Uit de Synode.
Maandag 2 Augustus, 11de zitting. De President opent deze eerste zitting in de nieuwe week met de voorlezing van den 115den Psalm. Hij herdenkt den verjaardag van de Koningin-Moeder. De Synode besluit den volgenden gelukwensch per telegram te zenden: „Aan Uwe Majesteit biedt de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk eerbiedig hare gelukwenschen aan op dezen feestdag. Zij verheugt zich, dat het kostbaar leven van Uwe Majesteit werd gespaard en spreekt de bede uit, dat God Zijne Hand beschermend moge uitstrekken over het Nederlandsche Vorstenhuis, en aan ons Vaderland, na ernstige tijden van beproeving en gevaar, de zegeningen moge verleenen van den vrede."
Ds. de Groot heeft in de 10de zitting gerapporteerd over twee verzoeken om inlichting van het Class. Bestuur van Hoorn, 1e om te verklaren wat een gecombineerde Gemeente is, 2e om bij de directie der Rijkspostspaarbank aan te dringen op vereenvoudiging van de formaliteiten der belegging.
De conclusies van het rapport zullen aan het Class. Bestuur worden meegedeeld.
Aan de orde is de benoeming van een Commissie, naar aanleiding van het schrijven der 6 Utrechtsche Hoogleeraren in de theologie te Utrecht (het Utrechtsche adres.) Door de heeren v. Veldhuizen en Zoete is reeds voorgesteld tot Commissie te benoemen de zes Utrechtsche professoren, die het adres hebben geteekend. Het moderamen meende te moeten voordragen de 6 hoogleeraren, vermeerderd met 3 leden der Synode. Prof. van Nes gaf aan een Commissie te benoemen uit de leden der Synode, vermeerderd met een paar van de Utrechtsche hoogleeraren. Het voorstel van de heeren van Veldhuizen en Zoete wordt aangenomen, zoodat tot leden der Commissie benoemd zijn de professoren Van Veen, Visscher, van Leeuwen, Obbink, Cannegieter en Daubanton, die nu in concrete voorstellen een modtis vivendi zullen hebben aan te wijzen. De heer Timmers rapporteert over het opvoedingsgesticht «Valkenheide» te Maarsbergen. In de Commissie ten deze worden benoemd de heeren Zoete, Tammens, Timmers en Weyland.
Ds. Bloem rapporteert over een voorstel van de Cl. Vergadering van Brielle, om in art. 34 al. 3 Algem. Regl. den naam «Brielle» te veranderen in Hellevoetsluis.» Op grond van art. 35 Alg. Regl. kan dit voorstel niet worden behandeld, omdat de adviezen der kerkelijke besturen ontbreken, 't Is niet op de voorgeschreven wijze ingezonden.
De heer Franke behandelt een voorstel van de Alg. Syn. Commissie, betreffende verschillende fouten, die bij sommige kerkelijke besturen in de verkiezingen, blijkens de ledenlijsten, zijn ingeslopen. Zij vraagt machtiging om de wet te handhaven en in de jaren 1916, 17 en 18 benoemingen te laten geschieden voor een zittingstermijn van één jaar of twee jaren. De Commissie van rapport adviseert die machtiging te verleenen.
Dinsdag 3 Alg., 12de zitting. Het voorstel van de Algem. Syn. Commissie bovenbedoeld wordt door de Synode verworpen; en aangenomen wordt een voorstel .van den vice-president om aan de Syn. Commissie op te dragen, zich in verbinding te stellen met die Class. Besturen en Prov. Kerkbesturen in wier samenstelling onregelmatigheden zijn bevonden. Met aanwijzing van de onregelmatigheden zal hun worden verzocht te trachten zoo spoedig mogelijk die onregelmatigheden op te heffen.
Uit een vroeger opgemaakt grostal wordt in de vacature-Dr. W. J. Aalders als lid der Synodale Commissie na twee vrije stemmingen en na herstemming tusschen de heeren F. Tammeus en A.M. Bloem, door het lot aangewezen de heer F. Tammens (modern) predt. te Zuidbroek; en als diens secundus Ds. C. J. van Paassen te Haarlem. In de vacature-Mr. H. Scholten wordt benoemd ouderling K. Timmers te Klundert en als diens secundus ouderling D. J. R. Jordens te Zwolle.
In de Commissie voor overleg met het Bestuur van »Valkenheide» worden benoemd Dr. G. J, Weyland, Ds. D. Zoete, Ds. F. Tammens en oud. K. Timmers.
Uit hët verslag over den staat van het hulppredikerschap blijkt dat hulppredikers (zonder predikant) werkzaam zijn te Hekendorp, Bergentheimerveld en Dwarsgat (Holl. Veld).
