Staat en Maatschappij.
Wind en storm.
Bij den stembusstrijd hadden de vrijzinnigen steeds het fortuintje om de politieke antipapisten aan hunne zijde te hebben. Het ging dan tegen de coalitie en daarbij was elke hulp welkom. Het gros der liberalen wist wel beter, dat bij eeue rechtsche meerderheid en een rechts Kabinet er geen gevaar dreigde voor het voeren van een Roomsche politiek en dat het gansch andere beginselen waren, welke de coalitie in hare politiek leidde, maar toch' droeg men mede hout aan om het vuurtje van het anti-clericalisme lustig te doen branden. Het volk moest zoo langzamerhand er van bewust worden, dat het steunen der rechterzijde gelijk stond met het sluiten van een verbond met Rome. Dat wapen, dat steeds met groote vaardigheid werd gehanteerd, is thans gebleken ook voor de vrijzinnigen gevaarlijk te gaan worden. Dit ondervindt het Kabinet-Cort van der Linden door de indiening van zijn voorstel inzake het tijdelijk gezantschap bij den Paus. Er zullen heel wat vrijzinnigen zijn, die het o zoo gaarne zouden willen, dat die fanatieke anti-papisten zich nu maar stilhielden, maar daarvoor zijn de hartstochten te veel geprikkeld geworden. Scherper dan ooit te voren wordt thans tegen het denkbeeldig Roomsche gevaar opgetreden.
De vrijzinnigen, die wind zaaiden, oogsten storm.
Een bedenkelijk standpunt,
De regeering draagt zelve schuld, dat ten aanzien van hare verklaring, dat het zenden van een gezantschap naar het Vaticaan slechts een TIJDELIJK karakter zal dragen, bedenking is gerezen.
In de zitting der Eerste Kamer van 10 Februari 1.1. sprak de Minister van Buitenlandsche Zaken de meening uit, dat de omstandigheden er niet naar zijn, om op dit oogenblik-de missie bij het Vaticaan te herstellen. Doch daarop liet die bewindsman toen dit volgen: „dat.indien de omstandigheden zoo mochten worden dat het op een gegeven oogenblik wenschelijk ware, ten einde onderhandelingen of besprekingen van welken aard ook te voeren, een gezantschap tijdelijk of misschien zelfs permanent (wij cursiveeren) bij het Vaticaan te vestigen, ik althans — en ik meen in deze namens de . geheele Regeering te kunnen spreken — mij uit beginsel daartegen zeker niet zou verzetten".
Deze verklaring lijkt ons niet voorzichtig, en tevens ook hoogst bedenkelijk.
Het is naar aanleiding van deze verklaring, dat vele leden der Kamer en o. i. zeer terecht het blijkens het voorloopig verslag op het regeeringsvoorstel het noodig achten dat de Regeering zich omtrent hare bedoelingen nader duidelijk en positief zal uitlaten.
Ie. dat zij tot instelling van een permanent gezantschap bij den Paus in geen geval hare medewerking zal verleenen;
2e. dat zij aan de lijdelijke zending een einde zal maken, zoodra de vrede geteekend h of reeds vóór dien tijd, als mocht blijken, dat samenwerking met den Pauselijken Stoel niet aan pogingen tot herstel van den vrede bevorderlijk kan zijn;
3e, dat zij, indien men zich later ter bestendiging van het gezantschap zou beroepen op het antecedent der tijdelijke missie, dat beroep ongegrond zou achten.
Voor alles behoort de regeering op deze punten gerustellende verklaringen te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's