Uit het kerkelijk leven.
Ons Studiefonds.
Voor niemand onzer lezers is het meer een onbekende zaak, dat we naast ons Leerstoelfonds nu ook hebben ons Studiefonds.
Wat het Leerstoelfonds bedoelt weet ieder, Doordat het onderwijs aan onze Rijksniverdteiten veelszins is toevertrouwd aan mannen die niet op den bodem der Schrift staan en de wijsheid Gods, en mitsdien hun onderwijs niet inrichten naar uitwijzen van Schrift en belijdenis. is de nood ons opgelegd, om op eigen kosten mannen aan te stellen, die onder de studenten wat anders leeren dan vele hoogleeraren aan onze aanstaande preikanten voorhouden.
Afzonderlijke colleges dienen er gegeven te worden in uitlegkunde van Oud en Nieuwestament, als de Rijkshoogleeraar een man is die den Bijbel niet eert en mint ais Gods Woord.
En broodnoodig is het, dat we bizondere hoogleeraren krijgen, die onderwijs geven in dogmatiek, kerkgeschiedenis, kerkrecht enz.. waar helaas! het onderwijs in die vakken door het Rijk en door de Synode wel toevertrouwd is aan mannen, die de moderne leeringen voorstaan of tegenstanders zijn van de Geref. waarheid, kostelijk uiteengezet in onze belijdenisschriften.
Juist omdat de studentenjaren van zoo groote beteekenis zijn voor het verdere leven, hebben we hier, om de wille van onze studenten en om de wille van onze Kerk, zoo nauw toe te zien, dat zij geen steenen voor brood krijgen en niet meegetrokken worden in paden, die niet naar Gods Woord zijn. En dan moet er gedaan worden wat in den weg der middelen behoorlijk en noodzakelijk is.
Met ons Leerstoelfonds gaat het goed; prachtig zelfs! We hebben de leden van onzen Bond, de lezers van ons Orgaan en ook velen die nog buiten onzen Bond staan daarvoor wel hartelijk dank te zeggen, dat zij ons in deze zoo heerlijk helpen. De Heere, die de harten neigt en de wegen richt, maakt het hierin wèl, boven bidden en boven denken!
Wel hebben we wat teleurstelling nu, waar de benoeming van Prof. Visscher door het verbod der Regeering eigenlijk onmogelijk is gemaakt. Immers de Regeering wil Prof. Visscher geen vrijheid geven, dat hij een benoeming aanneemt onder belofte zijn onderwijs te zullen inrichten overeenkomstig Gods Woord en het beginsel onzer Geref. belijdenis. En zoo zijn we in de moeilijkheid gekomen, dat we een hoogleeraar benoemd hebben, die de benoeming gaarne wilde aanvaarden, maar door de Regeering in deze bemoeilijkt, ten slotte toch voor de eer moest bedanken I
Jammer!
Maar er gebeurt niets bij geval. De Heere regeert en Hij heeft er zeer zeker goddelijke en wijze bedoelingen mee. Deze teleurstelling hadden we zeker noodig. Opdat we op den naam des Heeren zullen leeren vertrouwen en, door lijden geoefend, hoe langs hoe meer van menschen zullen leeren afzien om uit Gods hand te leven!
Hij zal het maken, gelijk Hij beloofd heeft. En daarom laten we ons ook geenszins uit 't veld slaan. We laten ons niet ontmoedigen. We vertragen niet. We moeten leeren kracht te putten uit onze heilige beginselen, om ook in weerwil van tegenspoed uit dat beginsel te leven en voor dat beginsel te offeren, ziende op het gebod en blind voor de uitkomst. Beproeving is wel eens goed. En telkens moeten we weer leeren, dat degene die op vleesch zijn betrouwen stelt beschaamd wordt. Om dan méér nog dan vroeger bij den Heere toevlucht te nemen en Hem onze zaak in handen te geven — waarbij Hij nooit beschaamt, maar steeds doet wat Hem behaagt!
Ons Leerstoelfonds kent dus ieder. En we gaan moedig voort daarmee! Neen! de kortste weg is niet altijd de beste weg. De Heere weet het beter! Omwegen, met teleurstelling en beproeving, kunnen zoo heilzaam zijn! En daarom neen! we willen niet murmureeren; we laten de handen niet in den schoot vallen.
Moedig gaan we voort in 's Heeren kracht, naar den eisch van Gods gebod!
Maar nu ons Studiefonds. Daarvan weten velen nog niet hoe dat in elkaar zit en wat dat bedoelt. Daarom een enkel woord daarover.
Het is een bekende zaak, dat er dikwijls in gezinnen, waar men niet zoo gemakkelijk de kinderen kan laten studeeren, krachten schuilen die voor' de studie wel gebruikt konden worden. Gelijk het ook meer dan eens voorkomt, dat er onder de jongens uit die gezinnen, wel zijn, die lust gevoelen om dominee te worden.
Hoe moet vader en moeder deze zaak nu evenwel financieel klaarspelen? Want aan de studie voor predikant zit heel wat vast. Zes jaren op een gymnasium en vier à vijf jaren aan de Hoogegchool — dat alles kost natuurlijk veel geld. En daarom, hoe kan vader en moeder dat bekostigen ? 't Is dikwijls niet om te beginnen.
Hadden we nu maar veel, heel veel geld.
Dan konden we in zulke gevallen zeggen: Kom maar bij ons! En als het dan ouders zijn, die de geref. waarheid liefhebben; en als het dan jongens zijn die lust hebben om eenmaal die waarheid te verkondigen in het midden onzer Herv. Kerk — o! wat zou het dan heerlijk zijn, als we daar financieel eens flink konden bijspringen om het alzoo mogelijk te maken, dat zulke ouders werden geholpen en zulke jongens konden studeeren!
