Stichtelijke overdenking.
En van Paulus werd in den nacht een gezicht gezien: daar was een Macedonisch man staande, die hem bad en zeide : Kom over in Macedonië en help ons. Als hij nu dit gezicht gezien had enz. enz. Hand. 16 : 9—15.
Lydia.
De Heere wijst in alles den weg. En Hij doet dat naar Zijn raad. Zie maar op Paulus u als de Heilige Geest hem verhindert om in Klein-Azië het Woord te prediken en een Macedonisch man aan Paulus, in een droomgezicht, verschijnt zeggende: Kom over in Macedonië en help ons.
Waarom dat alles?
Was de Heilige Geest niet uitgestort onder wondere teekenen ? Zaten niet verdeelde tongen als van vuur op het hoofd der discipelen ? Spraken zij niet in vreemde talen over de groote wonderen Gods, getuigende van Jezus Christus .den Gekruiste, die was opgestaan, en de eenige Middelaar, de algenoegzame' Zaligmaker is voor arme zondaren?
Was dat niet een bewijs, dat de Heere dien éénen Naam, die onder den hemel gegeven is tot zaligheid, wilde gaan bekend maken onder alle volkeren, tot aan de einden der aarde ?
Bij Babels torenbouw was het menschengeslacht verschillende kanten uitgegaan, om, onderscheidene talen sprekend, een ieder te wandelen in z'n eigen weg.
Nu, na het Pinksterfeest, zou de Heere weer naar de volkeren de handen uitstrekken om hen, ieder in z'n eigen taal, te doen hooien van den weg der zaligheid, opdat van alle natie zou komen tot het geloof in Christus.
Daarom dat uitzenden van Paulus en Barnabas om te prediken op Cyprus en in Klein-Azie. De Heilige Geest had daartoe bevel gegeven en vergezelde hen met Zijn gunstrijke tegenwoordigheid.
Maar daarom ook, dat verhinderen van den Heiligen Geest in Klein-Azie op den bestemden tijd, opdat uit de tente van Sem de woorden des heils ook zouden worden uitgedragen in de tente van Jafeth.
Die belofte lag er. Dat was naar Gods raad en welbehagen, gelijk Hij zulks in den tijd had geopenbaard.
Paulus schikt zich in de wondere bestiering Gods. Hij ervaart dat de Heilige Geest hem verhindert voort te gaan in Klein-Azië en hij staat gereed om heen te gaan naar de plaats, waar de Heere hem zenden zal.
't Gezicht in den droom, toen hij een Macedonisch man zag en hem hoorde roepen: , Kom over en help ons" is hem aanwijzing genoeg om terstond naar Macedonië te reizen.
Daar had de Heere werk voor hem en zijne metgezellen. Daar wilde de Heere de klanken des Evangeües doen hooren. En Paulus ging op 'tzelfde oogenblik, dat hij geroepen werd!
Zich in Gods weg en werk geheel te mogen verliezen, geeft winste, ook al schijnt 't aanvankelijk verlies te zijn.
Want Klein-Azie loslatende, gaat Paulus van Troas naar Samotrace en den volgenden dag naar Néapolis en van daar naar Filippi.
Waarom moest Paulus daarheen?
Denk eens aan Eüippus, die te Samaria veel werks had en veel zegen op z'n werk mocht genieten en toen plotseling door den Heere weggeroepen werd naar den eenzamen weg, die afdaalt van Jeruzalem naar Gaza.
Waarom?
Omdat de Heere Zijn oog geslagen had op den KamerUng uit Moorenland en ook deze moest worden toegebracht tot het volk, dat zal zalig worden.
Daarom van Samaria naar den woesten landweg die langs Gaza gaat.
En zóo ook wordt Paulus naar Filippi overgebracht, om in die weelderige koopstad, vol vreemdelingen, aanvankelijk te ervaren, dat men hem geroepen heeft, maar volstrekt niet naar hem vraagt.
Hij bevindt zich in een omgeving, die geld uitweegt voor 'tgeen geen brood is, zich voedende met 'tgeen de wereld biedt.
Daar loopt hij, ettelijke dagen achtereen — en hij is een eenzame in een vreemde omgeving.
Toch heeft de Heere hier werk voor hem; ook heeft de Heere hier Zijn gekenden! Hier zullen levende steenen worden opgebouwd op het fundanjent Jezus Christus. Hier zal een gemeente gesticht worden. Hier zal de Heere Zijn Kerk uitplanten — hoewel 't er aanvankelijk niets op lijkt.
Filippi was een kolonie. Van heinde en vër was dé bevolking gekomen. Ook Joden en Jodengenooten zijn er. En allen gaan blijkbaar op in de zaken van handel en bedrijf.
