De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Synode.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Synode.

17 minuten leestijd

Woensdag-21 Juli kwam de Algemeene Synode der Nederl. Hervormde Kerk te 's Gravenhage (Javastraat 100) in looste Vergadering bijeen en werd geopend door Ds. H. A. Leenmans van Harlingen, Voorzitter der vorige Synode.

De Synode blijkt aldus te zijn saamgesteld: Hoogleeraren-praeadviseurs Dr. van Nes van Leiden en Dr. van Veldhuizen van Groningen.

Secretaris: Dr. L. W. Bakhuizen van den Brink. Afgevaardigden: Ds. Creutzberg van Echteld en ouderl. R. E. Menthen van Arnhem (van wege het Prov. Kerkbest. van Gelderland); Ds. J. Steenbeek van Vianen en de em. predt. P. P. Couvret oudouderling van Rotterdam (van wege Z. Holland); Ds. A. A. Cremer van Broek in Waterland en J. Zijp oud-ouderl. van Twisk (van wege N. Holland); Ds. G. J. Weyland van Veere (van wege Zeeland); Ds. K. A. de Groot van Houten (van wege Utrecht); Ds. H. A. Leenmans van Harlingen en Ds. D. Zoete van de Lemmer (van wege Friesland); Ds. A. de Haan van Zwolle (tot 4 Aug. als secundus van Ds. Schrieke opgeroepen) en J. Weener oud-ouderl. te Enschede (van wege Overijsel); Ds. F. Tammens te Zuidbroek en Ds. P. J. Franke te Hoogezand (v? in wege Groningen); Ds. A. M. Bloem van Chaam en K. Timmers ouderl. te Klundert (van wege N.Br. en Limburg); Ds. G. Visser van Assen en J. Gordon Spandaw oud-ouderl. te Assen (van wege Drenthe); Ds. G. E. M. Picard van Arnhem (van wege de Waalsche Commissie).

In zijn openingswoord, gehouden na het lezen van Ps. 89, herinnert Ds. Leenmans aan de tijdsomstandigheden, met dankbaarheid gewagende vn den vrede dien ons Vaderland, mee door het beleid van H. M. onze geliefde Koningin en de raadslieden der Kroon, onder het betoon van Gods goedheid nog mag genieten.

Spr. herinnert aan het aftreden van den hoogleeraar Mallinckrodt en sprak de hoop uit, dat zijn opvolger. Dr. Aalders, tot rijken zegen der Kerk zijn gewichtig ambt moge vervullen.

Vervolgens wijst hij er op, dat de Algem. Synode in dit jaar voor de honderdste maal vergadert en treedt daarbij in een beschouwing over de beteekenis der Algemeene Synode. Haar werk is zeer in omvang toegenomen; terwijl de Synodale Handelingen van 1816 slechts een 87 bladzijden bevatten, hebben de Handelingen van 1914 zich uitgebreid tot een boekdeel van 827 blz.

Voorts gaf Spr. een overzicht van het beloop der iste Synodale Vergadering, hoe zij geheel door de Regeering bij Kon. Besluit van 28 Mei 1816 was saamgesteld, zonder medewerking van de Kerk, zoodat de leden der Synode daar zaten niet als afgevaardigden der Kerk maar als verkorenen der Konings, terwijl er slechts éen ouderling zitting had(Mr. J. van Leeuwen van Arnhem).

De Commissaris-Generaal opende de Synode nadat Ds. W. L. Krieger — 't was den 3den Juli 1816 in de Kloosterkerk te den Haag — een rede had gehouden naar aanleiding van i Cor. 14:10: laat alle dingen, eerlijk en met goede orde geschiedend, in ­welke rede »Z. Hoog Eerw. na eene beknopte toelichting van den gekozen tekst, de aandacht der hoorders bepaalde bij het nut van het tegenwoordig bestaande Kerkelijk Bestuur, den oorsprong van de Synode en de voordeelen daaruit ontstaan; sluitende dezelve met gepaste aanspraken en opwekkingens. Na deze rede van Ds. Krieger en na het voorlezen van het Kon. Besluit van 28 Mei 1816, hield Z.Ex. de Commissaris-Generaal zelf eene streffende en doelmatige aanspraak aan de Leden van de Synode, waarin de heuglijke tijdsgelegenheid dankbaar werd vermeld en de plichten in art. 9 van het Algem. Regl. (het tegenwoordige iide art.) genoemd, met ernst en waardigheid ontvouwd en aanbevolen werden, wordende alzoo deze vergadering door Zijne Excellentie namens Zijne Majesteit geconstitueerd.

