Oneerlijk geschrijf.
In onzen kring kent men Ds. van Melle van Kralingen wel zoo ongeveer. Op z'n naamkaartje heeft hij laten drukken „geen Calvinist" en dat kaartje heeft hij overal rondgestuurd, zoodat hij nergens meer een vreemde is, vooral in de kringen van onzen Geref. Bond niet.
Voornamelijk in de buurt van Rotterdam kent men hem. Doordat hij in de Nieuwe Kerkbode, officieel orgaan voor de Ned. Herv. gemeenten Charlois, Delfshaven, Feyenoord en Kralingen, steeds bet hoogste woord heeft en dit officieel orgaan (geen particulier eigendom van Ds. v. Melle, noch het eigendom van een groep-v. Melle, maar het officiel orgaan voor de genoemde gemeenten) steeds gebruikt (of misbruikt? ) om hatelijkheden te tappen aan het adres van de gereformeerden. Ook doordat hij gewoon is op de Class. Vergadering van Rotterdam met briefjes te scharrelen, die aanwijzingen geven wie men stemmen moet voor een of ander Kerkelijk-bestuur. Dat alles is bekend aan ieder die in en bij Rotterdam woont en kerkelijk meeleeft en het voorrecht geniet om te Rotterdam ter Class. Vergadering Ie gaan. En die Ds. van Melle is nu in de Nieuwe Kerkbode weer uit z'n slof geschoten om een strafrede te houden aan het adres van de confessioneelen, bizonder rakende Dr. Kromsigt te Amsterdam, over 't geen zij gedaan hebben op de laatstgehouden Class. Vergadering in betrekking tot de bestuursverkiezingen.
We laten een stukske van deze hatelijke en nijdige philippica volgen, 't Is naar aanleiding van de brochure van Da. A. Voorhoeve te Amsterdam, waarin een „Naschrift over de stemmingen van leden voor het Class. Bestuur te Amsterdam" voorkomt, dat Ds. V. Melle de pen maar weer eens heeft opgenomen."
»Met ontroering — zoo zegt Ds. v. Melle — heb ik dit geschrift gelezen, waarin een man aan 't woord is, die bijna 40 jaren lang de Vaderlandsche Kerk gediend heeft met al de liefde van zijn warm hart en zijn veelomvattende kennis van menschen en toestanden - — welk woord door de Class. Verg. niet is aangenomen.
»Maar al heeft deze man in Christus^ door zijn advies nu de oogen niet vermogen te openen van de confessioneele drijvers en hun slaplendige volgelingen, toch zal zijn woord, dat hij sprak, omdat hij gelooft in den Heiligen Geest, niet met den wind verwaaien.« Dit woord slaat een weerhaak in de conscientie der Kerkverwoesters, waarvan zij zich niet zullen vermogen te bevrijden.»
Vervolgens vertelt Ds. van Melle dan „waartoe de ellendige partij-politiek mannen als Dr. Kromsigt c.s. gedreven heeft" n.l. om Ds. Wieten, Eringa, Datema en van Heyningen te kiezen in het Class. Bestuur in de plaats van de predikanten Barger, Romge, Mansvelt en Gijsman, om dan aldus voort te gaan:
Wat mij aangaat, ik had van Dr. Kromsigt niets beters verwacht. Wat hij zegt over de wenschelijkheid van gedurige verwisseling, is, vind ik, in zijn mond een praatje voor de vaak en niets meer, evenzeer als zijn kermen en zuchten over het partijwezen in onze Kerk, dat hij helpt bevorderen. Als z'n eigen zittingstijd om is en zijn partijgangers aan de beurt van aftreding zijn, dan is hij vermoedelijk weer al vergeten wat hij daarover heeft gekaveld en waait de wind misschien bij hem weer uit een anderen hoek. Dat zijn we zoo van dezen broeder gewend. Toen hij nog in Wierden stond, kwam het kerkelijk-politieke fortuintje van het Generale kwartje. Toen blies hij in de Gereformeerde Kerk op de alarmtrompet dat het zoo'n aard had en er werd de goê gemeente diets gemaakt dat het om niets meer of minder ging dan om de eere van Koning Jezus! Die actie luwde toen hij naar R'dam beroepen werd en nu hij te A'dam is, meen ik dat hij zelfs een «gematigd* voorstander is geworden van de Generale Kas. Nu eens loopt hij het vuur uit z'n sloffen om te voorkomen dat Dr. Aalders te A'dam beroepen wordt in plaats van iemand die op het lijstje van de getrouwen stond, en dan weer, een jaar later, legt hij bescheidenlijk beslag op Prof. Aalders als op een der onzen.» Het eene oogenblik ziet gij hem de gereformeerde lijn verlaten om hippeldetrip met den Gereformeerden Bond een poosje mee te hinken op de »Luthersche lijn, « om dan weer zigzagsgewijze op wat hij noemt de belijdende Volkskerk aan te