Financiën.
De vorige week ontbrak mij de gelegenheid mij rustig te kunnen nederzetten om onze belangen met elkander te bespreken.
Intusschen is onze hoofdredacteur zoo goed geweest om in mijn plaats aan de lezers nog eens duidelijk te maken wat het Leerstoelfonds beoogt en hoe het bestuur er over denkt voorloopig met het Studiefonds te handelen.
Daar was ik blij mee en ik dacht: dat is nog zoo slecht niet, eens een keer den mond te houden en te luisteren naar een ander. Al is het, dat wij hetzelfde instrument bespelen, bij weet er weer eens een anderen toon aan te ontlokken, die tot luisteren noopt.
En dat is wel noodig.
In dat stuk toch zijn belangrijke zaken genoemd, die wel de aandacht vaa onze gereformeerde menschen in de Herv. Kerk verdienen en waarover men wel eens goed mag nadenken.
Let alleen maar eens op het feit, dat het aantal theologische studenten aan de universiteiten zoo onrustbarend afneemt en er zoo weinigen worden gevonden, die roeping en lust gevoelen om voor predikant te gaan studeeren. Dit is een hoogst ernstige zaak. Waar moet dat heen? Er zijn nu al zooveel plaatsen, die tevergeefs naar de komst van een gereformeerd predikant uitzien, en dat zal er zoodoende vooreerst niet beter op worden.
„We zullen spoedig predikantennood krijgen", schreef onze hoofdredacteur, „wat vooral voor gereformeerde gemeenten zorgwekkend is." Het is nuttig dat deze dingen bekend worden, opdat wij, dezen nood kennende, er gezamenlijk mede gaan tot Hem, die gezegd heeft in Zijn Woord: „Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn wijngaard uitstoote", en alzoo onze verwachting ook in deze van Hem zij en van Hem alleen. Intusschen verachten wij de middelen niet en doen wij wat voor de hand ligt. Het steunen van het Leerstoel-en het Studiefonds is de daartoe aangewezen weg, en gelukkig! beiden mogen zich in een toenemende belangstelling verheugen.
De laatste 14 dagen kunnen daarvan getuigen, als ik u kan mededeelen te hebben ontvangen uil:
Wilnis van H. Kraaypoel, penningmeester der Chr. Jongel. Ver. „De Heere is onze Wetgever", f 2.50, zijnde de opbrengst van busje 105, geplaatst in het vergaderlokaal.
Vvrikeveen (postmerk) een zilverbon van f2.50. „Ps. 50:14, Offert Gode dank en betaalt den Allerhoogste uwe geloften.
Dirhsland door Ds. Steenbeek f2 van mej. S. E. voor het Studiefonds, „opdat het mag medewerken tot het verkrijgen van meer Gereformeerde predikanten."
Leerdam door Ds. Kijftenbelt f 1 voor het Studiefonds, gevonden in de brievenbus. Vlissingen door A. Marinissen, penningm.
der Afd., f 10, zijnde de Opbrengst van busje nr.164.
Zegveld door Ds. van Voortliuysen f 12.67. „Het is mrj een genoegen", schrijft deze, „bijgaand bedrag te zenden, door de lidmaten catechisanten bijeengebracht en bestemd voor bet Leerstoel-en Studiefonds."
Oude-Tonge door Ds. Verkerk f2.50, gevonden in het kerkezakje voor de beide fondsen, ieder de helft.
Reeuwijk van W. 6. een jaarlijksche bijdrage voor het Leerstoelfonds van f 2.50. Deze had op den Zendingsdag overal naar mij loopen zoeken maar niet gevonden. Daar moest ik nog eens een middel op trachten te vinden, dat dit niet meer kan voorkomen. Ik ben echter nu weer thuis en de post weet mij wel te vinden. Zoo kan dit wel weer in orde komen.
H.-I.-Ambacht van H. P. f 8. Deze schrijft erbij: „Dit bedrag is voor het Leerstoel-en Studiefonds. Het is bijeengespaard in een busje, oorspronkelijk bestemd om Blooker's cacao in te bergen en nu door ons bevorderd tot een busje om gaven te innen voor de beide fondsen. Dat hebben wij gedaan opdat het busje, dat wij anders van u zouden noodig hebben, naar een ander gezonden kan worden." Dank je wel, het is prachtig verzonnen, vooral nu het blik tegenwoordig zoo duur is. Er is dus een busje uitgespaard. Aan wien mag ik dit nu zenden?
Delft van N. E. f5.60 voor het Leerstoelfonds, het overschot van een afrekening.
Delft van Ds. G. H. Beekenkamp f 10 als dankoffer voor den zegen in het afgeloopen jaar Sept. 1914—Sept. 1915 van een mijner vriendinnen, f 5 voor den Leerstoel en f 5 voor het Studiefonds.
Voorts ontving ik nog een brief van een landweerman, wiens adres zoek was en dat ik door middel van ons blad weer heb gevonden. Deze vraagt in den brief of ik soms blaadjes of een of ander heb ter verspreiding onder de militairen. Misschien zijn er onder de lezers wel, die onzen vriend daaraan kunnen helpen. Kosten zijn er aan het opzenden niet verbonden, want het kan ongefrankeerd geschieden. Het adres is: A. den Hoedt Jr., 40e Bat. Landweer, Grenswacht te Nispen.
Met vriendelijken dank aan allen en heilbede,
J. C. FLIEHE, Penningmeester,
Arnhem, G. A van Nispenstraat 18.
Oude postz., Capsules, Ziiverpapier.
Met hartelijken dank ontving ik deze week twee pakjes, één van mej. Kool te Ameide en één van Krijntje en Lourens de Kruif te Kamerik, beiden bevattende postzegels, capsules en zilverpapier.
Onder voortdurende aanbeveling,
Mej. H. H. VERBEEK; ,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Verbetering. Vorige week is opgegeven dames Boekestein te Kockenge, dat moet zijn: dames Bolkenstein.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's