Deze aanspraak werd door den Hoog Eerw. Heer W. L. Krieger gepast en zegenend beantwoord, eindigende Zijn Hoog Eerw. met eene minzame en hartelijke aanspraak aan de leden van de Synode..

Na op die 1ste vergadering gewezen te hebben, waar staatsambtenaren het toezicht oefenden, werd vervolgens stilgestaan bij de veranderingen, welke door het Algem. Regl. van 1851 (1 Mei 1852 in werking tredend) in het bestuur der Kerk werden aangebracht en ten slotte werd er op gewezen, dat de verschillende Synodes niet altijd op rozen hebben gewandeld. Nooit is de Synode populair geweest. En een eerezuil als door Ds. N. Schotsman in 1818 voor de Dordtsche Synode van 16i8—'19 is opgericht zal aan de Haagsche Synode niet ten deel vallen! Als redenen van minder gunstige beoordeeling wordt er op gewezen, dat meer dan één Synode het werk van haar voorgangster safmaakte" en als Kronos haar eigen kinderen verslond. Het werkt lijkt dikwijls op water dragen in een zeef. Ook was haar arbeid meermalen te dor en droeg het te weinig geestelijk karakter. Verder werd niet altijd voldoende rekening gehouden met wat in de Kerk omging. Maar onder goed en kwaad gerucht is zij blijven arbeiden en het is haar afgeleerd eer van menschen te zoeken!

Spr. eindigt met te herinneren san de vele gewichtige werkzaamheden, die aan deze Synode zijn opgedragen en spreekt de hoop uit, dat bovenal gezocht mag worden de v/ijsheid die van Boven is. Dat er veel en dat er vlug gewerkt mag worden; en dat de Synode moge beseffen geroepen te zijn niet tot heerschen maar tot leiden en dienen en dat haar werk voor de geheele Kerk tot een zegen mag zijn.

De rede van den President van jaren zal in de Handelingen worden opgenomen.

De verkiezing van het Moderamen had tot uitslag, dat tot President en tot vice-President werden herkozen de heeren H. A. Leenmans en Dr. G. J. Weyland, terwijl als secundus van den vice-president bij 2de vrije stemming werd gekozen F. Tammens pr. te Zuidbroek (modern).

Het reglement van orde wordt vastgesteld.

Bepaald wordt om in het officieel orgaan bekend te maken, dat voorstellen van niet-leden der'Synode, welke na de 1ste zittüig inkomen, niet meer in behandeling sullen worden genomen.

Verder wordt overgegaan tot behandeling van het Verslag van de verrichtingen van de Algem. Synodale Commissie. Den seretaris wordt dank gezegd voorde samenstelling van dit veelomvattend werk, dat in betrekkelijk korten tijd moest klaar gemaakt worden.

In de zitting van Dinsdag 27 Juli zal een grostal worden opgemaakt voor de benoeming van twee leden in de Algem. Syn. Commissie wegens de aftreding der h.h. Dr. W. J. Aalders en mr. H. Scholten.

De behandeling van de vraag, of weder een afgevaardigde zal worden benoemd in het Algem. College van Toezicht op het Beheer, wordt uitgesteld tot nd. de behandeling van het nieuwe Regl. op het Beheer.

De rekening van den Quaestor-Generaal wordt goedgekeurd. Hij wordt ontheven van alle verantwoordelijkheid voor zijn beheer over het jaar 1914 en zal worden uitgenoodigd zich met de administratie te blijven belasten. A.s. Vrijdag 23 Juli zal in zijn tegenwoordigheid worden begonnen met de behandeling der financieele aangelegenheden.