Godsvrucht is er blijkbaar schaars.
Ook onder degenen, die Jehova erkennen als den éénen waren God en de wet van Mozes kennen met de voorvaderlijke inzettingen en gewoonten.
Een synagoge hebben ze niet.
De stad leent er zich niet voor. De bevolking is zoo gemengd. En er is waarlijk ook wel wat anders te doen, dan dat in een handelsstad, waar van allerlei natie saamwoont, een ieder over een verschillenden God zou gaan spreken en er verschillende tempels en synagogen zou gaan neerzetten!
De Joden konden het wel zonder Godshuis doen!
En waarschijnlijk treurden er weinig Joodsche mannen om!
Maar de vrouwen dan?
En ziet — daar komt het nu al uit, waar de Heere Paulus hebben wil!
Want na ettelijke dagen als een vreemdeling eenzaam in Filippi gedwaald te hebben, slechts in gezelschap van Silas en Timotheüs en Lucas, bemerkt Paulus, dat er onder de vrouwen nog zijn, die zin hebben voor godsdienst en op den Sabbathdag saamkomen aan den oever der rivier, buiten de stad, om daar te bidden en te spreken over den dienst van Jehova.
Hoeveel vrouwen er saamkwamen, weten we niet. Hoe ze heetten, weten we ook niet.
Of ja — van één wordt ons bericht gedaan, hoe ze heette, waar ze vandaan kwam, wat ze deed voor haar levensonderhoud, dat ze een gezin had, dat ze „God diende".
't Ia Lydia, eene purperverkoopster van de stad Thyatira.
Zou dat nachtgezicht en zou dat roepen van dien Macedonischen man misschien met haar in verband staan ? Is de Heere niet die God die Zijn hand tot de kleinen wendt? Proeft Hij niet de nieren en doorschouwt Hij niet 't harte? Hoort Hij niet het zuchten van de eenzamen en geeft Hij geen acht op het roepen des gebeds?
't Is een geschiedenis als van Cornelius, als van den Kamerling. Wie ze zijn geweest, hoe ze gekomen zijn tot het zoeken en vragen naar den Heere, hoe ze er toe kwamen om zich te openbaren als „God dienende" — we weten er zoo weinig van.
Maar 't harte van Lydia ging naar God uit. Zq zocht den Heere, of ze Hem ook vinden mocht tot vrede en blijdschap. Zij diende den Heere, omdat zij in Zijn dienst veel beminnelijks zag en veel aangenaams vond. Zij was ontdekt aan de zondigheid van haar hart, aan de ledigheid van de wereld. En zij zocht den Heere, wetende dat Zijne goedertierenheid beter is dan 't leven en Zijn heil beter dan uitgelezen goud.
In het midden van de wereld had ze geleerd niet genoeg te hebben aan de wereld. En zich vastgrijpend aan wet en inzetting beleed zij het in het land der heidenen: „éen ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huia des HEEREN, om de lieflijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijnen tempel".
Lydia komt ons voor als „eene rechtvaardige vrouw en vreezende God en die goede getuigenis had van de Joden". (Hand. 10:22.)
En was er dan geen tempel noch synagoge, zij zocht in den middellijken weg, zij zocht in 't gebed, zij zocht op de plaats waar men gewoon is saam te komen, zij zocht bij het woord van wet en profetie en psalm om in 's Heeren nabijheid te mogen leven en in Zijn gunst te mogen deelen.-—niet.wetende wat geschied is te Jeruzalem, niet kennende het heil, dat in Christus is geopenbaard voor degenen die ledig gemaakt zijn in zichzelf en het woord van den profeet zoo gaarne onderschrijven „gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste" (Jes. 54). Zóo denken we ons den staat en den toestand ongeveer van Lydia, de purperverkoopster van Thyathira.
En in dien weg doet de Heere haar Paulus ontmoeten.
Deze dienstknecht des Heeren had de school voor een groot deel doorloopen. Hij was een Jood geweest, groot door eigengerechtigheid, te midden van doode werken. Hij had de wet gehoord, het woord der profeten beluisterd, psalmen mee gezongen. En onberispelijk in zichzelf was hij er onder uitgekomen. Totdat hij neerviel in het stof op den weg naar Damascus. Neen, totdat hij neergeworpen werd in de diepte van zondekennis, om met belijdenis van schuld te roepen om genade — welke genade hem geopenbaard en geschonken werd in Jezus Christus.
