De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

Na het besluit van de Synode dezes jaars, om de verkiezing van de leden der Synode voortaan op andere wijze te doen geschieden, schreef de N. Rott. Ct. het volgende artikel:

De rechtstreeksche verkiezing van de synode. ,

Is de synode der Ned. Herv. Kerk, nu zij in beginsel heeft aangenomen, dat haar leden in de toekomst zullen worden gekozen door de classicale vergaderingen, reeds vooruitgeloopen op het resultaat der door haar benoemde commissie, die een modus vivendi zal moeten zoeken ? Oogenschijnlijk heeft zij met deze aanneming het werk der commissie bij: voorbaat niet weinig bemoeilijkt. Immers heeft de linkerzijde zich eenstemmig en met groote beslistheid tegen-dit beginsel verklaard, en ging deze stemming, , behoudens de uitspraak der heeren Couvret en Schrieke, zuiver rechts tegen links. Met desniettegenstaande inzake dit veelbesproken en diepingrijpend beginsel de orthodoxe reorganisatie-partij ter wille te zijn, maakt de synode den indruk, of het haar met haar poging tot een modus vivendi geen ernst is geweest.

Toch is deze indruk onjuist. Wie het werken en streven der twee hoofdgroepen in de Ned. Herv. Kerk nauwlettend volgt, ziet hoe er in hun oogenschijnlijk dwars tegen elkaar ingaan eenzelfde richting is te ontdekken. Alleen werkt iedere groep, in deze richting op een afzonderlijk terrein. Terwijl de orthodoxe reorganisatie-mannen streven naar een juiste vertegenwoordiging in de hoogere besturen doch van deze juiste vertegenwoordiging» in de gemeente niet willen weten, tracht omgekeerd de vrijzinnige hervormingsbeweging naar het laatste doch verklaart zich tegen het eerste.

Zal niet de taak der Utrechtsche hoogleeraren zijn, deze twee stroomingen in één bedding te leiden? Wel hebben zij blanco mandaat ontvangen, maar willen zij hun arbeid met welslagen zien bekroond, dan zullen zij hun stelsel moeten ontwerpen volgens de lijnen die zich reeds in het heden afteekenen. En deze lijnen gaan, rechts en links, in de richting van »juiste vertegenwoordiging.«

In zooverre komt de thans gevallen uitspraak der synode het werk der commissie tegemoet. Theoretisch heeft de synode met deze bindende uitspraak het blancomandaat der commissie beperkt, maar praktisch zal dit geenerlei gevolgen hebben, daar de commissie toch op het beginsel van juiste vertegenwoordiging!!; is aangewezen. En men moge zeggen wat men wil, maar een rechtstreeksehe verkiezing van afgevaardigden blijft toch steeds meer kans gevei op een zuivere vertegenwoordiging dan een getrapte verkiezing. Wil de commissie nog verder gaan en. de verkiezing van de leden der synode overlaten aan de gemeenten zelf — wij denken aan een z.g. referendum onder de lidmaten van elke classis — dan kan zij dit altijd nog doen. Maar het handhaven der benoeming door de provinciale kerkbesturen zou allicht voor haar toch geen bekoring hebben gehad.

Anders zou het geweest zijn, wanneer de vrijzinnige tegenstemmers het beginsel, volgens hetwelk de leden der synode zullen worden gekozen door de classikale vergaderingen, hadden verworpen op grond van de overtuiging, dat dit beginsel met het streven naar juiste vertegenwoordiging in strijd is. Dit is evenwel niet het geval geweest. Blijkens hetgeen bij de gedachtenwisseling de viijzinnige leden der synode over dit onderwerp hebben gezegd, zijn hun overwegingen : praktische onbeduidendheid van den maatregel, hooge kosten, onbevoegdheid der classicale vergadering, vrees voor het verlies van de hooge positie der synode. Dit laatste begrijpen wij niet recht: waarom zou de waardigheid van een vertegenwoordigend lichaam geschaad worden, zoodra het rechtstreeks en niet langer getrapt wordt verkozen ?

Op éen beweegreden, die wij afzonderlijk noemen, dient de aandacht gevestigd te worden, daar zij de eigenlijke grond van de sterke tegenkanting der vrijzinnigen bloot legt. Een der vrijzinnige leden van de synode uitte zijn vrees, „dat hier de weg der z. g. reorganisatie met haar achtergrond van leertucht wordt ingeslagen." Deze vrees is het, waarom de vrijzinnigen terughuiveren voor de toepassing van een beginsel, waartegen zij op zichzelf geen bezwaar kunnen hebben.

Nu behoeft een reorganisatie inzake de verkiezing van de synode volstrekt niet in verband te staan met leertucht. Het betreft hier zelfs twee ongelijksooritige dingen. Doch in de praktijk wordt de weg tot leertucht uitermate vergemakkelijkt door de reehtstreeksehe verkiezing van de synode. De verkiezing door de classicale vergaderingen zal n.l. eensdeels een belangrijke orthodoxe meerderheid in het hoogste bestuurslichaam waarborgen en anderdeels het karakter van partij-afvaardiging meer naar voreii brengen. Door deze twee feiten wordt het vooruitzicht op leertucht allerminst denkbeeldig.

Het is dus ten slotte uit instinct tot zelfbehoud, dat de vrijzinnigen zich tegen het thans aangenomen beginsel verklaren. Zij behoeven zich hierover geenszins te schamen, en hadden bij de gedachtenwisseling orer deze zaak gerust deze eigenlijke drijfveer kunneïi noemen. Tegelijkertijd hadden zij er dan immers op kunnen wijzen, dat de inconsequentie der orthodoxe reerganisatie-mannen, die vóór , .juiste vertegenwoordiging" zijn, waar het de synode, maar er tegen, waar bet de gemeente betreft, aan dezelfde drijfveer is toe te schrijven. Door deze zaak in het juiste licht te stellen zouden de vrijzinnige leden der synode het tot standkomen van den modus vivendi aanzienlijk hebben bevorderd.

Telkens weder blijken de vraagstukken, de kerkorde der Ned. Hierv. Kerk betreffende, meer machtsvragen dan beginselvragen te zijn. Zij dienen dit te wezen, zoolang éen partij in dit kerkgenootschap de alleenheerschappij voor zich opeischt. Eerst dan zal over beginselvragen kalm en zakelijk kunnen worden gehandeld, wanneer het gelukt is, de machtsvraag voorgoed buiten de orde te stellen door het treffen van een regeling, die het naast elkaar leven der richtingen waarborgt.

Aan de Utrechtsche hoogleeraren blijft, ook na de gevallen beslissing, , de taak dezen modus vivendi te zoeken. Zij zullen, hopen wij, met deze jongste synodale uitspraak rekening houden, door ook bij de verkiezing der synode naar „juiste vertegenwoordiging" te streven, doch zij zullen daarbij alle klem hierop leggen, dat inzake „juiste vertegenwoordiging" niet met twee maten mag worden gemeten, doch hetgeen geldt voor de hoogste vergadering der kerk, eveneens dient te gelden voor haar grondvergaderingen, de gemeenten.

Inmiddels houden zij hun vrijheid van beweging door te bedenken, . da.t de ge\rallen beslissing slechts van zeer voorloopigen aard is. Al moge het volgend jaar na gunstige consideratiën de toekomstige synode dezen maatregel in tweeden aanleg vaststellen, te betwijfelen valt, of de provinciale kerkbesturen er hun onmisbare goedkeuring aan zullen hechten. Te hunnen opzichte zou in dezen-met recht van zelfmoord sprake kunnen zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's