Kennis wordt genomen' van het advies der Algem. Syn. Commissie in zake het rapport der Staatscommissie betreffende de herziening van de bestaande verhouding tusschen het gouvernement en de Protestantsche Kerk in Indie. Ondanks groote waardeering van den belangrijken arbeid der Staatscommissie, en voornamelijk van het beginsel, waardoor het rapport is geleid, om de Indische protestantsche gemeenten tot meer zelfstandigheid te brengen, is het haar (de Algem. Syn. Commissie n.l.) niet mogelijk tot aanneming van de voorstellen der St.-commissie te adviseeren.

Nog brengt Ds. de Groot verslag uit van een vergadering van den Ned. Militairen Bond, te Utrecht bijeengeroepen om te voorzien in de geestelijke verzorging der militairen. Ds. de Groot heeft de Algem. Synode daar vertegenwoordigd.

Op deze vergadering waren ook uitgenoodigd de heeren Veldpredikers en afgevaardigden van de verschillende bonden van Jongelingsvereenigingen.

De eerste zitting wordt gesloten.

Donderdag 22 Juli; 1de zitting. Ds Tammens dient twee voorstellen tot Reglements-wjjziging in. Het eerste strekt tot wijziging van art. 7 al. i Regl. op de Kerkvisitatie. De wijziging bedoelt om de Kerkvisitatoren te doen vragen of voldaan is aan art. 6 al. 1 nl. of aan de Gemeente is bekend gemaakt dat de Kerkvisitatie zou plaats hebben ; waarbij dan een wijziging van art. 7 D. behoort en wel om daar als 4e. in te voegen „ten slotte onderzoeken Kerkvisitatoren, of er leden der gemeente zijn opgekomen, die een of ander hebben voor te dragen enz "

[Men zie bij dit voorstel de aanteekening in 't Kerkelijk Wetboek van Knottenbelt bij art 6 al. i.]

Het tweede voorstel heeft betrekking op art. 7 al. l van het Regl. cp de kosten voor het Bestuur en bedoelt 12 klassen te maken in plaats van 9. De toevoeging zou dan zijn: in de lode f 60; in de 11 de f 75; in de 12de f 100.

Door den secretaris. Dr. Bakhuizen van den Brink, wordt een voorstel ingediend: dat de Synode besluite eene commissie te benoemen, aan welke is opgedragen de herziening van het Reglement op het godsdienstonderwijs, ten einde een concept daarvan in de Synode van 1916 ter tafel te brengen.

Dit voorstel staat kennelijk in verband met de actie voor schrapping van de woorden „geest en hoofdzaak" en wil de zaak breeder opgevat zien dan enkel in betrekking tot enkele woorden te ageeren.

In de tweede plaats dient de secretaris de volgende motie in: „De Synode, overwegende dat het voorstel der heeren Lütge c.s. tot wijziging van art. 27 Regl. op het Examen en art. 19 Regl. Godsd. onderwijs in de laatstgehouden buitengewone vergadering der Synode (die de voortzetting was van de 99stegewone" vergadering), nadat daarover aan de hand van een uitgebreid en grondig rapport (Hand. 1914 blz. 637— 669) ernstige besprekingen zijn gehouden, welke lot verwerping van het voorstel met 11 tegen 8 stemmen hebben geleid (Hand. blz. 653), besluit in deze vergadering bovengenoemd voorstel niet weder in behandeling te nemen."

Deze motie, die dus bedoelt om heel de actie voor wijziging van de proponentsformule stom te slaan en eenvoudig alles wat daarop betrekking heeft buiten de deur te zetten, wordt aanstonds in behandeling genomen. Algemepn is men van oordeel, dat het niet aangaat alzoo te handelen als de secretaris hier voorstelt. De motie wordt ingetrokken.

Sommige leden meepen, dat misschien goed was een bepaling te maken, dat b.v. 3 jaren voorbij moeten gaan. voordat eene behandelde zaak opnieuw ter behandeling mag worden voorgedragen. Een besluit in deze wordt echter niet genomen.

