VERSLAG
van de Elfde Jaarvergadering van den Geref. Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. {Oeref.) Kerk, gehouden op Donderdag 17 FebruarildlQ, in het gebouw voor K. en W. te Utrecht.
Terwijl in andere landen nog steeds voortduurt het bange wee van den meest bloedigen krijg, heeft de Heere onze landpalen nog altoos in vrede gesteld. Zoo langzamerhand zijn wij daaraan reeds gewoon geworden. Werd in het begin van den oorlog veler ziel zoo telkens door vreeze geroerd dat ieder oogenblik de vlam ook naar ops Vaderland zou overslaan, thans schijnt wel alle vreeze geweken en zet het leven zijn gewonen loop weder voort.
Toch voelt ieder die eenigermate doordrongen is van den ernst onzer dagen, dat de gevaren, waaraan wij van alle zijden blootstaan, nog geenszins denkbeeldig zijn. In de oogen van hen blijft het dan ook een wonder van de genade Goda, die ons spaarde en droeg, dat wij nog in vrede mogen uitgaan en ingaan, een wonder ook dat wij op Donderdag 17 dezer weer met elkaar mochten saamkomen om te gedenken het 10-jarig bestaan van den Geref. Bond.
Het was alzoo de 11e vergadering die als zoodanig gehouden mocht worden. Als gewoonlijk was onze voorzitter, die voor dezen dag zelf de hoofdschotel had bereid, trouw op zijn post. Op het aangegeven uur werd de vergadering door hem geopend, met het doen zingen van het Ie vers van de lofzang van Zacharias, het voorlezen van Hand. 2 : 22—47 en gebed.
Aanstonds ging de voorzitter na de opening der vergadering o^^er tot de behandeling van zijn referaat over „Een honderdjarige".
Hij snerkte op, dat niet de Hervormde kerk 100 jaren bestaat, neen, maar het is 100 jaar geleden dat de Hervormde (Gereformeerde) kerk is gekomen onder het Synodaal bestuur. Spr. zal in het bijzonder de jeugdgeschiedenis van de 100-jarige beschouwen.
Na in herinnering gebracht te hebben het vertrek van Willem V in 1795 naar Engeland, zeide spr., dat men in dien tijd in ons land den God der Vaderen verlaten had en dweepte met de theorieën van Rousaeau en andere Frantche revolutionairen. Een lijdensweg volgde daarop, totdat in 1814 Oranje weer de teugels van het bewind in handen nam. Zou men nu terugkeeren, ook in de kerk, tot de paden der vaderen? Helaas neen, zeide spr., men meende te moeten streven naar volkaeenheid. Men hing aan een ondogmatisch Christendom en hechtte geen waarde aan leerverschil, doch streefde naar verbroedering. De kerk beleefde in die dagen droeve tijden; de weinigen, die nog God dienden, trokken zich terug en leefden in de stilte.
Spr. roemde de groote werkkracht en het onverzettelijk, karakter van koning Willem I, Toch was hij minder staatsman dan administrateur; hij huldigde den stelregel van Richelieu: alles voor, niets door het volk. De koning was een liberaal man, doch regeerde op despotische wijze. Gevolg was, dat het niet goed ging in het jonge koninkrijk, ook niet in de kerk. Het ongeloof won veld in de kerkende grenzen tusschen de verschillende kerken weiden weggedoezeld, om er naar te streven alle protestanten onder één vaandel te vereenigen. Ook de vorst wilde één natie, één in vrijzinnigen geest en één in godadienatige onbekrompenheid. Wat de koning wilde, ging lijnrecht in tegen de Grondwet en tegen den aiouden grondslag van de kerk. De presbyteriale kerkregeering was volgens de grondregelen van Dordrecht voorgeschreven, maar de koning wilde één centraal bestuur mot den vorst ala oppersten kerkvoogd. De koning vond in dezen steun bij zijn liberale adviseurs. De Raad van State keurde echter het instellen van een algemeene synode af. Toch werd de synodale organisatie ingevoerd, zonder dat de kerk zelve er over was gehoord, in strijd met de Grondwet, in strijd met het wezen en de leer der kerk. Ook deskundigen, moderne zoowel als orthodoxe hebben gewezen op het onwettige van deze daad. Zeer terecht heeft dan ook de classis Amsterdam in 1817 hare bezwaren ter kennis van den koning gebracht.