schuifelen. Deze broeder Konsekwent zal een vergadering van de Herv. Broederschap verlaten, en straks in een geheime voorvergadering voorzitten om tot meerder »welwezen« der Kerk, ook leden van die Herv. Broederschap stiekum het beentje te helpen lichten. En aan een man met zoo onvasten gang, die altijd wat nieuws en zelden wat goeds voorstelt, is het dat de confessioneele partij de leiding toevertrouwt! Hoe is het mogelijk? Waar is toch de «heilige dapperheid» waarvan het Bevestigingformulier gewaagt, en die men immers bij deze heele broeders allereerst moest'vinden ? Intusschen heeft het A'damsch bedrijf, dat ook elders werd afgespeeld, z'n goeden kant. Het zal misschien, al is het wel wat laat, de oogen openen van wie te goeder trouw met kerk-reorganisators, type Dr. Kromsigt, meeliepen omdat de leuze, die hij aanhief, in hun ooren betrouwbaar klonk. En in ieder geval is het voor wat etisch voelt en denkt een afdoend bewijs te meer voor wat wij van deze drijvers te wachten hebben. Terecht zegt Ds. Voorhoeve: Er is dunkt mij, voor hén die niet meegaan met de schrapping van geest en hoofdzaak een helder licht opgegaan, 't Gaat niet alleen om die paar woorden, 't gaat niet alleen om het belijdend karakter der Kerk, maar om den eisch dat uitsluitend de leden van den Ger. Bond en van de Confessioneele partij de bestuursmacht in handen zullen hebben, zelfs met uitsluiting van zulke orthodoxen die zich bij deze partijen niet aansluiten. Dit in helder licht te hebben gesteld, is de verdienste van de geheimzinnige voorvergadering en van de Classicale vergadering op 30 Juni te A'dam gehouden. Een gewaarschuwd man geldt voor twee "
Tot zoover Ds. van Melle. Nu zullen wij hier de partij voor Dr. Kromsigt niet opnemen. Deze zal zelf wel spreken in deze.
Maar omdat Ds. v. Melle hier zoo vrij is om de confessioueelen en de gereformeerden, die wel wat andere leden in de Kerkelijke Besturen zouden willen hebben, om zoo in den middellijken weg eens tot andere kerkelijke toestanden te mogen komen, tamelijk wel over één kam te scheren, ze als „Kerkverwoesters" en „ellendige, slaplendige, partijpolitieke wezens" aan de kaak stellend, daar willen wij hier toch even zeggen, dat Ds. van Melle hier zwijgen moest. Want hij is zelf een politieke scharrelaar die. niets liever wil dan allen, die vasthouden aan de beginselen van onze geref. belijdenisschriften, te belasteren, en die alles doet wat mogelijk is, om ze uit alle colleges uit te houden of ze er weer uit te wippen.
Hier geldt de spreekwijze: „geneesmeester, genees u zelven, " wat blijkt uit hetgeen hij niet kan nalaten onmiddellijk op het voorgaande te laten volgen: Wat ik hoop is dat de R'sche broeders wier traagheid in het benaarstigen van hun plicht oorzaak is geweest dat ook in ons Classicaal Bestuur het confessionalistisch element weer werd versterkt, een volgenden keer den hun toebetrouwden post zullen betrekken. Door ellendige laksheid werd 3 jaar geleden een plaats in het Prov. Kerkbestuur gespeeld in confessionalistische handen, en nu weer een in het Classic. Bestuur.
Als er ook maar 2 van de thuisblijvers waren opgekomen, was het niet gebeurd. Dat behoort toch zoo niet te zijn! Wij hebben toch een plicht te vervullen ook in dit opzicht. En indien we dat niet doen, zijn wij zelf mede oorzaak dat de kerkelijke wagen hoe langer hoe dieper geraakt in het moeras, waarin voerlieden van het inzicht van Dr. Kromsigt c.s. hem sturen.
Naar waarheid zegt Ds. Voorhoeve dat de stemmingen tot de wichtigste werkzaamheden behooren van de Classic. Verg. Maar dan staat het ook aan niemand vrij Gods water maar over Gods akker te laten loopen! Moeten we vallen, dan zij het op het veld van eer, in 't harnas!
Wat een liefde tot de broederen! Wat heerlijke verdraagzaamheid! Wat een ijver voor het waarachtig welzijn der Kerk! Of neen — wat haat tegenover degenen die staan op den bodem der belijdenis. Wat booze plannen! Wat ellendige partij-politiek! Wat.... oneerlijk geschrijf dus! " Het spreekwoord van de pot en de ketel had Ds. van Melle moeten bewegen de pen neer te leggen en niet als hij gedaan heeft.om te schrijven zoo-als hij gedaan heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's