(Men mag dan tegelijk wel een bepaling maken, dat de Synode het werk van hare voorgangster niet mag ongedaan maken.)

Verschillende commissies worden benoemd. Vcor de consideratiën over de voorloopig aangenomen wetswijzigingen zijn commissieleden: Ds. Creutzberg, Dr. Weyland, Ds. Zoete, Ds. Picard en ouderl. Menthen.

De commissie voor de nieuwe v/ets voorst ellen: Prof. v. Nes, Ds. Cremer, Ds. Bloem, Dr. Visser en ouderl. P. P. Couvret.

De vraag, of in igi6 weer een diaconale conferentie gehouden zal worden, wordt ontkennend beantwoord. Als motieven worden aangevoerd de tijdsomstandigheden, er is geen dringende reden, de Synode heeft het initiatief genomen en kan het nu aan de Vereeniging van Diakenen overlaten.

Door dit laatste meende men zich echter niet te moeten laten binden. De Synode kon het later toch noodig achten een conferentie te houden. Aan de commissie van advies zal bericht gezonden worden.

Dr. G. A. Hulsebos, de zoo bekwame en ijverige archivaris, wordt op voorstel van het moderamen opnieuw als archivaris benoemd, en hem, eveneens opnieuw, een creciet van f 1500 verleend. Van het vorig crediet was door den heer H. slechts f 284.33 gebruikt. De president spreekt een woord van hulde aan zijn adres.

De groote nalatigheid van vele kerkeraden bleek uit de mededeeling van den secretaris, dat ongeveer 850 kerkeraden of colleges van diakenen in gebreke zijn gebleven te antwoorden op de circulaire no. 862, betreffende de werkwijze der diaconieën, zelfs nadat nog eens op antwoord aangedrongen was. De antwoorden, die inkwamen, zullen nu in handen gesteld worden van de Classicale besturen en de besturen worden uitgenoodigd er voor te willen zorgen, dat de gemeenten, die nog in gebreke bleven, een antwoord inzenden, opdat de gezam.enlijke antwoorden, met de overwegingen der Classicale besturen door tusschenkomst der Provinciale Kerkbesturen, vóór 1 Juni 1916 bij de Synode kunnen inkomen.

De commissie tot adiies voor kerkelijke Evangelisatie heeft, inzonderheid door de ongesteldheid van haren voorzitter, hare werkzaamheden niet kunnen verrichten, waarom zij diligent verklaring verzoekt, welke haar verleend wordt.

Hetzelfde wordt gevraagd door en geschonken aan de Commissie, die de mogelijkheid heeft te overwegen, om te komen tot verbetering van de pensioenen voor emeriti-predikanten.

Besproken wordt de moeilijkheid, die dikwijls ondervonden wordt bij de aanvrage om Rijkspensioenen voor predikanten, die wegens voortdurende ongesteldheid emeritaat moeten aanvragen. De medische attesten worden door het betrokken Ministerieele Departement meermalen onvoldoende geacht en teruggezonden. Er behoort in te staan, dat de ziekte ongeneeslijk is. Doch vele geneesheeren willen dit niet verklaren. Niet altijd toch is dit met zekerheid te zeggen en ook achten zij het in sommige gevallen ongewenscht voor den patiënt. Besloten wordt, dat het Moderamen met den Minister omtrent deze zaak overleg plegen zal.

Een verslag van het Classicaal Bestuur van Alkmaar, inzake een onderzoek aangaande het optreden van ds. Schermerhorn van Nieuwe-Niedorp (classis Alkmaar) in de Vereeniging »De Dageraad" wordt, met dank voor de uitvoerigheid en duidelijkheid, voor kennisgeving aangenomen.

Van een schrijven van dr. F. J. Los, pred. teKoudekerk, wordt met waardeering kennis genomen.

Reeds te twee uur wordt de vergadering gesloten, om aan de verschillende commissies gelegenheid te geven hare eerste samenkomst te houden en inzage van de stukken te nemen.

Vrijdag 23 Juli ; 3de zitting. In deze zitting wordt de Quaestor-Generaal Mr. S.J. Hogerzeil verwelkomd.