Gerapporteerd wordt over de verslagen der Prov. Kerkbesturen betreffende de examina, waaruit blijkt, dat 36 candidaten zijn toegelaten tot de Evangeliebediening, van wie 31 voor de eerste maal examen deden, 4 voor de tweede en 1 voor den derden keer, terwijl 6 candidaten werden afgewezen. Door verschillende leden worden inlichtingen gevraagd, die tot besprekingen aanleiding geven.
Hierbij kan tevens gemeld worden, dat bij de kerkelijke hoogleeraren voor den cursus 1914—'15 zijn ingeschreven: te Leiden 38, van wie 5 voor de eerste maal; te Utrecht 85, van wie 16 voor de eerste maal; te Groningen 31, van wie voor de eerste maal; te zamen 144, tegenover 164 in den vorigen cursus; 22 werden voor het eerst ingeschreven, tegen 19 in het vorige jaar.
De Voorzitter spreekt daarna een woord van afscheid tot Ds. A. de Haan, van Zwolle, die Woensdag zou worden vervangen door zijn (van ziekte herstelden) primus. Ds. O. Schrieke, van Enschedé.
's Middags was er geen openbare vergadering. Een Synodus Contracta werd gehouden tot behandeling van het hooger beroep van Ds. S. Monsma te Feijenoord, die door het Prov. Kerkbestuur van Zuid-Holland uit zijn ambt werd ontzet.
Woensdag 4 Aug., i^de zitting. De Voorzitter heet Ds. O. Schrieke van' Enschede welkom, waar deze, na een ernstige operatie, weer in zooverre hersteld is dat hij de zittingen der Synode nu kan bijwonen.
De commissie benoemd tot onderzoek naar de historische rechten van de N. H. Kerk op de predikantstractementen, verzoekt andermaal diligentverklaring, welke wordt toegestaan.
Aan de orde komt een voorstel van Dr. F. J. Los, van Koudekerk (Z.-H.), tot wijziging vnn het Reglement op de Algemeene Weduwen-en Weezenbeurs, overgenomen door de classis Leiden. Het rapport over dit voorstel acht de voorgestelde wijzigingen practisch volkomen onuitvoerbaar. Eenstemmig werd de conclusie tot ter-zijde-legging aangenomen, met ïiraardeering voor de pogingen van Dr. Los om de predikantsweduwen een betere positie voor de toekomst te bezorgen.
Ter inzage wordt gelegd het rapport over een voorstel, strekkend om ook de Theol. candidaten van de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam toe te staan examen te doen tot toelating tot de Evangeliebediening.
Ds. de Groot bespreekt het advies van de hoogi leeraren vanwege de Ned. Herv, Kerk aan de Rijksuniversiteiten over de aanstelling van een derden kerkelijk hoogleeraar.
De' behandeling van dit rapport wordt uitgesteld. Evenzoo gaat het met een rapport van dr. Weyland over een voorstel tot wijziging van art. 15 al. 4 van het Alg. Regl., waartegen als bezwaar is aangevoerd, dat aan de Alg. Synod. Comm. geen rechtspraak toekomt, dat zij niet meer macht moet krijgen dan zij al heeft, welke bezwaren daarin ernstig getoetst worden. Een rapport van den heer Creutzberg tot wijziging van art. 14, al. i van het Alg. Regl., en id. van den heer Bloem over een voorstel van het Class. Best. van Haarlem om voortaan de personeele toelagen ook op den ligger van het predikantstraktement te vermelden; nog een van denzelfden over het voorstel van het Comité der Hervormde broederschap om eene Synode van 45 leden te benoemen ;
Verleden jaar heeft de meerderheid van de Comm. V. rapport daartegen een overvloed van bezwaren ingebracht; thans heeft de minderheid in haar midden getracht die te weerleggen.
Donderdag 5 Aug., 14de zitting. De heer Cremer rapporteert over het voorstel van den heer Tammens tot wijziging van art. 7 al. i Regl. op de kosten voor het Bestuur (aldus te lezen: svoor dezen omslag worden de gemeenten in 12 klassen gerangschikt" en in al. 3 bij te voegen: »in de 10de f60; in de 11 de f75; in de 12de f 100); en, in verband daarmede, over een voorstel van de classicale vergadering van Winsum, om een 10de kL op te nemen met een onbegrensd quotum. De vraag, of deze voorstellen te vroeg of te laat komen, nu de quotisatie juist weder ; voor 5 jaren is geregeld, wordt ondergeschikt geacht ' aan de groote 'beteekenis ervan. De commissie van ' rapport acht het voorstel van Winsum niet aan nemelijk en wil het voorstel-Tammens wijzigen, zoodat er IC klassen blijven, aldus: »al. 3: De jaarlijksche omslag bedraagt in de verschillende klassen, behoudens de vermenigvuldiging hierboven bedoeld: in de iste klasse f5, in de 2de f 10, in de 3de f15, in de 4de f20, in de 5de 30, in de 6de f40, in de 7de f50, in de 8ste f65, in de 6de f 80, inde ipdef 100".