Dan maakten we een Gymnasiumfonds, om uit dat fonds gymnasiasten van geref. beginsel te helpen.
Maar zoover zijn we nog niet! Daar kunnen we ook nog niet over denken.
We hebben evenwel een Studiefonds. Ja, dat hebben we. Sinds kort wel. Maar 't bestaat; en 't loopt aardig. Een paar duizend gulden in een paar maanden te mogen boeken, is niet mis! En we hebben goede hoop, dat het ook verder goed zal gaan. Want immers ook hier dringt de nood, die groot is.
Wat het Studiefonds dan wil?
Niet dus aanstonds te hulp komen bij 't begin van de studie. Dat kunnen we niet. Althans vooreerst. Wat later misschien mogelijk zal zijn, kunnen we natuurlijk nu nog niet zeggen. Bescheiden en eenvoudig moet ons begin zijn. En daarom zouden we ons voor 't oogenblik hierbij willen bepalen: wanneer er ouders zijn, die kans zien om hun zoon'^het Gymnasium te laten afloopen, maar dan geen kans zien om hun zoon student te laten worden, die ouders zouden we zoo gaarne willen gaan helpen.
Natuurlijk niet met reuzen-sommen. Dat kunnen we niet.
Maar dan toch met een bescheiden bijdrage, tot steun bij de studie. En dan gedurende 2, 3 of 4 jaren, al naar 't zal noodig blijken te zijn.
Men versta ons dus wél. Onze bedoeling is niet, om zóo maar eens aan deze of gene honderd of tweehonderd of driehonderd gulden in de hand te stoppen. Want dat zou waarschijnlijk iedere student wel aardig vinden!
Maar dat is ons bedoelen niet. Wij willen bepaaldelijk geref. theol. studenten gaan helpen, wanneer de financiëele kracht der ouders zóo is, dat ze zonder deze onze hulp er niet over zouden kunnen denken, om hun zoon voor predikant te laten studeeren.
Zóo willen we studenten en predikanten kweeken, die er anders, naar den mensch gesproken, niet zouden komen.
Ouders, van geref. beginsel zijnde, kunnen hier dus eenigszins rekening mee houden.
Waar anders de bezwaren, aan de studie verbonden, misschien zóo vele en zóo groot zijn, dat men er van af moet zien om een jongen te laten leeren voor predikant, daar kan men nu eenigszins gaan rekenen op hulp bij de studie, als de gymnasiast student is geworden en de student verklaart de geref. waarheid lief te hebben en voor te staan, naar den zin van onze belijdenisschriften.
Waarbij het getuigenis van den plaatselij ken predikant of van een of meer Hoogleeraren gunstig moet zijn.
We hopen, dat men ons nu eenigszins begrepen heeft, 't Is alles nog vaag wat we in betrekking tot ons Studiefonds kunnen zeggen. We staan ook nog maar aan 't begin. Alles is nog in wording.
Geve de Heere maar, dat er veel gegeven wordt voor ons Studiefonds, dan kunnen we ook veel hulp verleenen!
En geven is aangenaam, vooral als men weet, dat des Heeren gaven over ons zoovele zijn en ons geven zoo grootelijks de zaak van Gods Kerk kan bevorderen.
Wie geeft dan niet gaarne?
God heeft den blijmoedigen gever lief!
Antwoord aan Ds. van Melle.
Ds. van Melle van Kralingen is weinig gesticht over 't geen we aan zijn adres schreven in ons No. van 6 Aug. j.l. Dat kunnen we ons voorstellen. Maar we deden het na zijn opwekking aan zijn ethische geestverwanten om toch vooral op de Class. Vergadering present te zijn om als één man te zorgen, dat het confess, element in het Class. Bestuur niet versterkt wordt.
Dat was dus schrijven zooals een verkiezingsagent schrijft.
Waarbij ons van zéér bevoegde zijde verzekerd was, dat Ds. van Melle zich op de Class. Verg. nog al interresseert bij het verkiezingswerk en gewoon is z'n aanwijzingen te doen.
Vandaar ons schrijven van 6 Aug.
Wat we daar beweerden was dus niet uit onzen duim gezogen, maar 't was gezogen uit de Nieuwe Kerkbode, waarin Ds. van Melle z'n hart gewoon is te luchten en 't was vernomen van zeer betrouwbare menschen, die pertinent volhouden, dat Ds. van Melle zich wel degelijk op de Class. Vergadering inlaat met de verkiezingen.
Eigenaardig steekt daarbij nu af, wat Ds. van Melle verklaart in de Nieuwe Kerkbode van 21 Aug. j.l., waar hij schrijft: „aan ieder die in en bij R'dam woont en kerkelijk meeleeft en het voorrecht geniet om te R'dam ter Classic. Verg. te gaan, is het bekend, dat ik nooit op die vergaderingen mij met de stemmingen bemoei."
Naar men ons verzekerde is dat beweren van Ds. van Melle onwaar, waarbij ons trof dat ook „de Geref. Kerk" bij monde van Dr. Schokking te Leiden deze week schreef: „maar bovendien werd ons van andere zijde de juistheid van hetgeen de Waarheidsvriend in deze schreef ten volle bevestigd."
't Spijt ons dus voor Ds. van Melle, die zich zoo onschuldig als een kind voordoet, dat we hem nog een weinig met wantrouwen moeten aanzien.
Misschien wordt het wel spoedig beter! We zullen maar hopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's