenen is van dien kant sinds 1870 in deze richting gestuurd.

Maar onze idealen zijn toch anders. Wij willen de Kerk niet prijsgeven. Noch door de loochening van den Christus te dulden, noch door ontbinding van haar in de hand te werken.

Wat is hierover Uw gevoelen? Vandaar mijn vraag: meer licht. U dankzeggend voor de verleende plaatsruimte.

Hoogachtend, Uw dw.,

A. H. J. G. VAN VOORTHUIZEN.

Zegveld, 18—5—'15.

Onderschrift van den Hoofdredacteur :

Wij zijn geen voorstander van dit Utrechtsche adres, 't Komt ook niet uit den Geref. Bond. 't Komt uit den boezem van de theol. professoren te Utrecht, Van de Kerk een Vereeniging te maken is nooit ons ideaal geweest.

Dat het juist mi komt vinden we ook jammer, 't Zal de kapstok worden waaraan alles zal worden opgehangen. De heeren in de Synode zullen lang praten, er zal een commissie benoemd worden(? ) en.... alles blijft hetzelfde.

Dat kan de actie voor de schrapping van „geest en hoofdzaak" verlammen. En daar waren nu de meesten iiit de rechtsche partijen saamgebracht. Ongezocht. Onder de wondere leiding Gods. Mee door toedoen van de Synode zelf. Dat wordt nu lam geslagen. Althans 't gevaar daarvoor is groot.

Intusschen moeten we eerlijk zijn. En waar van bevoegde zijde, ook in óns Blad, zeer stellig verzekerd is, dat dit noch de bedoeling van Prof. V. Veen, noch van Prof. Visscher, noch van Prof. V. Leeuwen is, moeten we dat aannemen en gelooven.

Toch kan natuurlijk iets gebeuren wat men niet bedoelde. En dat zou jammer zijn. Wanneer men nu eerst deze „Geest en hoofdzaak-beweging" eens rustig had laten uitwerken, dan ware dit o.i. verstandiger geweest. De wijze kent immers tijd en plaats?

Laten we evenwel naar 't geen ook in ons Blad van bevoegde zijde werd geschreven luisteren: „Dat onzerzijds de strijd tegen alles wat thans in de Reglementen der Kerk de verwording van het kerkelijk leven en de ontkerstening der Kerk bevordert, met alle kracht en te allen tijde moet worden gevoerd, dat spreekt zóo van zelf, dat het geen nader betoog behoeft." („Doen en niet nalaten" No. 25 van 21 Mei j.l.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's