Dit voorstel wordt met algemeene sternmen aangenomen. Het zal dus aan de consideration der kerk worden onderworpen.
In behandeling komt het rapport van den heer Picard over de consideraties betreffende de voorloopig aangenomen wijziging van art. 7 Regl. Examen (welke een einde maakt aan de onzekerheid, of de candidaatsbul der Amsterdamsche Universiteit zou begrepen zijn onder de in art. 7 Regl. Ex. bedoelde stukken en het mogelijk maakt, dat de a.s. predikanten tot aan het afleggen van hun candidaatsexamen te Amsterdam studeeren). Het oordeel der kerk, in het bijzonder dat van de provinciale kerkbesturen, luidt niet gunstig. De tegenstanders noemen vele bezwaren, terwijl de voorstanders slechts wijzen op het belang van enkele studenten. De commissie kan niet inzien, dat het belang der kerk door deze wijziging zou worden gebaat. Veeleer zou het aannemen ervan den indruk kunnen geven, alsof de kerk zelve het beginsel, vervat in art. 1 Regl. H. O., zou willen prijsgevep en de hoogst ongewenschte gevolgen, die daaruit zouden kunnen volgen, zich zou laten welgevallen.
Dr. van Nes sluit zich aan bij het advies der commissie van rapport, maar er zijn in de kerk wel bezwaren genoemd, welke niet ad rem zijn, b.v. het bezwaar, dat de Hervormde studenten te Amsterdam alleen bij dissenters ter schole zouden gaan.
Ook dr. van Veldhuizen verheugt zich, dat de commissie van rapport tot die slotsom is gekomen.
De secretaris blijft daarentegen staan op het standpunt van verleden jaar, zoo ook de h.h. dr. Visser en Schrieke.
De vice-president behoort tot de commissie van rapport. Verleden jaar behoorde hij tot de zeer kleine minderheid, welke tegen de voorloopig aangenomen wijziging heeft gestemd. Hij acht haar bedenkelijk, en gevaarlijk met het oog op de mogelijke gevolgen.
De heer Cremer is van oordeel, dat het argument ontleend aan het toezicht van de kerkelijke hoogleeraren van weinig beteekenis is, en dat, aangezien de Amsterdamsche candidaats-bul even groote waarde heeft als die eener andere universiteit, er ook geen bezwaar kan zijn, om Hervormde studenten aanvankelijk te Amsterdam te laten studeeren.
Ook de heer Franke is tegen de conclusie en meent, dat men de gelegenheid niet moest laten voorbijgaan om seen onrecht te herstellen", waartegen de heer Bloem, onder instemming van andere leden, opmerkt, dat, als hier van onrecht sprake is, dit onrecht voorzeker is uitgegaan van den gemeenteraad van Amsterdam. De heer Bloem wil ook niet de opleiding van Hervormde studenten zien toevertrouwd aan professoren die allen of bijna allen tot andere kerkgenootschappen behooren en evenmin wil hij geringschatting van het toezicht, dat de kerkelijke hoogleeraren hebben te oefenen op de Hervormde studenten.
De conclusie van het rapport wordt aangenomen met 13 stemmen, zoodat daarmede de voorloopig aangenomen wijziging van art. 7 Regl. Examen is gevallen.
De Herv. theol. studenten kunnen dus niet aan de Gemeente-Universiteit te Amsterdam studeeren.
Dr. van Nes behandelt een voorstel van den heer Cremer tot wijziging van art. 18 al. i Regl. Godsd. onderwijs. (Aldus: »Elke afwijzing wordt geacht te zijn geschied voor den tijd van één jaar". Voorts wordt al. I tot al. 2 aldus gelezen: »Het classicaal bestuur hervat het examen niet, dan nadat een bewijs is overgplegd dat de examinandus zich ten minste nog één jaar volgens art. 13, 20 geoefend heeft." Al. 3 wordt al. 3, al. 3 wordt al. 4).
Aangezien deze wijziging elk misverstand wegneemt verdient zij aanbeveling. Met algemeene stemmen wordt zij voorloopig aangenomen.
Verder wordt door Dr. Visser rapport uitgebracht over het verzoek van Ds. H. J. A. Lütge, van Amsterdam, en 183 andere predikanten, tot wijziging van art. 37 van het Regl. op het examen (proponentsformule) en de artt, 19 en 39 van het Regl. op het Godsd.onderwijs, waaraan 233 kerkeraden en een aantal Class, vergaderingen adhaesie hadden betuigd. Het voorstel kon in de Commissie voor voorloopig onderzoek geen meerderheid vinden.
