De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

3 minuten leestijd

Aan niets meer gebonden.

De tweede proeve om tot een nadere voorziening van het eedsvraagstuk te komen, geeft nog minder bevrediging dan de regeling, welke bij het eerste ontwerp vastgesteld werd.

Wel is de algemeene regel, zooals deze thans aangeboden wordt, dat een ieder, ook indien hij niet tot een godsdienstige gezindheid behoort, verplicht is den eed af te leggen, maar deze verplichting wordt door de bepaling in artikel 3 van het wetsontwerp onmiddellijk weder van alle beteekenis ontroofd, doordat het afleggen van eene belofte of bevestiging toegelaten wordt, wanneer de te beëedigen persoon verklaart, tegen het afleggen van eeden gewichtige gemoedsbezwaren te gevoelen.

Diegene dus, die tegen het afleggen van eeden gewichtige gemoedsbezwaren heeft, kan, zonder nadere motieven aan te geven, verklaren, dat hij de belofte of de bevestiging aflegt.

En daarmede heeft natuurlijk de eed een groot gedeelte van zijne beteekenis verloren.

Het zal regel worden dat de belofte of bevestiging en uitzondering dat de eed wordt afgelegd.

In het wetsontwerp, dat door de Eerste Kamer verworpen werd, stond het nog iets anders. Daarin was het beginsel van het toetsingsrecht opgenomen. Het ontwerp wilde slechts van den eed vrijstellen de getuige, die voor den rechter aannemelijk wist te maken, dat hij gemoedsbezwaren had tegen het afleggen van den eed.

Nu waren wij van dit toetsingsrecht geen bewonderaars, integendeel wij verheugen er ons zelfs over, dat het beoordeelen van de oprechtheid der gewichtige gewetensbezwaren van den getuige door den rechter in het tweede ontwerp niet meer voorkomt; maar daarmede is toch niet weggenomen, dat thans, zonder aan iets gebonden te zijn, de belofte of de bevestiging kan afgelegd worden.

In naam vordert de overheid van hare onderdanen nog wel den eed, maar inderdaad laat zij ze geheel vrij om den eed, dan wel de belofte af te leggen.

Gelijk wij reeds de vorige week schreven, gaat het ontwerp veel verder dan op het oogenblik noodig is.

Het arrest van den Hoogen Raad van 29 Juni 1914 vraagt niet anders dan eene regeling, uitsluitend voor de personen, die niet tot een kerkgenootschap behooren.

Wat thans wordt voorgesteld is eene algemeene regeling.

En de grondslag van deze regeling zal de oplossing van het eedsvraagstuk voor de toekomst voorloopig beslissen.

Een tijdelijk karakter.

Dat de regeering het eedsvraagstuk slechts tijdelijk wil regelen, wordt hier en daar toegejuicht. Zelfs ziet men in het tijdelijk karakter van het wetsontwerp een reden om bij de rechterzijde aan te dringen, om, nu de toestand dringend regeling eischt, maar over de bezwaren heen te stappen en de wetsvoordracht aan te nemen.

Ook wij zijn voorstanders van een tijdelijke regeling, maar dan van zulk eene regeling, waarbij voor de toekomst niets wordt beslist.

Dit nu doet het voorstel van de regeering niet.

De noodregeling zal tot 1 Januari 1919 van kracht zijn. Hoe gemakkelijk zal die termijn kunnen verlengd worden. Een wetsvoorstel van slechts éen artikel kan dit bewerken.

Maar aangenomen dat vóór 1 Januari 1919 eene andere oplossing van het vraagstuk verkregen wordt, mag dan zoo maar voor eenige jaren de losmaking van den eed in ons rechtsleven worden geduld.

Deze vraag verdient zeker ernstige overweging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's