Allerlei.
Het Psalmboek eindigt met den lof Gods.
Hoe dichter bij het einde, des te vroolijker worden de psalmen Davids.
Zullen we in het hemelsche heiligdom God loven, dan moet het in 't aardsche huis geleerd en gedaan worden. „O Jeruzalem! roem den HEERE; en Sion! loof uwen God." (Ps. 147 : 12).
Het verkeeren in Gods huis is niet het bijwonen van een plechtige begrafenis, maar het mededoen in de voorbereidselen van de eeuwige bruiloft.
Paulus zong in den kerker; Habakuk in dagen van hongersnood, de Psalmdichter „zelfs in den nacht."
Er is geklaagd, geweend en gebeden in de psalmen, allerlei stemmen en toonen werden gehoord — aan het einde van den psalmenbundel worden ze alle opgelost in „Halleluja I" (Dat begint bij Ps. 146.)
De geloovige zegt: „Gij, Heere Jezus, zijt mijne gerechtigheid en ik ben Uwe zonde."
„Ik heb nooit geweten wat geluk was, tot dat ik Christus vond!" zei de stervende Wilberforce.
Waar Gods vinger den weg wijst zal Gods hand den weg banen en Gods oog ons vergezellen.
Het is beter voor den ongeloovige te bidden dan met hem te disputeeren.
Onze zonden zijn velen en strekken zich wijd uit — maar de schaduw van het kruis trekt grooter circel dan de omtrek van onze overtredingen is.
* * * Wie wetenschap vermeerdert vergadert smart (Pred. 1:18) maar de kennisse Gods in Christus is een vergaderen van paarlen (Job. 28:16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's