Het rapport zal later behandeld worden.
Vrijdag 6 Aug., 15de zitting. In de eerste plaats komt aan de orde de bespreking van het rapport-Bloem over een voorstel van C. B. van Haarlem, tot wijziging van art. 67, reglement op de vacaturen. De commissie stelt voor om in art. 3 al. i achter het woord huishuur in te voegen de woorden: „en van de door den overleden predikant genoten personeele toelage." En een artikel 40* van dezen inhoud te plaatsen: „de Kerkeraad vraagt van de kerkelijke administratie een opgave van alle voordeelen en emolumenten en personeele toelage aan de predikantsplaats verbonden." En in in art. 60' al. i te plaatsen achter „inkomsten" — „en van een gewaarmerkt afschrift van-de opgave, genoemd in art. 40'". Een en ander om verschillende onregelmatigheden te voorkomen, en om in het annus gratiae aan de weduwe van den overleden predikant te verzekeren alle inkomsten, die haar echtgenoot gedurende zijn leven genoot.
De eerste conclusie wordt aangenomen met 16 stemmen; de 2e met 15 en de 3e met 15 stemmen. Eindelijk dat in art. 67 regl. op de vacature opgenomen worde achter: „in orde bevonden": , , en door den beroepen predikant de schriftelijke verklaring is afgelegd dat door hem van de kerkelijke - administratie geen personeele toelagen van welken aard ook, bedongen of aanvaard zijn buiten en bo\endien welke zijn vermeld in de opgaaf genoemd in art. 40* van dit reglement." Met 14 stemmen aangenomen.
De kerkelijke hoogleeraren aan de Rijksuniversiteit verzoeken om de aanstelling van een derden kerkdijken hoogleeraar aan iedere universiteit, wijl de zwaarte hunner taak dit noodig maakt. Zij zouden noodig achten een hoogleeraar voor dogmatiek en zedekunde, één voor bijbeltheologie en practica en één voor vaderderlandsche kerkgeschiedenis. De theol. studie zou dan vermoedelijk met een jaar verlengd moeten worden. Ook wordt advies gegeven, hoe de kosten zouden moeten gevonden worden, uit de quota, misschien uit het fonds voor het Hooger onderwijs.
De meerderheid der rapporteerende Commissie was voor aanstelling van zulk een hoogleeraar.
De hoogleeraren Van Nes en Van Veldhuizen uitten zich in gelijken zin. De voorzitter, vice-voorzitter en secretaris waren niet van de wenschelijkheid overtuigd. De conclusie der meerderheid in de Commissie werd met 13 tegen 6 stemmen verworpen.
De kerkeraad van Utrecht stelt voor een invoeging in het Regl. van de kerkeraden en eenige andere in het Regl. voor het Hulppredikerschap. De eerste luidt aldus : »In gemeenten met meer dan één predikant en waar die gemeente voor het herderlijke werk verdeeld is in wijken, en voor de diaconale zorg in diakenkwartieren, behoort tot het werk van den Algemeen en Kerkeraad ook: de verdeeling van de gemeenten in wijken, waarbij hij zorg draagt, dat de grenzen der predikantswijken tevens de grenzen zijn van de diakenkwartieren of van een groep diakenkwartieren*. In verband hiermede wordt ook voorgesteld, het hulppredikerschap voor die wijken te regelen. Over dit voorstel rapporteerde de heer Couvret. De geest van het rapport was gunstig. Gewenscht acht men het, dat een grondbepaling in den geest van art. 16* Regl. op de kerkeraden wordt opgenomen. Maar uit de vergadering rijst vrij ernstige bestrijding: men meent, dat zulke bepalingen in een huishoudelijk reglement thuisbehooren of bij onderling overleg worden geregeld. En wat de bepalingen over de hulppredikers aangaat, dan is het van belang het verouderd reglement op het hulppredikerschap te herzien. Toch wil de heer Bloem, dat in het kerkelijk wetboek bepaald zal worden, bij wie de bevoegdheid berust tot de verdeeling van eene gemeende met twee of meer predikanten in wijken of diakenkwartieren: hij meent bij den kerkeraad. Desniettemin is het lot aan het Utrechtsche voorstel niet gunstig: het wordt afgewezen met 13 tegen 6 stemmen.
Nog wordt door de Class. Vergadering van Wijk de vraag gedaan: Wannéér bij de kerkvisitatie slechts zeer weinige kerkeraadsleden aanwezig zijn, of de visitatie dan moet doorgaan of een nieuwe visitatie moet plaats hebben. Aan het Class. Bestuur van Wijk wordt geantwoord volgens art. 13 Alg. Regl., dat het zich heeft te wenden tot het in rang volgend bestuur. (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's