Uit het kerkelijk leven.
Is de Ned. Herv. Kerk de Geref. Kerk?
XVII.
Er openbaarde zich een geweldige tegenstand in het midden der Kerk tegen de wijzigingen, aangebracht in art. 38 en art. 39 Regl. Godsd.onderwijs.
De Commissie van rapport — in meerderheid — adviseerde: doorgaan I Ds. Bruinwold Riedel, pred. te Waaxens, rapporteur zijnde, zegt: „De waardigheid der Synode brengt mede, dat zij die handhave. Zij late zich door al dat roepen en dreigen niet intimideeren.
Zij spreke het uit, dat eene Synode, dat eene Kerk, die zich zelve en hare statuten en reglementen niet kan handhaven, haar recht van bestaan heeft verloren en verbeurd." „Elke staat, iedere regeering, die zijne of hare wetten niet kan doen eerbiedigen, is juist daardoor geen geordende staat en geen regeering meer. Zij regeert niet, maar zij wordt geregeerd. Zoo. ook , met de Synode'. „Alzoo: de Synode handhavè zich zelve; zij handhave de Kerk, aan wier hoofd zij staat. Hare waardigheid eischt dit. Zij* mag niet toelaten, dat men haar werpe met slijk, haar met voeten trede en spot met hare reglementen en verordeningen enz. enz."
„Doorgaan!" — zoo riep de meerderheid van de Commissie in opgeschroefde woorden, vol van Synodale hoogheidswaan, losstaande van het Woord des Konings en de belijdenis der Kerk.
„Doorgaan!" — dat was het hartstochtelijk commando van Ds. Bruinwold Riedel, Ds. van Duyl en den Keppelsehen ouderling A. H. van der Hoeve.
Een lid van de Commissie van rapport. Prof. Dr. E. T. Kruijf van Groningen, dacht er anders over en gebruik makende van zijn recht, om een afzonderlijke nota te mogen indienen, legde hij ongeveer het volgende voor aan de Synode:
„Uwe vergadering heeft te kiezen tusschen voortgaan of terugkeeren op den ingeslagen weg. En daarbij wil ondergeteekende u dan opmerkzaam maken op de stem van ruim 200 predikanten, benevens verschillende andere leden der Kerk; op de stem van 88 Kerkeraden, 28 Class. Besturen, , benevens 2 Prov. Kerkbesturen, welke allen luide klachten aanheffen over 'tgeen door de Synode van 1878 is besloten, ja zelfs voor een goed deel, met meer of minder ronde woorden verklaren, dat zij de besluiten dier Synode kunnen noch mogen erkennen."
„Toen ten jare 1877 besloten werd in Art. 38 en 39 van het Eegl. op het Godsdienstonderwijs veranderingen te maken, werden deze aan de consideration der Class. Vergaderingen onderworpen en blijkens het rapport der Commissie, welke in '78 verslag had te geven over het onthaal, dat zij bij de Class. Vergaderingen gevonden hadden, was dit heinde en ver in den lande zóo ongunstig geweest, dat er slechts 2 vóór en 43 tegen waren. Genoemde Commissie zag in dit eindcijfer dan ook een krachtig advies om de veranderingen der Artikelen niet vast te stellen (Handel. Syn. 1878 blz. 201). Niettegenstaande dit krachtig advies heeft de Synode van '78 toch een Art. 38 uitgevaardigd waarin èn het belijdend èn het presbyteriaal karakter onzer Kerk naar den hartader gestoken werd.
Ondubbelzinnig heeft de Kerk in '78 haar veto over art. 38 R. G. O. uitgesproken en de Synode van dat jaar heeft door er niet naar te luisteren hoog spel gespeeld."
„Wat deed de Synode van '78? „Aan de Kerk was gevraagd: geef consideratiën op art. 38 met art. 39, de vragen Dowwes.
„De Kerk antwoordde: Wij begeeren geen verandering.
„Welnu, zoo sprak de Synode van'78: dan geven wij u artikel 38, maar nog niet eens gelijk gij het voor u gehad hebt; en daarnaast, neen! daarmede in verband, een art. 39 dat gij niet in verband met art. 38 voor u gehad hebt.
