De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

De Proponentsformule.

't . Gaat in onze Herv. Kerk niet goed. Dat komt omdat alles zóó ingericht is, dat feitelijk allerlei leering mogelijk is. 's Morgens kan geleerd worden in het midden van de Gemeente wat naar uitwijzen van Schriften belijdenis is, maar 's avonds wordt van denzelfden kansel — neem b.v. Gouda — de godheid van Christus ontkend en de verzoenende kracht van Zijn bloed geloochend.

Dat is verschrikkelijk!

Denk u een oogenblik de tegenstelling eens in, dat op het Paaschfeest gepredikt wordt: „de Heiland is waarlijk opgestaan en is van de Zijnen gezien", terwijl op datzelfde feest van denzelfden preekstoel wordt verteld, dat Jezus natuurlijk niet is opgestaan èn dat alles wat de bijbel daaromtrent vertelt anders moet worden opgevat dan er staat.

Neen, ieder behoeft het nog niet zoo ruw te zeggen als de oude dominé Zaalberg (de vader van den bekenden Haagschen predikant van dien naam) die, op een vraag van zijn gemeenteleden wat er dan eigenlijk met Jezus gebeurd is, als Hij niet is opgestaan, kortweg antwoordde: „natuurlijk verrot." Maar 't is toch verschrikkelijk, dat er zoovelen zijn die in geest en hoofdzaak toch precies hetzelfde leeren als die ouderwetsche moderne — terwijl er maar niets aan gedaan wordt.

Maar wat moet er aan gedaan worden? vraagt men. Onze Kerk heeft nu eenmaal zoo'n ongelukkige bestuursorganisatie en we zijn onze kerkelgke vergaderingen kwyt, waar naar uitwijzen van de Schrift en in aansluiting aan onze belijdenis kan worden gesproken. Wat kan er dus eigenlijk gedaan worden?

We willen daarop even antwoorden.

Dezer dagen is op verscheidene plaatsen een soort wolk-breuk geweest. De regen viel bij stroomen neer. En in tal van huizen lekte het geweldig. De goten waren verstopt. De riolen konden het niet verzwelgen, 't Was een onaangename verrassing voor vele huismoeders!

Wat deed men?

Men stuurde boodschappen naar den metselaar, naar den timmerman, naar denl^dgieter om zoo spoedig mogelijk te helpen, 't Huis liep onder en men moest geholpen worden.

Zoó, zouden we willen zeggen, moest men ook doen in onze Herv. Kerk.

Men heeft jaar op jaar — onder de overheersching van de Groningers en de modernen — de mazen van onze kerkelijke reglementen (vooral die voor 't Examen en voor 't Godsdienstonderwijs) hoe langer hoegrooter gebreid. Met veel overleg en met veel handigheid. Dan probeerde men het eens zoó en dan weer zoó. Onder voortdurend protest va de orthodoxen.

En ja, men had o! zoo gaarne veel vérder gegaan in het reglementeeren van onbeperkte vrijheid. Maar dat kon men niet altijd zoo vlot klaarspelen. En daarom, neen! men heeft niet bereikt wat het moderne ideaal is.

Nooit heeft men het zoó ver kunnen brengen, dat werd beschreven: „de Ned. Herv. Kerk heeft geen belijdenis meer en ieder is vrij om te leeren en te belijden wat hij wil."

Steeds heeft men — tot veler bittere teleurstelling — weer moeten aanhooren en ook zelf moeten naprevelen met de lippen : de Ned. Herv. Kerk heeft een belijdenis; zij is een belijdende Kerk! haar belijdend karakter moet gehandhaafd blijven; en het verste dat men gaan mag in het verleenen van vrijheid is: met den geest en de hoofdzaak van de belijdenis mag men volstaan.

Dat is dat onwaarachtig schipperen — waarvan gesproken is. , .

Maar intusschen is de practijk, dat men eenvoudig leert en prediktj en belijdt wat men wil.

Ziet, dat is bandeloosheid; dat is willekeur; dat is onbehoorlijk en ongewenscht.

En, daarom, waar de practijk van ons kerkelijk leven alzoo is gemaakt door de Groningers en de modernen — wat bizonderlijk uitkomt bij eenvoudige bestudeering van den gang van zaken in betrekking tot de wijzigingen van de proponentsformule (1816—1854—1883 en 1888) en de veranderingen ten opzichte van de belijdenis vragen (1816-1862—1880) daar ligt het voor de hand, dat voor 't oogenblik gedaaan moet worden, wat door de orthodoxen kan gedaan worden, n. l. de losbandige bepalingen een weinig strakker aanhalen in bewoordingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben.

Neen, wij kunnen niet maar zoo eventjes onze Kerk weer brengen in dien toestand, dien de gereformeerden naar hun dogmatische opvatting en naar hun kerkrechtelijke overtuiging zijnde — naar uitwijzen van de Schrift en van de kerkelijke belijdenis — 't liefst zouden zien hersteld.

Maar wat de orthodoxen wél kunnen in den middellijken weg, met de hulpe onzes Gods, dat is: dat de feitelijk bestaande willekeur, die tot smaadheid van 's Heeren Naam is en tot schade voor de zielen, een weinig worde ingeperkt.

