Uit het kerkelijk leven.
Hoogmoed.
Er is op kerkelijk terrein veel hoogmoed. Men wil toch vooral iets zijn. Ook wil men graag wat hebben in eigen kring.
De hoogmoed speelt hier een groote rol. We hebben onze oogen maar den kost te geven en dan zien we het wel. Natuurlijk geeft men een andere beweegreden op. Zelf spreekt men niet van hoogmoed. Zoo wijs is men wel. Maar die een beetje menschen kennis heeft voelt al gauw waar de schoen wringt,
We denken nu voor 't oogenblik aan een kerkelijken kring buiten ons. We hebben 't oog op „de Gereformeerde Kerken." Wat worden daar tal van „Kerken" geïnstitueerd, waar niet veel meer dan enkele manspersonen zijn; die gemakkelijk ieder een baantje kunnen krijgen, terwijl er dan ook ongeveer geen enkel meerderjarig manspersoon overblijft die niet in het „ambt" staat! Allemaal „ouderling" of „diaken", , ,
Predikanten zijn niet noodig. Met een bundel leerredenen voor „vacante gemeenten" doet men al heel wat, Eén leest er, twee collecteeren, een paar zitten er op een bankje vooraan en wat vrouwen en kinderen vullen de ruimte die overig is.
Men heeft een eigen »Kerk."
„De Gereformeerde Kerk van... Buikje of Kruikje,
Zoo klimt het aantal „Gereformeerde Kerken" zichtbaar.
Maar het aantal predikanten neemt af.
Men kan het ook zónder predikanten wel.
En wie kan zich ook trouwens geven voor al die „Kerken", die niet meer dan onder-onsjes zijn, waar éen de lakens uitdeelt en éen de beurs draagt.
Zoo heeft men Classen van Gereformeerde Kerken, waar 11 „Kerken" vacant zijn en slechts 5 een dienaar des Woords bezitten. Zelfs moeten er zijn, waar 15 „Kerken" vacant zijn, terwijl er maar 3 „Kerken" een eigen predikant hebben.
Waarbij nog dit komt, dat er ol zoo weinig theol. studenten zijn en dus de aanvulling van al die „vacante" predikantsplaatsen zeer bezwaarlijk gaan zal.
Immers werden dit jaar in Kampen aan de Theol. School maar 6 en in Amsterdam aan de Vrije Universiteit maar 5 theologen ingeschreven.
Waar moet dat heen?
Bij de algemeene inzinking op religieus kerkelijk gebied en bij de steeds toenemende parmantigheid van vele „leidende" personages in de verschillende gemeenten is het niet te verwachten, dat de lust om predikant te worden zal toenemen. Waarbij ook komt, dat men als predikant waarlijk wel eigen middelen mag hebben, om een van de „Kerken" te gaan dienen, waar haait geen menschen zijn en waar men dan bovendien bij het weinige, dat men als tractement ontvangt, niet zelden Buikje of Kruikje naar de opgen moet zien.
Neen, het lijkt ons niet verstandig om maar steeds meer „Kerken" te institueeren door de „ambten" in te stellen, 't Lijkt ons het beste middel om er op den duur ónder te gaan. Althans gestudeerd hebbende mannen schijnen er voor te bedanken, om zich er voor te laten gebruiken.
Dan is er nog wel wat onderste doen in de wereld.
En hierin komt ook al weer uit, wat we vroeger wel eens geschreven hebben — niet met bitterheid, maar naar onze eerlijke overtuiging — dat men in „de Gereformeerde Kerken" veelal „boven z'n itand" leeft. Men wil en doet veel, wat men niet kan, niet moest, niet mag doen!
Eenheid en verscheidenheid.
Men moet of tot het èene of tot het endere komen: verscheidenheid in Kerken of verscheidenheid in de Kerk.
't Eerste is te betreuren, maar zal als^ vrucht van de zonde, dewijl ons hart« boos is en ons verstand verduisterd, steeds in werkelijkheid worden aange. trofifen.
't Laatste geeft strijd, botsing, veretes en verbijten en onderrnijnt de Kerk,
't Eerste zal aansporing zijn om zijn belijdenis zoo zuiver mogelijk te hebben en te houden,
't Laatste doet verslappen, plooien, rekken — zoodat er geen kleur meet bekend wordt en geen geur meer gevonden.
Liever in Nederland een Luthersche Remonstrantsehe en Doopsgezinde Keri naast de Gereformeerde Kerk, die haar belijdenis belijdt, beleeft en handhaaft — en alzoo als Gereformeerde Kerk zich openbaart — dan één Kerk waarin allerlei opvatting saamgepakt is en waar eigenlijk geen enkele belydenis kracht heeft.
't Eerste is de openbaring der Kerk iü het midden van een krom en verdraaid en verdeeld geslacht, vasthoudende aan Gods Woord en alles opeischende voor de eere des Heeren, die waardig is om gediend en gevreesd te worden — 't laatste' is een krammen en lijmen van elkander vreemde bestanddeelen en een bij elkaar houden van elkaar uitsluitende en afstootende elementen, wat niets dan ellende geeft.
Worde onze Hervormde Kerk weer spoedig ook met de daad de Gereformeerde Kerk van Nederland waar geheel het Kerkelijk leven zij in gehoorzaamheid aan Gods Woord en in overeensteniming met hare aloude belijdenis!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's