Staat en Maatschappij.
Het votum der Eerste Kamer.
Met 23 tegen 17 stemmen heeft de Eerste Kamer het eedswetje verworpen.
Deze uitslag, waarbij het rechts tegen links ging, was te verwachten.
Bij de behandeling van het wetsontwerp j in de Tweede Kamer bleek het toch duidelijk, dat het hier geen onverschillige zaak gold, maar dat bij de wetsvoordracht wel degelijk een beginsel van beteekenis betrokken was.
Gelijk te begrijpen valt, komt al wat vrijzinnig is, tegen de afstemming in het geweer. Deze daad wordt ten sterkste afgekeurd, de Eerste Kdmer had geen flauw begrip van wat hare positie haar voorschreef, de beslissing die genomen werd was een stuk partijpolitiek van de slechtste soort. Maar wat zou van dien kant wel gezegd zijn geworden, wanneer de Eerste Kamer eens met het wetsontwerp ware medegegaan? Nu, het laat zich indenken dat dan de critiek op de houding der rechtsche leden, zoowel van de Eerste als van de Tweede Kamer, niet malsch zou zijn geweest.
Thans mocht het hooge staatscollege zijne meening niet vrijelijk uitspreken, het mocht niet naar eer en geweten stemmen.
Doch — en dit is de vraag, die ook voor de toekomst beteekenis heeft — wie was de schuldige, die oorzaak was dat de Eerste Kamer het wetsontwerp niet kon goedkeuren?
Van meet af werd er in de Tweede Kamer op gewezen, dat tijdens het Bestand geen definitieve oplossing van het eedsvraagstuk kon en mocht ter hand genomen worden. Daarvoor dienden met het oog op den feilen strijd, die zoowel in als buiten de Kamers te wachten stond, rustiger tijden afgewacht te worden. Intusschen verklaarde de rechterzijde zich geheel bereid om tot eene tijdelijke regeling der zaak mede te werken, ten einde uit de moeilijkheid te komen, waarin de Justitie door het bekende arrest van den Hoogen Raad van 29 Juni 1914 was geraakt.
Een voorstel daartoe werd door de rechterzijde gedaan, waarmede ook de regeering volkomen accoord ging. Maar de linkerzijde wilde dien weg niet op. Zij stond er nu eenmaal op dat het vraagstuk in vrijzinnigen geest zou opgelost worden. En zonder zich daarom aan de bezwaren der rechterzijde te storen of den vriendelijken raad van den Minister van Justitie ter harte te nemen, dreef zij haren wil door en stemde zij het compromis tusschen regeering en rechterzijde af.
Dat inderdaad het ontwerp, dat aan de orde was, een vrijzinnigen geest ademde, gaf de heer Drucker in de Eerste Kamer volmondig toe. En neemt men daarbij voorts in overweging dat in de Tweede Kamer de actie der linkerzijde een anti-clericalen ondergrond had, dan is het duidelijk dat het eedswetje eigenlijk niets anders dan een v/ijzinnig anti-clericaal product was geworden. En kon in dat verband in de tegenwoordige omstandigheden van de meerderheid der Eerste Kamer anders verwacht worden, dan dat zij zich tegen aanneming van het wetsontwerp zou verzetten ?
Het is daarbij van beteekenis om er op te wijzen dat onder de tegenstemmers zich ook bevond de President van het Gerechtshof te Arnhem mr. P. C. 't Hooft.
Voorzeker heeft de linkerzijde uit de Tweede Kamer met haar optreden de regeering geen dienst bewezen. Maar ook heeft de regeering schuld, die op het juiste tijdstip verzuimde om het voorstel der rechterzijde in de Tweede Kamer over te nemen. Had zij dit gedaan, dan was het wetsontwerp in de Eerste Kamer gered geweest.
De schuld, dat de Justitie thans in moeilijkheid blijft zitten, komt dus niet voor rekening van de meederheid in de Eerste Kamer.
Die meerderheid mocht krachtens haar beginsel niet medewerken om den eed te verzwakken en door aanneming van het on'twerp den eed in minderwaardige positie te brengen.
Hoezeer het ons spijt, dat voorshands de Justitie niet uit de impasse geraakt, verheugen wij er ons anderzijds toch over dat de Eerste Kamer het eeds-wetje heeft afgestemd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's