De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

Het Utreohtsehe adres.

In het Maandblad van de Vrijzinnige Hervormden in 's-Gravenhage e.o. trekt de redacteur ds. B. W. Colenbrander een vergelijking tusschen de commissie in 1873 door de synode der Ned. Herv. Kerk benoemd om een modus vivendi te zoeken en de daartoe benoemde commissie van thans. „In het jaar 1873" zegt de schrijver, „benoemde de synode eene commissie van negen leden, drie üit de orthodoxe, drie uit de evangelische en drie uit de moderne partij, met de opdracht om een reorganisatie te ontwerpen, waarbij de eenheid der kerk bewaard en de gewetensvrijheid gehandhaafd bleef. Men verwachtte één advies, doch ontving er vier, n.l. van de orthodoxe en de evangelische zijde elk een en twee van de modernen. De meerderheid der laatsten wilde n.l. de kerk als belijdende kerk loslaten, de gemeenten in kerspelen verdeelen en aan elk kerspel een eigen kerkeraad toegekend zien. Een van de drie modernen vond dat echter te radicaal en diende een bemiddelend voorstel in. Dat werd aangenomen en daaruit is de toestand geboren dien wij thans hebben.

„Op grond van die ervaring zullen wellicht velen thans van die zaak niet veel goeds verwachten. Doch onzes inziens bestaat tot die moedeloosheid geen gegronde reden. Vooreerst toch zijn niet alleen predikanten, maar ook leeken thans dieper dan voor twee en veertig jaar er van doordrongen, dat de bestaande toestand onhoudbaar is. Ten tweede is het voorstel destijds ran de synode uitgegaan, terwijl het thans uit den boezem van de kerk zelf is opgekomen. Ten derde ontmoeten de commissieleden elkaar thans geheel anders dan vroeger. Want men moet weten, dat de synode het zeer verstandig besluit heeft genomen om de zes aanvragers te verzoeken zelf de zaak in orde te brengen. In 1873 kwamen de negen heeren dus samen, terwijl elke partij onder hen terstond van plan was om de zaak zoo te regelen als elke partij dat wenschte, terwijl het zestal thans de vergaderzaal in zal gaan met het voornemen om de kwestie zoo op te lossen, als zij dat samen wenschen. Te voorspellen is hier natuurlijk niet mogelijk, maar wel: te vermoeden. En dan is er reden te vermoeden, dat het thans losloopen zal." (N. Rott. Ct.)

Uit het Buitenland.

N, - AMERIKA. Zending onder de Mormonen. vanwege de Chr. Gere/. Kerk

De Zending onder de in de nieuwe wereld wonende Mormonen is buitengewoon moeilijk; immers wordt ze gedreven onder menschen die in eigen oog alleszins godsdienstig zijn door zich „de heiligen der laatste dagen" te noemen. Dat de heidenen, zoo noemen de Mormonen allen die niet tot hen behooren, de heiligen der laatste dagen zouden willen bekeeren, is in hunne oogen het toppunt van dwaasheid. Zendelingen, die jaren lang onder de heidenen gearbeid hebben en met het oog op hun gezondheid een tijd lang in het heerlijk klimaat van Utah werkten, getuigen eenparig, dat de arbeid onder de heidenen niet zoo moeilijk valt als onder de Mormonen.

Toch zoekt de Chr. Geref. Kerk nog altijd onder de Mormonen het verlorene. De broeders van Denver besloten in overleg met de zendingsdeputaten van de Classis Pella op eene vergadering, den 1sten Juli te Denver gehouden, dezen arbeid met kracht voort te zetten. In weerwil van de vele moeilijkheden aan den arbeid onder de Mormonen verbonden, is er veel dat aanspoort om in de kracht Gods voort te gaan. Ten eerste heeft de Heere aan de Chr. Gereformeerde Kerk aanvankelijk een geopende deur gegeven. Door middel van haar arbeid zijn reeds enkelen voor de diepten Satans de oogen open gegaan. Ten tweede heeft de Heere den Christenen van HoUandschen oorsprong een roeping gegeven in betrekking tot de stamverwanten in Utah. Vele Hollanders werden verleid en bedrogen. Men beweert dat er te Salt Lake City en Ogden een 4500 Hollanders wonen, waarvan niet minder dan 3000 Mormonen zijn. Ook de Duitschers Denen, Zweden en Noorwegers werken er onder hunne stamverwanten. Daarom ligt het op den weg der Chr. Geref. Kerk, onder de Hollanders, die in den strik van het Mormonisme vielen, te arbeiden. Ten slotte mag men gelooven dat tal van Hollanders bloot in naam, niet van harte overtuigde Mormonen zijn. Was dit het geval, dan zouden de zaken haast hopeloos, in elk geval veel hachelijker staan.

Er zijn onder de Mormonen vele eerlijke en oprechte menschen, maar hunne leiders zijn, behoudens gunstige uitzonderingen, verleiders, die de allerverderfelijkste leeringen verbreiden.

Ze hebben een Evangelie geheel naar den natuurlijken mensch. Alle denkbare dwalingen van vroeger of later tijd hebben ze op den naam van Jezus gezet. Hun tallooze ketterijen kunnen gevoegelijk tot een drietal gronddwalingen herleid worden. Hun godsbegrip is puur heidensch. Ze leeren dat God vleesch is en zijn liefde vleeschelijk. Hij leeft in veelwijverij en brengt vele goden (zielen van menschen en engelen) voort. Bijgevolg is hun God niet eenig, eeuwig, onzienlijk, alwetend, alomtegenwoordig en almachtig. Waar ze er nu sterken nadruk op leggen, dat de mensch naar Gods beeld geschapen is en dit beeld vertoonen moet, daar kan een iegelijk de gevolgtrekking maken, en behoeft het geen vraag meer te zijn of de veelwijverij wel wezenlijk tot hun godsdienst behoort. De verdierlijking zoowel als de vergoddelijking van den mensch vloeien voort uit hun godsbegrip.

