De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

5 minuten leestijd

Het rechte geven.

»Het is alles van U, en wij geven het U uit uwe hand." I Kron. 29:14.

Welk een geestdrift was er in Israël, toen David vóór de troonsbestijging van zijn zoon Salomo zooveel mogelijk het benoodigde voor den tempelbouw wilde bijeenbrengen.

David zelf had reeds onnoemelijk veel schatten voor den bouw van het huis des Heeren gegeven, en toen hij de vraag tot het volk richtte: Wie is er willig, heden zijn hand den Heere te vullen? , was er een geestdrift in het geven, zooals zeker wel nooit te voren was gezien en later wellicht nooit weer in die mate is voorgekomen.

„En het volk — zoo lezen we — was verblijd over hun vrijwillig geven, want zij gaven met een volkomen hart den Heere vrijwillig; en de koning David verblijdde zich ook met groote blijdschap."

En in het dankgebed, dat hij daarna uitsprak, heette het o.a.: , Nu dan, onze God! wij danken U en loven den naam uwer heerlijkheid. Want wie ben ik, en wat is mijn volk, dat wij de macht zouden verkregen hebben, om vrijwillig te geven als dit ia? Want het is alles van U, en wij geven het U uit uwe hand."

Zie, aldus teekent David het rechte geven, als hij tot God zegt: „Het is alles van U, en wij geven het U uit uwe hand."

In het rechte geven ligt de erkenning, dat alles van God is. Hij is de eenige Eigenaar van alles. Ons bezit is slechts in naam zoo. Niets behoort ons toe. Het is alles van God.

Als wij dus iets geven, dan geven we het uit Gods hand. Zijn hand legt het in onze hand, en dan geven we het. En als we het dan geven voor de dingen van GodsKoninkryk, op welk gebied ook, dan geven we het aan God.

Aan ons wordt dan nog de eere gelaten van het geven, ook al moeat ons eerst de hand worden gevuld om het te kunnen doen. Hieruit volgt dan wel, dat in het geven voor de zaken van Gods Koninkrijk alle roem aan onze zijde is uitgesloten en het dus zeer dwaas en verwaand zou zijn, indien wij ons ook maar iets op ons geven zouden laten voorstaan.

Het rechte geven erkent God als Eigenaar aller dingen en men is dankbaar, dat Gods hand zich heeft ontsloten om zoo tot het rechte geven in staat te stellen.

Het is soms noodig, deze eenvoudige waarheid in herinnering te brengen, wanneer veel gevraagd wordt voor de zaken van Gods Koninkrijk.

Zonder geld kunnen die zaken niet worden gedreven. Er is zelfs veel geld voor noodig.

Bovenstaande las ik in „Besthesda", Geref. Maandblad voor den arbeid der barmhartigheid. Ik achtte dit wel de moeite waard dit eens over te schrijven en het onder de oogen te brengen van de lezers van ons blad, ter overdenking als aan hen en mij eens iets gevraagd wordt met de Kerstdagen.

Wanneer wij dan bedenken: Hij is de eigenaar van alles. —Ons bezit is slechts in naam zoo. — Niets behoort ons toe. — Het is alles van God. — Als wij dus iets geven, dan geven we het uit Gods hand.

Dit zijn nog al zaken die daar genoemd worden en daar is heel wat voor noodig om dit alles nu met een volkomen hart te beamen en goed te vinden. Maar als dat zoo is dan geloof ik niet dat het best zal gaan om de hand op den zak te houden, dan kunnen wij het niet laten om te geven. En dan geven we veel en goed, want dan worden wij er niets door en rijzen niet in onze eigen oogen maar zijn slechts dankbaar dat wq gebruikt mogen worden om te geven van hetgeen niet van ons is.

Mogen er velen zijn, die den zegen van zulk geven in de Kerstdagen ondervinden en dat ook het Leerstoel-en Studiefonds, dienstbaar aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk, daarin mogen deelen, hoop ik van heeler harte.

Er zullen wel post wissels te laat gekomen zijn voor dit nummer, daar ik mijn opgave een dag vroeger dan gewoonlijk naar Maassluis moest zenden vanwege de korte week. Ik hoop de ontvangst daarvan een volgenden keer te kunnen melden.

Op dit oogenblik vind ik: uit Leerdam van A. v. Doorne, penningm. van de Jongel.ver. „Bidt en Werkt", f4 gecollecteerd op de vergaderingen in busje No. 41.

Utrecht door W. v. d. Sluis, penningm. van de Afd., collecte gehouden bij de spreekbeurt door Ds. Remme van Oud| Beierland f 23.195 en voor de Bondskas f5, tezamen f28.195.

Monster door Ds. A. M. den Oudsten f 23, collecte gehouden bij de spreekbeurt door D«. J. Kraaij te Hasselt.

Benthuizen afgezonden door den Kerkeraad der Ned. Herv. Kerk f 12.25, zijnde het bedrag der collecte gehouden bij een spreekbeurt van Ds. P. van Toorn van Rotterdam.

En hiermede hebben wij alles genoemd wat er deze week is ontvangen. Hartelijk dank voor deze gaven. U allen zij gezegende Kerstdagen toegewenscht door

J. C. FLIEHE, Penningmeester.

Arnhem, G. A. van Niapenstraat 18.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1915

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's