„ Waarlijk, wel eene verrassing voor de Kerk!
„Eene verandering in een bestaand Reglement is dus vastgesteld, waarover haar oordeel niet is gevraagd en waarover zij dus geen consideratiën geven kon. Naar de bescheiden meening van den ondergeteekende is deze wijze niet te rechtvaardigen. En hij kan zich voorstellen, dat, trots de goedkeuring welke de leden der Prov. Kerkbesturen met 52 tegen 16 stemmen aan de door de Synode van '78 aangenomen wetsverandering geschonken hebben, vele leden der Kerk, van opinie zijn: dat niet voldaan is aan Art 62. al 2 Alg. Regl" • ''
Prof. Kruijf had dus 1e bezwaar dat de Synode van '78 het krachtig verzet der Kerk negeerde; 2e dat de wijziging in art. 38 niet was voorgelegd aan de Kerk en toch was vastgesteld, waarbij Z.H.Gel. dan in de 3de plaats bezwaar heeft tegen de invoeging van de woorden „deze of soortgelijke vragen" in art. 39, waarover hij zich dan ongeveer aldus uitlaat:
„Gelijk bekend is sprak art. 38, zooalshet aan de consideratiën van de Prov. Besturen en Class. Vergaderingen werd aangeboden, van bepaald voorgeschreven vragen door den aannemeling bij de bevestiging te beantwoor» den (de vragen Douwes, die men in plaats van de oude vragen in art. 39 wilde invoegen).
De invoeging in art. 39 sluit in beginsel in dat er geen bepaalde vragen zullen worden voorgeschreven.
Heeft men dit amendement der Kerk ingezonden met verzoek om consideratiën?
Geenszins! Of is het van zoo weinig belang of er al dan niet bepaalde vragen zijn voorgeschreven ?
Dat kon de Synode van '78 niet denken. In 1876 had de Kerk bij de voorgestelde wijziging van art. 22 Regl. Kerkeraden — waardoor het gebruik van de belijdenisvragen vrij zou worden, naar het oordeel van den predikant, evenals het gebruik van den Heidelb. Catechismus — zich duidelijk uitgesproken, dat zij zulks niet wilde.
Met overgroote meerderheid hebben in 1876 de Prov, Kerkbesturen en Class. Vergaderingen dit facultatief stellen der belijdenisvragen afgekeurd.
Was dit alles nu der Synode van '78 onbekend ?
Indien niet, waarom heeft zij dan, in beginsel uitmakende, dat er geen bepaalde vragen zullen voorgeschreven worden, op dit belangrijke punt, dat nog zoo kort geleden een twistappel in de Kerk geweest was, de' Kerk niet wederom gehoord?
De Synode heeft in hare 28ste zitting, toen zij iets, dat van het hoogste belang was, en dat twee jaar te voren nog door de „overgroote meerderheid" van hen, die er op gehoord waren, was afgekeurd, wenschelijk achtte, vergeten dat in art. 62 al. 2 Algem. Regl, geschreven stond: „De Synode zendt elk door haar voorloopig aangenomen Reglement aan de Provinciale Kerkbesturen en Classicale Vergaderingen om er hunne consideratiën op in te winnen."
De conclusie van Prof. Kruyf was dan ook : 1. Uwe vergadering erkenne, dat de Synode van 1878 met betrekking tot artt. 38 en 39 Regl. Godsd.onderwijs hare bevoegdheid is te buiten gegaan,
2. Uwe vergadering neme maatregelen, om het door de Synode van 1878 met betrekking tot art. 38 en 39 Regl. Godsd.onderwijs beslotene, ongedaan te maken".
(Wordt vervolgd.
Verderfelijk.
't Staat ieder onzer immers voor den geest wat schrikwekkende zaak zich openbaarde in het midden van het volk van Israël ten dage dat Eli het volk richtte.
Er was geen eerbied meer voor het heilige bij de priesters en zij die het altaar bedienden deden wat goed was in hunne oogen en kwaad in de oogen des Heeren.
Dat verkankerde het volksbestaan. Dat ontheiligde het huis Gods.