Hun tweede grondfout is de leer van de voortgaande en steeds toenemende openbaring Gods aan den mensch. Ze beschouwen den Bijbel wel als een goddelijk boek, maar ze vinden het belachelijk om te meenen, dat de openbaring Gods met den Bijbel is afgesloten en dus de gansche waarheid in dit eene boek is vervat. Zoo beschouwen ze het boek van Mormon en andere Mormoonsche geschriften als de vrucht van deze voortgaande openbaring. Ze ontkennen wel, dat ze het Boek van Mormon als hun Bijbel vereeren, maar ze belijden toch in art. 8 van hun geloofsbelijdenis letterlijk: »Wij gelooven ook dat het boek Mormon het Woord Gods is". Uit dit heilloos beginsel van voortgaande openbaring zijn voorts te verklaren hün vereeren van het slevend orakel", zooals ze hun President noemen, hun droomen, gezichten, stemmen, engelenbezoeken en al dergelijke dwaze dweperij, die niet zelden in dienst gesteld wordt van de booze lusten des vleesches.

Hun derde fondamenteele gedachte is, dat hunne kerk het koninkrijk Gods is, en dan wel geopenbaard met uiterlijk gelaat. Hieruit is te verklaren hun omwroeten in de hooge politiek en hun priesterdwang; hun prachtlievendheid en hun ceremoniëndienst; hun ongebreidelde eerzucht en hun leven in de toekomst, Christus noemt zijn ware kerk het zout der aarde, maar zij willen als kerk aan de spits der wereld staan, en ze gelooven vast, dat dit doel eerlang bereikt zal worden. Christus zal weldra tot zijn tempel in Salt Lake City komen en dit alles voor hen verwerkelijken.

Men gevoelt, dat hier de diepten des Satans zijn. Het Mormonisme ligt geheel in den geest des tij ds en op één lijn met den afval onzer dagen. Het is anti-christendom in den naam van Christus, en het zal ongetwijfeld het zijne doen om den mensch der zonde voort te brengen. Ze zijn zeer verleidelijk. Dit blijkt al dadelijk uit hun belijdenis, bestaande uit dertien korte artikelen. Hier zijn vele van hun voornaamste dwalingen opzettelijk verzwegen, terwijl er bovendien een andere zin aan de woorden gehecht is. De zendelingen komen steeds met den Bijbel bij de menschen, en weten over de duistere schriftuurplaatsen (dwaal)-licht te ontsteken.

Ze spreken veel van het algemeen verval van het Christendom onzer dagen en in verband daarmede van het herstel der ware kerk door Josef Smith en zijne heiligen. Vele dingen begunstigen hierbij hun pogen. Het buitengewone en besliste van hun voorstelling neemt de onkundige en dweepzieke zielen in beslag. In elk menschenhart leeft een diepe begeerte naar aardsche glorie. Als men dan plotseling zoo beslist hoort gewagen van de heerlijkheid in het verre Westen, waar men het goud en het zilver zoo maar uit de bergen haalt en waar allen leven als broeders en zusters; waar de Heere voortdurend spreekt, en vraar de onbekeerde dooden nog gezaligd kunnen worden, — ziet, dan laten .velen zich hierdoor betooveren. Inzonderheid de arme en onkundige menschen laten zich licht meesleepen. Vaak ontevreden met , eigen toestanden en in Europa veelal met weinig rooskleurige vooruitzichten voor zijne kinderen, beschouwt men de Mormoonsche zendelingen als reddende engelen, wanneer deze beloven hun gratis naar het land der belofte te zenden. Zoo omhelzen velen een godsdienst, dien ze niet begrijpen, maar die van meetaf voordeelig is en geen kruis, maar terstond een kroon belooft. Zien ze dan later in de nieuwe wereld de ruwe werkelijkheid, dan gebeurt het niet zelden, dat ze het vertrouwen in allen godsdienst verliezen en met wrok en wrevel vervuld worden jegens God en den mensch.

Het verblijdt ons, dat onze broeders in de nieuwe wereld zich het lot der bedrogenen aantrekken en dat deze arbeid in de rechte banen geleid wórdt.

KOREA. De Japansche regeering en de Chr. Scholen.

In geen land heeft in deze eeuw de zending zooveel terrein veroverd als in Korea. Sedert het door Japan geannexeerd werd, is het Kóreaansche volk steeds meer gecristianiseerd. De Japansche regeering schijnt echter de zendingsactie niet te willen bevorderen. Althans zij heeft bevolen, dat binnen een tijdperk van vijf jaar in de Christelijke scholen van Korea de Bijbel niet meer als leesboek mag gebruikt worden, en dat in de schoolgebouwen geen Godsdienstige oefeningen mogen plaats hebben.

De Japansche Directeur van het onderwijsdepartement bezocht Europa en zag, dat in sommige landen het onderwijs geheel Godsdienstloos is.

Hetzelfde wil hij nu ook in Korea invoeren. De leiders van de zendingsscholen hebben den Directeur echter te kennen gegeven, dat zij liever hunne scholen sluiten, dan het onderwijs voortzetten wanneer de Bijbel geweerd moet worden.

Hieruit is te vreezen, dat, nu Japan zijn invloed in het Oosten, vooral in China uitbreidt, dit niet ten goede van de Zending komen zal. {De Heraut).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's