Het Fonds voor noodlijdende Kerken en personen ontving van H. M. de Koningin weder de aanzienlijke gift van f2000.

De collecten brachten in 1914 op: f14.791; dat is bijna f 1000 m, eer dan in 1913. Ook de giften wijzen op eene vermeerdering.

Uit dit Fonds worden aan 8 gemeenten groote toelagen toegezegd tot een bedrag van f 17.575. Later zullen behandeld worden de voordrachten voor kleine toelagen aan 53 gemeenten, ten behoeve van den eeredienst, tot een bedrag van f3375 en aan 83 predikantsbetrekkingen, tot een bedrag van f6865.

Uit het Fonds ter voorziening in de geestelijke behoeften van gemeenten, waar eigen middelen ontbreken, kon f4700 voor uitkeering aan 19 gemeenten worden bestemd. Ook aan dit Fonds gaf H. M. de Koningin een aanzienlijke gift groot f750.

Het Fonds tot verbetering der schraalste predikantstractementen heeft een toelage van f900 noodig uit de baten van den vervolgbundel der Evangelische Gezangen en eene suppletie-toelage van f4626.50 uit de Generale kas, om aan de aanvragen van 88 gemeenten te kunnen voldoen. Uit het Fonds zelf is beschikbaar f6000.

Het totaal van de voordrachten bedraagtf 11.326.50. De Algem. Weduwen-en Weezenbeurs deed in 1914 een uitkeering aan 396 weduwen, 16 minderjarigen en 21 erven, waarvoor f 85.077.08 noodig was.

•Besloten wordt op voordracht van de .Mgem. Syn. Commissie de uitkeering te bepalen op f 210, dus met f 5 te verhoogen — hoewel de kans bestaat, dat deze verhooging van tijdelijken aard zal zijn.

Uit de opbrengst van de Synodale Bijbelvertaling des N. T. en van den Vervolgbundel kan f1600 op het Fonds tot verbetering der schraalste predikantstractementen en f300 op het Studiefonds worden overgebracht.

Gehandeld wordt over de aangelegenheden van de Algemeene kas. In 1915 eischt de persoonlijke kerkvisitatie, welke om de 3 jaar moet worden gehouden, een aanzienlijk bedrag uit deze kas.

Het hulppensioenfonds voor emeriti-predikanten deed eene uitkeering aan 69 emeriti en 8 erven. Het aantal deelgerechtigde gemeenten bedraagt slechts 381

met 523 plaatsen. De uitkeering is bepaald op f 100.

Met dankbaarheid mag worden vermeld, dat het Studiefonds weder f800 ontving van de administrateuren van het Studiefonds Racer-Tak.

In 1914 kon door tusschenkomst van diverse classicale besturen f 1475 aan beurzen worden uitgekeerd.

Zaterdag 24 Juli ; i^de zitting. De Quaestor-Generaal is andermaal tegenwoordig en rapporteert over de kleine toelagen uit het Fonds voor noodl. Kerken en personen. Overeenkomstig de voordracht wordt aan 53 gemeenten f3275 toegekend, benevens f 100 aan de Waldenzen; en aan 53 predikantsbetrekkingen f6865 ; tezamen dus f 10.240.

In de 10de plaats wordt nu gehandeld over het Fonds van het Gebouw voor de Algemeene Synode (Javastraat 100). Behalve de rentebetaling, gaat de aflossing van de schuld, die nog op het gebouw rust, geregeld voort.

Als 11de punt van het financieel program kwam : de Generale kas. De ontvangsten bedroegen 143 975.541/21 waaronder f2629.86 gekweekte rente. Voor uitkeering blijft beschikbaar f 41 437.381/2-

In 1913 werd f3051.72I/0 méér ontvangen dan in 1914.

In behandeling komen de 99 voordrachten tot toewijzing van subsidie uit dit Fonds. Maandag voortzetting van de bespreking.

