Zonde en genade.
Gebogen en gebonden door onverzoende zonden
en nooit te delgen' schuld, Wie kan, o God, de plagen, van Uw vergelding dragen als Ge eenmaal richten zult?
Geen woord op Uw verwijten, geen raad om schuld te kwijten,
geen uitvlucht, zelfs niet één; geen hand om hulp te bieden, geen hart om heen te vlieden, in al zijn angst alleen!
O God, ik kan niet leven, niet sterven zelfs, slechts beven
en siddren voor de pijn, die straks, van Uw genade verstoken, vroeg of spade mijn gruwzaam deel zal zijn.
Maar, eeuwig dank, in nooden heeft God mij hulp geboden
en troost en heil bereid: de Heiland wil mqn vlekken genadig overdekken
met Zijn gerechtigheid. Mijn zonden zijn vergolden, mijn schulden kwijtgescholden
in 't offer van Zijn bloed
en voor Gods heilige oogen zal ik verschijnen mogen
als hadde ik-zelf geboet. Gereinigd en geheiligd, zwijgt nu mijn ziel, beveiligd
voor d'angst der helle, stil. Wie zal mij nog verklagen, waar God Zijn welbehagen
aan mij bewijzen wil?
Een Woord op Gods verwijten, een Raad om schuld te kwijten,
een Toevlucht zooals geen, een Hand om hulp te bieden, een Hart om heen te vlieden
H. 1915.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1915
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's