De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

4 minuten leestijd

(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie). Geachte Redactie.'

De Heer Prof. Dr. Visscher te Utrecht geeft aan de Hervormde Kerk de schuld van veel leelijke en treurige verschijnselen op kerkelijk gebied. Inzonderheid deed het hem leed dat zoo velen hun kinderen niet meer laten doopen. Daar ook ik belang stel in deze dingen en er toch eenigszins anders over denk, zag ik mij gaarne in uw blad een plaatsje gegund om een en ander in 't licht te stellen. Mij (een leek) komt het dan voor, dat er andere oorzaken zijn, waarom zoovelen thans zoo openlijk breken met Kerk en kerkelijke gebruiken. De menschen zijn namelijk eerlijker en oprechter dan vroeger in het uiten van hun gevoelen: men kan dit tegenwoordig zelfs aan kinderen merken. De toenemende algemeene ontwikkeling (gevolg van de tallooze scholen der laatste jaren) zal hieraan wel niet vreemd zijn. Daarenboven bestaat er tegenwoordig veel minder gevaar dan vroeger om in nering, brood of verdiensten getroffen te worden, als men iets zegt of doet dat niet aangenaam is aan zijn superieuren. Er schijnt ook minder piëteit te zijn dan vroeger. Arrogant en brutaal matigen velen zich over alles en nog wat een oordeel aan. En nu geloof ik, dat het juist een zegen is voor ons Vaderland, dat onze »Volkskerk« NIET eng en bekrompen is, anders gingen er nog veel meer verloren voor Kerk en godsdienst.

Als de Kerk bestond alleen uit ware, oprechte geloovigen, dan zou men met reden ook een heel andere vrucht van haar optreden in de wereld kunnen verwachten, niet waar? (Mattheus 5:13—17).Maar, aangezien de Kerk echter uit leden bestaat (menschen dus) die den invloed van dén tijdgeest ^openbaren moet men er niet te veel van verwachten. In vorige eeuwen scheen »kerkelijk« alles in orde: de belijdenisschriften gehandhaafd enz. Alleen maar: an het leven der leden als christenen ontbrak heel wat. Hier ten stede liepen de omroepers des Zondags onder de godsdienstoefeningen rond met de aankondiging dat er visch te koop was; vele boeren verrichtten des Zondags allerlei landarbeid; prins Maurits werd op een Zondagvoormiddag te Amsterdam feestelijk ontvangen, waarbij muziek, vlaggen enz. enz. en dat alles onder de godsdienstoefening. Hoe onze »gereformeerde« vaderen in Indie zijn opgetreden, ruw, wreed, zelfzuchtig tegenover de inlanders, mag algemeen bekend worden genoemd. Speciaal Jan Pietersz. Coen is berucht geworden. Dronkaards, menschen die hier niét deugen wilden, werden als ziekentroosters of predikant naar Indië gestuurd. Recht was hier te lande dikwijls maar zeer moeilijk te krijgen en belangrijke ambten werden weggegeven; aan vriendjes en familieleden. En daarenboven bemoeiden de O verheidspersonen zich telkens met de aangelegenheden der Kerk, wat aanleiding gaf tot allerlei onverkwikkelijke tooneelen. De preeken waren doorspekt met aanhalingen uit de heidensche (Grieksche en Romeinsche) mythologie en muntten uit door valsche welsprekendheid, langdradigheid en gekunsteldheid. Wie de schilderijen van Jan Steen beziet en van andere meesters uit dien goeden ouden tijd, of wie de gedichten leest, die toentertijd opgeld deden, krijgt geen hoog denkbeeld van de christelijke beschaving dier dagen! Integendeel platheid, ruwheid, 'boertige scherts waren aan de orde van den dag. En dat alles geschiedde nu in de paar eeuwen tusschen 1600 en 1800 toen 3/4, zoo niet meer, der bevolking 'tot de Gereformeerde landskerk behoorde en onder het regiem van de Dordtsche kerkorde! Uitwendig vroom, de vormen in orde, maar van binnen rot. In den Bijbel lees ik: God heeft lust tot waarheid in het binnenste», en nu acht ik de toestanden van onzen tijd hooger dan de toenmalige, in zoover er meer eerlijkheid en oprechtheid bij de menschen is.

Het noodzakelijke gevolg, dat velen zich nu openbaren als vijanden van kerk en godsdienst moet ons dus niet verwonderen: het was vroeger evenzoo met hen gesteld, alleen maar door een dekmantel verborgen. Ik geloof dus ook niet dat de Kerk zooveel schuld treft: immers de Kerk is, wat de leden zijn. Maar bovendien kan de Hervormde Kerk alleen binnen onze grenzen directen invloed uitoefenen, maar de leden ondergaan (vooral door het toenemend verkeer) ook oneindig veel meer den invloed van buitenlandsche stroomingen. Verbetering van toestanden in onze Kerk moet men m.i. dan ook in de voornaamste plaats verwachten van trouwen arbeid der predikanten en niet van kerkherstel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's