Maandag 26 Juli  vijfde zitting. De vergaderi ê gen in de nieuwe week worden begonnen met het lezen van een gedeelte uit Gods Woord en wel Rom 12. Na het lezen van de Notulen bracht de vice-president een rapport uit omtrent zijn onderzoek van de registers van ingekomen en uitgezonden stukken. Het bleek, dat na de sluiting van de zittingen der vorige Synode, dus na 23 October 1914, zijn ingekomen 2236 en zijn verzonden 1107 stukken en dat de registers in de beste orde zich bevinden.

De heer Cremer dient een wijziging in van art. 18 al. I van het Reglement op het Godsdienstonderwijs, n.l. aldus te lezen: »Elke afwijzing wordt geacht te zijn geschied voor den tijd van een jaar.« Al. i worde al. 2 en aldus gelezen: Het Classicaal Bestuur hervat het examen niet, dan nadat een bewijs is overgelegd, dat de examinandus zich ten minste nog één jaar volgens art. 13 al. 2 geoefend heeft. Al. 2 wordt al. 3; al. 3 wordt al. 4.

De bedoeling van deze wijziging is elk misverstand onmogelijk te maken. De redactie van al. i in den tegenwoordigen toestand toch heeft aanleiding gegeven aan een classicaal bestuur om aan het Provinciaal Kerkbestuur te vragen of deze alinea toestond een candidaat-godsdienstonderwijzer voor langer dan een jaar af te wijzen.

De besprekingen omtrent de toewijzing van toelagen uit de generale kas worden teneinde gebracht. Bij de toelage voor de belangen onzer Hervormde landgenooten in Duitschland, wordt door den secretaris de opmerking gemaakt, dat van onze 1362 gemeenten in de 1e helft van dit jaar slechts door 60 gemeenten een inzameling voor dit doel is gehouden. Hij wekt de leden op in hun omgeving zooveel mogelijlk deze zaak te steunen.

Naar aanleiding van de besprekingen inzake de Generale Kas stelt Ds. de Haan voor een wijziging aan te brengen in art. na, al. 5. van het Regl. op de Generale Kas en daar te lezen: »Het bedrag, verminderd met de kosten der inningen, desverkiezend, met 20 pCt. van de netto opbrengst ten bate van een bepaald aangewezen Kerkelijk doel — ter beoordeeling van de Synode — wordt vóór 1 Mei enz.«

Als toelichting wordt aangevoerd: het aantal Gemeenten dat een gedeelte van hetgeen zij voor de Generale Kas opbrengen vraagt, neemt toe. Gewenscht is het. dat de gtmst, aan sommige verleend, wordt tot een recht voor allen. Bovendien zal dit tot meer ijver aansporen om gelden voor de Generale Kas in te zamelen. Het zal worden: uit verlies winst!

De behandeling van de geldelijke aangelegenheden van sommige fondsen vraagt verder de aandacht.

Door den vice-president wordt een kort overzicht gegeven van het zoo belangrijke rapport van het Waalsche Comité voor de zaken der Evangelische Kerken in de Valleien der Waldenzen over het jaar 1914, opnieuw opgemaakt door den 84-jarigen em. predikant Ds. Perk.

Na dit rapport komt een schrijven van den heer J. Kuiper van Leeuwarden ter tafel, handelend over het huisbezoek der predikanten.

Dinsdag 27 Juli, 6de zitting. Ds. de Haan rapporteert over het verzoek van het provinciaal kerkbestuur van N: -Holland, om goedkeuring van zijn besluit dd. 6 Mei 1915 tot vestiging van twee nieuwe predikantsplaatsen in de gemeente den Helder. De commissie yan rapport is eenstemmig van oordeel, dat belangrijke voordeden ruimschoots tegen enkele in het rapport genoemde bezwaren opwegen, en zij adviseert de vereischte goedkeuring te verleenen. Ook adviseert zij een datum te bepalen, waarop de vestiging der twee predikantsplaatsen moet geacht worden te ziju ingegaan.

In behandeling komt de vaststelling van de regeling der quotisatie van de Hervormde gemeenten voor de behoeften van het bestuur der Ned. Herv. Kerk over de jaren 1916—1920. Deze zaak is door de Alg. Synodale Commissie voorbereid.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Synode.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's