Staat en Maatschappij.
Nog steeds niet in orde.
Nog steeds blijft de klacht aanhouden over onvoldoende verzorging in de godsdienstige behoeften van het leger te velde. De weinige veldpredikers kunnen het werk niet af en al springen de Kerken bij, toch zijn er nog heel wat garnizoenen en legerplaatsen, die van schier alle geestelijke hulp verstoken blijven.
Terecht is er zoowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer op aangedrongen, dat door de regeering in dien noodstand afdoende zal geholpen worden. Immers wanneer de Overheid de militairen uit hunne woonplaatsen oproept en de troepen op plaatsen samenbrengt, waar de prediking des Woords afwezig is, heeft zij er voor te zorgen dat althans zooveel mogelijk geregeld op Zondag godsdienstoefeningen gehouden worden. En kan de Overheid daar zelve niet in voorzien, dan moet zij daarvoor de hulp der Kerken inroepen.
Nu moet het verwonderen, dat waar de Minister van Oorlog tot twee malen toe verklaarde, dat noch de veldprediker in algemeenen dienst Ds. Talma, noch de veldpredikers bij de Divisiƫn over de onvoldoende verzorging klaagden, van die zijden geen pogingen worden aangewend om de regeering met de gebrekkige voorziening in kennis te stellen.
Hoe dit intusschen zij, zoo is de regeering, ook al doen de veldpredikers zich niet hooren, met de mededeeling dat klachten in ernstige overweging zullen genomen worden, er niet van af.
Integendeel! De Minister van Oorlog mag zich ter dekking van zijne verantwoordelijkheid niet achter de veldpredikers verschuilen, Hoe toch zou het opgevat worden, wanneer b.v. in een ander geval er geklaagd werd over een tekort aan geoefendheid der troepen of de opmerking gemaakt werd, dat niet voldoende in de uitrusting van het leger was voorzien, de Minister zich verantwoorden zou met er op te wijzen dat bij hem van de desbetreffende chefs nog geen mededeelingen daaromtrent ingekomen waren.
Men zou toch volkomen het recht hebben om de regeering onder de oogen te brengen dat op het hooren van klachten het haar plicht is naar de gegrondheid daarvan een onderzoek in te stellen.
En zoo ook staat het met de klacht omtrent de onvoldoende, voorziening in de godsdienstige verzorging der gemobiliseerden. Blijven de veldpredikers in gebreke om den Minister op den noodstand te wijzen, dan heeft de Minister zelf na te gaan in hoeverre de bestaande regeling te kort schiet.
Dit brengt 's Ministers verantwoordelijkheid mede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's