En o! sedert was er geen heflijker boodschap voor Paulus dan om te spreken van de zonden en van de schuld, van de ledigheid der werken en van de verdoemende kracht der wet. Om bij het altaar te wijzen op het kruis. Bij de wet te spreken van Christus. Bij de profetieën te getuigen van Hem, die in de volheid des tijds gekomen was, om aan al den eisch Gods te voldoen en aan Zijn Sion te worden geopenbaard tot wijsheid, gerechtigheid, heiligmaking en verlossing — wat Lydia en de vrouwen nu mogen beluisteren voor 't eerst van hun leven aan den oever van de rivier buiten de stad Fihppi.
Wondere tijding!
Voor haar die als met een deksel op 't aangezicht had geloopen om blijde te juichen!
Dèt is de zaligheid. In Hem die gekomen is om Zijn ziel te geven tot een rantsoen en Zijn bloed uit te storten tot verzoening. Die gestorven is onder den vloek der wet om den vloek der wette niete te doen voor al de Zijnen. Om de breuke te heelea tusschen den mensch en God, om de ziele Zijner gunstgenooten te vereenigen met God, met vrede en barmhartigheid.
En de Heilige Geest past dat toe aan het harte van Lydia.
Haar harte wordt geopend om een recht gezicht te krijgen op zichzelf. Om verloren te gaan voor God onder den vloek der wet.
Om als een onrechtvaardige ten toon gesteld te worden. Om de breuke met God te aan schouwen. Om te bekennen: uit mij geen goed. Maar om dan ook te mogen zien op Christus, die den broederen in alles is gelijk geworden, uitgenomen de zonde, om voor doem waardige zondaren het leven en de zaligheid te verwerven, opdat zij als zondaren zouden gerechtvaardigd worden voor God, beërvende den vrede, die alle verstand te boven gaat. Dat is het werk des Geestes.
Gelijk de regen nederdaalt op 't dorstige land en verkwikking en vruchtbaarheid geeft, zóo daalt de Geest neder op dit harte. En het ontsluit zich; het neemt het Woord gaarne aan, 't ziet de dingen in het rechte licht; 't verstaat wat in Christus is geopenbaard, óok voor haar — en aan haar ziele mag de eenige weg tot zaligheid ontsloten worden om daarin te gaan, belijdende: ik geloof, Heere, kom mijn ongeloof te hulp!
Zoo wordt Christus haar gerechtigheid.
Haar rekening ziet ze in Hem betaald.
Haar schuld in Hem vergeven.
En het water des Doops wordt haar het schilderij, het teeken van de afwassching der zonde en de bezegeling, de bevestiging, de toepassing van Christus' gerechtigheid aan haar zondige ziel.
Eén plant met Hem. Hem ingeënt. Om uit Hem te leven. Om uit Hem te leven voor God, met vreugd voor de ziel, gelijk de Kamerling dat mocht ervaren toen het Lam van den profeet voor hem werd het Lam Gods, dat in Christus geslacht was tot verzoening en leven.
Zoo mag Lydia door genade grijpen wat tot zaligheid is geopenbaard.
En met haar mag ook haar huis komen tot de belijdenis van den Christus, om met haar gedoopt te worden; de kleine kinderen — zoo ze er waren — krachtens het verbond der genade, de volwassenen na het medebelijden met haar van 'tgeen tot zaligheid dient een iegelijk die gelooft.
Ze worden in de waarheid ingeleid en met de waarheid gevoed.
En wandelend in het pad der gerechtigheid geeft de Heere hen blijdschap en vrede.
Nu is Paulus niet meer een vreemdeling in een vreemd land.
Hij is ingeburgerd nu.
Door Gods Geest is hij ingeleid in het werk en vindt de vruchten des Geestes met blijdschap.
Lydia en haar huis dwingen hem om bij hen te komen en te blijven.
De Geest heeft groote dingen gedaan. De Lieflijkheid des Heeren wordt nu eerst recht gekend.
Gods dienst wordt nu eerst recht verstaan. En waar Jezus Christus tot wijsheid is geworden, daar wordt het Woord recht betracht. Waar Hij is hunne gerechtigheid, daar wordt bij Hem geschuüd. Waar Hij is hunne heiligmaking, daar ontvangt Hij zelf gestaltenis in hen. Waar Hij is een volkomen verlossing, daar juicht Sion.
Luister aan de deur bij Lydia.
Luister!
Daar wordt gesproken over de lieflijkheden des Heeren. Daar wordt gehandeld over 't geen de Heere aan de ziele deed. Daar wordt een hed aangeheven.
Luister!
En gij hoort duidelijk:
God heb ik lief; want die getrouwe Heer Hoort mijne stem, mijn smeekingen, mijn klagen. Hij neigt Zgn oor; 'k roep tot Hem al mijn dagen; Hij schenkt mij hulp. Hij redt mij keer op keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's