Dat onteerde den Heilige Israels. Hoe slapper 't in den dienst des Heeren toegaat hoe slechter het is gesteld in het midden der natie en hoe meer de Heere zich gaat betoonen een jaloersch God, die ijvert voor de eere van Zijnen Naam, in de kastijdingen van degenen die roekeloos Zijn wetten en inzettingen vertreden en Zijn verbond trouweloos schenden.
Eli dorst niet optreden; hij dorst niet waarschuwen; hij dorst niet inperken de roekeloosheid en de ongebondenheid zijner zonen en zijner knechten; hij dorst niet wet en regel te stellen.
Vrij was men. En alle wet was als elastiek. Alle voorschrift was als een maas, waar alles makkelijk doorglippen kon.
En men dorst niet tusschenbeide komen. Men sloot de oogen. Men liet maar toe.
Men praatte maar van geduld, liefde, afwachten. Men hoopte maar dat het wel beter zou worden.
Maar 't werd niet beter, 't Verkankerde, 't werd een schrikkelijk kwaad in Israël dat zich uitbreidde van geslacht tot geslacht. En zoo groeide er een volk, dat z'n hope niet stelde op God.
Verwende kinderen bederven. Ze mislukken. 't Leven rondom u bewijst het telkens.
De ouders durven niet meer. De vaders willen niet optreden. De moeders hebben geen gezag over de kinderen. Er is geen wet en geen regel in de huisgezinnen. De vermaning en de tucht ontbreken. De leering en het voorbeeld zijn niet recht. De roede ligt gebroken. Slaplendigheid, krachteloosheid, zwakheid, onmacht vindt men overal in de huisgezinnen.
En 't gaat verkeerd met de kinderen, 't Gaat verkeerd met het opkomend geslacht, 't Gaat verkeerd in het midden van het volksleven.
Men klaagt over het kerkelijk leven, met name in het midden van onze Hervormde Kerk.
Er behoort wel een groot deel van ons volk tot de Herv. Kerk. Men kan spreken van honderden, van duizenden, van millioenen zelfs. Er werd nog pas als het zielental der gezamenlijke gemeenten opgegeven 2.880.471.
Maar tegelijk rijst er een bange klacht op over schrikkelijke achteruitgang in de geestelijke dingen.
In 1914 werden 4000 kinderen minder gedoopt dan in 1913. Het aantal dergenen die ter catechisatie gaan en die belijdenis des geloofs afleggen en die toegaan tot het avondmaal neemt schrikbarend af.
Men ziet het. Men voelt het. Men spreekt er over. Men ziet en voelt het, dat het samenhangt met het volksleven.
Daar kankert voort de onverschilligheid, de geesteloosheid, de slapheid, deroekelooze verachting van wat de Heere ons en onzen kinderen voorhoudt tot zegen en leven en vrede en vreugd.
En wat doet men?
De Kerk zelve is zoo slaplendig, zoo onvast.
Zij schrijft voor en durft niet te handhaven. Zij leert en durft de tegensprekers niet aan. Zij bouwt op en laat het afbreken stil toe. Zij is dubbeltongig. Zij is zonder sterkte, zonder glans, zonder heerlijkheid.
En inplaats van hare zonde te bekennen, zich te verootmoedigen voor God, zich te bekeeren van haar zondigen weg, zich te richten in het spoor der gerechtigheid, durft ze niet optreden, blijft ze voortgaan in het oude zog, en bazelt dan intusschen van liefde, geduld, verdragen, niet afstooten, niet hard optreden enz. enz.
Zoo komen de menschen minder nog in aanraking met Gods Woord. Zoo komt minder nog de waarheid tot de huisgezinnen en tot de harten.
Men mag alles vrij doen en vrij laten in het midden van onze Herv. Kerk.
Zoo wordt een slap geslacht gekweekt. Zoo wordt een goede toekomst verspeeld.
En de Synode, die klaagde en die nu de Kerkeraden zal aanschreven, doet als Eli.
Ze durft niet handelend optreden. Ze spreekt van „niet afstooten."
Ja — ze stoot de ongerechtigheid niet af.
En zoo stoot ze af degenen die voor Gods Woord beven.