Spr. betoogde, dat de invoering van de synodale organisatie een nationale ramp is geweest. Deze daad heeft onze natie beroofd van het middel om de waarheid uit te dragen in het midden des volks. We sukkelen nu voort, zeide spr., met een kerk, die een openbaringsvorm heeft in strijd met haar wezen. Ook nu nog op den huldigen dag is de Gereformeerde belijdenis de eenige officieele belijdenis in onze kerk. De synodale organisatie is er voor ingericht om de belijdenis te handhaven, doch tevens om te zorgen, dat men er geen last van heeft.
Men heeft de Hervormde Kerk als Gereformeerde Kerk krachteloos gemaakt, beroofd van de kerkelijke vergaderingen, van de kerkelijke tucht. Het volk ondervindt daarvan de schade. Rampen, over de kerk gebracht, zijn volksrampen. Ter wille van het volk hebben we te aanvaarden den strijd om te trachten de tegenwoordige synodale organisatie te doen verdwijneh, om de kerk zelve en om het volk. Wij hebben te streven naar een Gereformeerde Kerk, een Gerefor» meerde belijdenis, met een daarbij passende kerkregeering, geen reglementair, futloos genootschap. Spr. wekte alle aanwezigen - op, hiertoe mede te werken.
De 2de Voorzitter, de heer Duymaer van Twist, was zeker de tolk der gansobe
.^rgadering toen hij Ds. van Griefeen ank zegde voor zijn schoon, zakelijk en loedvol uitgesproken referaat. Spr. stelt et op prijs dat Ds. van Grieken als Itijd bereid was onzen Bond te dienen, n noemt het een oorzaak van blijdschap at hij dat onderwerp, dat zoo actueel is, eeft willen behandelen. Hij geeft aan e vergadering gelegenheid naar aanlei ing van het gesprokene opmerkiugen e maken, vragen te doen of met den eferent van gedachten te wisselen.
Als het eerst schijnt dat niemand aarvan gebruik wenscht te maken, stelt s. Boonstra de vraag of men, aangezien e organisatie van 1816 zoo onwettig is pgelegd, ook het recht heeft om van de ed. Herv. Kerk te spreken als van een alsche Kerk.
Ds. van Grieken constateert dat de rager zelf op deze vraag reeds een antoord gaf. Het was dan ook de kennelijke edoeling van Ds. B. om ook anderen an het spreken te krijgen. Spreker zegt: Is het wezen van de Kerk zoodanig was eschonden dat de Herv. Kerk een - alsche Kerk was geworden, dan zouden ij hier niet zijn. Hij meent dan ook dat
Herv. Kerk wel krank is, wel verasterd, maar niet valsch. Het is een Jerk in deformatie, die wij krachtens aar historie en belijdenis hebben vastshouden, opdat de belijdenis weer in ere zal komen.
Ds. Leenmans van Utrecht zegt dat e referent nog weer eens in herinnering eeft geroepen wat bekend staat als het loei van den Bond. Aangezien echter de vegen zoo verschillend zijn om tot dat oorgestelde doel te geraken, vraagt hij vat de spreker zich in dezen voorstelt at de weg zal zijn om van de onwettige rganisatie ontheven te worden.
Ds. Hoekstra van Papendrecht verlaart dat hij met veel genoegen en roote instemming het woord van den preker heeft aangehoord. Hij .meent chter een punt gemist te hebben in het erschil tueschen de organisatie van 1816 n die van 1852. Gaarne zou hij dienangaande eenige opheldering ontvangen.
De heer Revet van Gouda vraagt enige inlichtingen over het gebruik van e sleutelen des Hemelrijks in onze Kerk.
