Financiën.
Het volgende schrijven is door mij ontvangen uit A.
Waarde penningmeester,
Als getrouw lezer van de Waarheidsvriend heb ik tot mijn blijdschap gemerkt dat het bestuur van den Bond er toe is overgegaan om bij het Leerstoelfonds ook een Studiefonds op te richten. Daar heeft' de Bond goed aan gedaan. Alles wat dienstig kan zijn om de prediking van de Gereformeerde Waarheid te bevorderen, moet niet nagelaten worden, en zeer zeker is daar ook een Studiefonds voor aangewezen, want al zouden wij nu hoogleeraren hebben, die naar Gods Woord onderwijs geven, wat helpt het als er geen studenten zijn om van dat onderwijs te profiteeren. Juist hoorde ik dezer dagen hoe het aantal studenten in de Theologie in de laatste jaren aan het verminderen is en noemde men mij het betrekkelijk klein getal dat daarvoor is ingeschreven. Als dat juist is — en ik twijfel er niet aan — dan is het treurig gesteld en zullen de open plaatsen, vooral van Gereformeerde gemeenten, nog in sterke mate toenemen.
Daarom, waarde penningmeester, waar naar de natuur welgesteldheid en rijkdom nog geen verstand geven en het niet-bemiddeld zijn het niet uitsluit, terwijl bij de genade deze maatstaf in het geheel niet aangelegd kan worden, zoo kan een ieder, die het wèl meent met onze Herv. Kerk, het niet anders dan toejuichen als de Bond na degelijk onderzoek minder welgestelde jongelieden, die lust en aanleg hebben en wat er nog meer vereischt wordt, financieel zal steunen. Daar dit nu alleen met woorden, hoe goed ook, niet gaat, sluit ik hierbij in een blyk van sympathie met deze zaak (f25). Meer heb ik voor het oogenblik niet te missen. Ik hoop echter dat, evenals voor het Leerstoelfonds, de giften die, zooals u wei eens schrijft, met dikke letters vermeld worden, ook voor het Studiefonds niet achterwege zullen blijven.
Met beleefde groete,
W.
Verbazend! Zoo'n brief moest ik nu iedere week ontvangen, die maakt het voor mij al heel gemakkelijk! Die zegt nu zoo ongeveer en zelfs zooveel beter wat ik had willen schrijven. Ik zal dan ook nalaten er iets aan toe te voegen. Het, zou den indruk maar bederven. Intusschen hartelijk dank ik den heer W. voor zijn schrijven en voor de gift. Het was inderdaad een verrassing. En die heb ik deze week nog meer.
Zoo gebeurde het mij deze week dat ik op een avond de deur uit wilde gaan, toen er juist gebeld werd. Er stond een mij onbekende man voor mij. „Bent u mijnheer Fliehe? " „Jawel." „Ik kom u iets brengen voor het Leerstoelfonds." „Man, kom binnen", zei ik, „je bent me welkom!" Hij vertelde mij toen dat hij een schipper was, genaamd B., uit Avereest, die met zijn schip in Arnhem in den Rijn lag en gedacht had: nu ik toch hier ben, ga ik den penningmeester zelf eens iets brengen voor het Leerstoelfonds, waar ik iedere week van lees. Hij gaf mij f 2 en 1 zilverbon van f 1, door zijn zoontje opgespaard. Hij was blij dat hij nu eens kennis met mij gemaakt had en .... ik was het ook.
Maar alle menschen hebben geen schip om naar Arnhem te komen en soms geen postwisselformulier in huis om het mij te sturen. Voor de gemeente Schoonhoven behoeft dit geen bezwaar te zijn Daar woont een dominé Boonstra. Die vond deze week f2.50 in zijn brievenbus, voor het Leerstoelfonds bestemd, welke hij mij per postwissel toezond, waarbij ZWEw. vermeldde: „Ik recommandeer mijn brievenbus als hulpbus voor den Leerstoel. Er kan veel in!" En als het er eenmaal in is, komt het er ook wel uit en bij mij! Dus dat is veel waard voor Schoonhoven en omstreken!
Ook Ds. G. Benes te Delft wil zich er gaarne voor geven om gaven voor den Leerstoel en het Studiefonds in ontvangst te nemen. Voor het laatste ontving ZWEw. f 1 van mej. D. Voor de toezending hartelijk dank.
Ja, lezers, het Studiefonds begint er in te komen. De oogen gaan er voor open. Och, als de Heere een zaak wil zegenen, dan is ze gezegend, ondanks alle tegenwerking, hetzij dan van Haagsche of Utrechtsche kringen, het doet er niet toe, dan komt het er toch, al is het dan soms ook niet langs den weg, dien wij meenden.
Ook de eerste jaarlijksche bijdrage voor het Studiefonds is gearriveerd. Ze was van R. B. te Baarn f2.50 en werd onmiddellijk gevolgd door een tweede van f2.50 van Ds. V. G. te Delft.
Ook uit Gouda kwam nog f 1 van D. W. voor ons Studiefonds.
Verder ontving ik nog uit Wijngaarden een nagekomen Paaschcollecte van f 5.41
Als ik nu nog vertel dat Ds. M. Jongebreur te Veenendaal mij overhandigde f27.50 van geïnde contributies der leden aldaar, f 1 als gift van P. V. E. en f5 uit de catechisatiebus, dan ben ik aan het eind van mijn opgaven, en dan zult ge mij toestemmen: het gaat goed; niet te klagen.
Den Heere daarvoor de dank en de eere.
J. C. FLIEHE,
Penningmeester.
Arnhem, G. A. van Nispenstraat 18.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier,
Deze week ontving ik één pak uit Delft van mej. J. Bakkeren. Het is een reuzenpak en de inhoud zal wel niet tegenvallen. De tijd ontbrak mij om het na te zien. Hartelijk dank er voor.
Met aanbeveling,
Mej. H. H.' VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's