Zoo stoot ze ons volk neer in den afgrond van wereldgelijkvormigheid, onverschilligheid, geesteloosheid, zonde en ongerechtigheid. ,
Ze werkt de verdeeldheid in het midden van het huis Gods in de hand. Ze drijft uiteen wat bij elkaar hoort. Ze laat toe dat vreemden zich nestelen in het huis des Heeren om zonde te bedrijven in het heiligdom.
Het volk gaat verloren. De priesters bederven het. De Kerk weigert zich te bekeeren. De Synode is zeker niet de minst schuldige.
Schrikkelijk wee wacht ons in dezen weg. Waarbij ons altijd weer aangrijpt, wat we van Eli lezen: hij viel van z'n stoel en brak z'n nek.
Dat men mocht aflaten van den boozen weg. Want heeft de Heiland in de gelijkenis van de booze landlieden niet gezegd, dat de wijngaard van 'hen zal worden genomen en anderen zal worden gegeven?
Werd der KI. Aziatische gemeente niet dreigend voorgehouden: indien gij u niet bekeert, zal het licht van den kandelaar worden genomen?
Dat men dan mocht aflaten van alle booze en zondige practijken, om in eenvoudigheid zich te voegen in Gods weg.
Dan zou men den zegen des Heeren deelachtig worden; welke zegen rijk maakt en het goed vermeerdert tot in lengte van dagen.
Zoogenaamd „Orthodox"
In „Het Nieuwe Testament" van H. Bakels, doopsgezind|predt. te St, Anna Parochie, lazen we dezer dagen in „noodige aanvullingen, " die op 't eind van het boek nog gegeven worden, dit merkwaardige oordeel over den bekenden ethischen professor Dr. P. D. Chantepie de !a Saussaye, nu hoogleeraar te Leiden, maar destijds verbonden aan de Gemeente-Universiteit te Amsterdam:
„Ongeveer in 1894 na Christus leerde ons reeds de zoogenaamd „orthodoxe" professor P. D. Chantepie de la Saussaye (die het heusch eens noodig vond ons te zeggen, wat ik voor mij als student anders-vast niet geweten had, dat hij zich namelijk „aan de rechterzijde" schaarde) op zijne colleges te Amsterdam, dat enz
Of ethische menschen als Prof. Chantepie en zoovele anderen ook een duidelijk en vast standpunt innemen!
Ze moeten zeggen wat ze zijn — anders weet men het niet.
En die het dan weten, typeeren hen met „zoogenaamd orthodox."
Of onze studenten ook in goede handen zijn bij zulke ethische hoogleeraren!
Onze Organisatie.
Wij mogen zeker wel met een enkel woord wijzen op het ingezonden stuk van verleden week.
Men wil in Z. Holland een Prov. Afdeeling oprichten en deed daartoe nu een eerste poging.
Laat men in onze Zuid-Hollandsche afdeelingen het gewicht van deze zaak gevoelen en laten Alphen, Delft, Feyenoord, Gouda, Leiden, Middelharnis, Rijswijk, Rotterdam en Schoonhoven nu van zessen klaar zijn!
Eendracht maakt macht.
Spreekbeurten.
De winteravonden komen. Dan wordt het tijd om over vergaderingen te gaan denken. En dan doen we goed om de spreekbeurten nu te gaan regelen.
Is men al begonnen om een lijstje op te maken van sprekers? .
Heeft men zich al in verbinding gesteld met onzen secretaris, Ds. Jongebreur te Veenendaal ?
Laten onze Kerkeraden juist in dezen ernstigen tijd hunne roeping toch wèl verstaan! 't is geen tijd om de handen in den schoot te leggen, 't Is geen tijd om niets te doen. Die niet werkt zal ook niet eten en de luiaard zal gescheurde kleederen dragen! Dat is ook geestelijk waar. Dat wordt ook gezien op kerkelijk terrein.
Laat ons daarom voorzichtig zijn. Laat ons doen wat onze hand vindt om te doen. En laat er ons voor zorgen, dat dezen winter véél gesproken wordt over den toestand der Kerk.
En dat veel gedaan wordt voor Leerstoelen Studiefonds. Regel dan spoedig uwe spreekbeurten in stad en dorp!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's