De tijden zijn ernstig.

En nu gaat 't er om, in onze dagèn, ''*'of de feitelijke, hoewel onwettig bestaande willekeur in de Kerk zal bestendigd worden, dan wel of althans eéne schrede zal gezet worden op den weg van handhaving van het christelijk karakter onzer Hervormde Kerk,

't Gaat niet om de drie Formulieren van Eenigheid. Niet om handhaving van die Formulieren. Niet om.een partij. Niet om uitdrijven van deze of gene,

't Gaat om de handhaving van het christelijk karakter onzer Hervormde Kerk.

Niet in theorie.

Want in theorie is 't in orde.

Maar in de practijk — die vloekt met alle theorieën en zoo verderfelijk is voor de Kerk, die zoo diep is gezonken, naaar welke de Heere den scheidsbrief nog niet gaf.

Voelt men dat het zonde is, om zoo gruwelijk af te wijken van's Heeren Woord ?

Laten dan alle orthodoxen, die het wèl meenen met onze Herv. Kerk, doen wat voor 't oogenblik mogelijk is.

Laten ze allen meewerken, dat we wijziging krijgen in betrekking tot de belijdenisvragen (schrapping van de woorden „geest en hoofdzaak" in art, 39 Regl. Godsd onderwijs) maar ook zich wenden tot de Synode van 1915 met eën adres, waarin duidelijk en ernstig betoogd en bewezen wordt, dat de proponentsformule (art. 27 Regl. op het Examen) niet in orde is, gelijk de practijk bewijst.

Een model voor zoo'n adres is toegezonden aan de Kerkeraden, onderteekend door 183 predikanten, waaronder b, v, zijn: Ds. Lütge, Ds. Buenk, Ds. Kromsigt en Ds. Oorthuijs van Amsterdam, Ds. Beekenkamp en Benes van Delft, Ds. Datema van Muiden, Ds. Dippel en Ds. Willemze van Groniugen, Ds. V, Heijningen van Bussum, Ds. Kalkman van Harmeien, Ds. Krop en v. Toorn van Rotterdam, Ds. Lingbeek van Spijk, Dr, Locher van Waspik, Ds, Feijkes van Dordt, Ds. Klomp van Wassenaar, Ds. v, Kooten van Steenwijk, Ds. Koolhaas van Zuidland, Ds. Posthumes Meijers van 's Gravenhage, Ds. Stigter van Berkel, Ds. van der Wal van Hoevelaken, Ds. Tjebbes van Middelburg enz. enz..

Dat adres bedoelt om aan de Synode te kennen te geven, dat tal van kerkeraden en predikanten het gansch niet goed kunnen vinden dat de Synode van 1914 wijziging van de proponentsformule heeft geweigerd. En het vraagt daarom, met zeer breede toelichting, om zoodanige wijziging te brengen in de Proponentsformule, dat het duidelijk blijke 1e wat met „beginsel en karakter" der Hervormde Kerk wordt bedoeld en 2e dat „het Evangelie van Jezus Christus", in bedoelde belofte genoemd, geen ander is dan hetgeen Christus en Zijne Apostelen zelf hebben  gepredikt naar het getuigenis der Heilige Schrift en hetgeen Christus Zelven als den algenoegzamen Zaligmaker tot inhoud heeft.

Wij zouden aan onze predikanten en kerkeraadsleden, die dit stukske van onze hand lezen, wel willen vragen : zorg er voor, dat zooveel mogelijk alle kerkeraden, die iets van de zonde en den nood der Kerk gevoe­len, dit adres opzenden naar de Synode.

Laat er een stem uit de Kerk gehoord worden, komende van alle kanten.

Temeer waar de modernen nu ook aan alle kerkeraden een adres ter teekening hebben voo gelegd, waarin de toeleg zit om de tegenwoordige toestanden te mogen behouden, om ongestraft te kunnen voortgaan met leeringen te verspreiden die Gode en Zijnen Christus tot smaadheid zijn en den ondergang der Kerk zullen verhaasten.

Laat er alzoo onder ons één lijn getrokken worden. Eendracht maakt macht.

En de Heere geve uit genade, dat ons protest en ons verzoek niet ijdel zij, maar nog mag meewerken tot herstel en behoud van onze Herv. Kerk, die als Kerk heeft te belijden den naam des Heeren en bizonderlijk den naam van Jezus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, Sions Borg en Zaligmaker.

Zooals men weet moet de kerkeraad het gedrukte adres onderteekenen en dan, met  een begeleidend schrijven, toezenden aan het Class. Bestuur, verzoekende of dat Bestuur het adres wel wil doorzenden aan de Synode.

Vereenigingen of daarmee gelijkstaande corporaties kunnen óok adressen zenden aan de Synode — maar deze moeten het dan adresseeren aan den Secretaris der Synode, Javastraat 300, Den Haag,

Mochten er kerkeraden of personen zijn die het door ons bedoeld adres nog niet hebben ontvangen, men wende zich dan tot Dr, G. Oorthuijs, Ned, Herv. pred, te Amsterdam (van Breestraat 99), met verzoek alsnog een exemplaar te mogen ontvangen.

Toezending geschiedt dan p. o.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1915

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1915

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's