Ds. van Grieken beantwoordt de verchillende vragen. Hij zegt datdeGeref. ond nog steeds hetzelfde doel heeft wat ij altoos heeft gehad. Ook al mag er verschil zijn tusschen voorheen en hanli wat de middelen betreft waarlangs ij tot dat doel tracht te komen. Dat is een Gereformeerde Kerk, staande p een Gereformeerde belijdenis. Hoe wij aartoe komen moeten? Doordat wij den eg onzer beginselen bewandelen, doordat ij de Herv. Kerk opeischen voor de aarheid ons in Gods Woord geopenaard, zoodat zij zich anders zal openaren, dan zij dit in de laatste eeuw, nder de huidige organisatie heeft geaan, Hoe dit nu gaan zal, weten we iet, en vermag niemand te zeggen: lind voor de uitkomst hebben wij te ien in het gebod. Daarmede, zegt spr., angt ook samen onze beschouwing van an de organisatie van 181ö en '52.
Hetgeen in 1852 had moeten geschieden was herstelling van het onrecht dat onze Kerk in 1816 was aangedaan. Dit is echter niet geschied. Men heeft de Kerk in naam wel vrij verklaard, maar haar inderdaad .laten staan onder een macht die bij haar wezen niet paste en die op den duur ten doode moet zijn. Wat echter de sleutelmacht betreft moeten we bedenken dat de eerste sleutel vrij mag Het Woord Gods mag vrij worden uitgedragen. Het sacrament zelf is ongeschonden gebleven. Wie de formulieren van Doop en Avondmaal gebruikt, staat niet schuldig, maar wie deze niet gebruikt. En wat de tucht betreft, moet erkend dat leertucht niet geoefend kan worden, zooals het behoort, maar daarmede is de Kerk nog geen valsche Kerk geworden, zoolang de belijdenis als zoodanig ongeschonden blijft.
sidium van den 2en Voorzitter heeft overgenomen, sluit hierop de morgenvergaring, nadat gezongen is Psalm 27 : 7 en Ds. Remmein dankzegging is voorgegaan.
De middagvergadering wordt op het aangegeven uur geopend met hetsingen van Psalm 119 : 65. De Voorzitter leest Psalm .125 en verzoekt Ds. Jongebreur voor te gaan in gebed. Nadat de Voorzitter met een enkel woord herinnerd heeft aan het tien-jarig bestaan vanden Bond en zijn hoop heeft uitgesproken, dat het werk, dat door ons verricht is en nog verricht wordt, een vrucht mag afwerpen tot herstel onzer Kerk, verzoekt hij den Secretaris voorlezing te doen van de notulen der vorige jaarvergadering. Inmiddels geeft hij gelegenheid tot het uitbrengen van stemmen voor de Bestuurs verkiezing, wegens periodieke aftreding, van Ds. Van Grieken, Ds Van foorn en den heer H. J. Smit. Van D».
Van Toorn ig bericht ingekomen, dat hij Wegens drukke bezigheden niet meer ^Is Bestuurslid wenscht herkozen te worden. Behalve den door het Bestuur op het tweetal geplaatsten candidaat worden ^it de vergadering nog enkele namen genoemd.
Nadat de notulen ongewijzigd zijn goedgekeurd, krijgt de Secretaris gelegenheid tot het uitbrengen van zijn jaarverslag. Deze, het woord bekomen hebbende, spreekt als volgt:
De toon, waarin het verslag van den staat van ons Bondsleven kan gesteld worden, kan ook ditmaal zijn een toon van ootmoedigen dank voor de trouwe Gods, die ook in het afgeloopen jaar weer over ons was.
Tot hiertoe heeft ons de Heer e geholpen, zoodat wij door kwaad g'erucht en goed gerucht nog altoos zqn die wij zijn.
Het ledental ging ook in het afgeloopen jaar zij het ook langzaam, dan toch gestadig vooruit. Het is thans tot ongeveer 1100 geklommen. Ook het aantal afdeelingen werd weer met één vermeerderd, en wel met de afdeeling „Sluipwijk en omstreken", die sich met een aanvankelijk getal van 11 leden heeft geconstitueerd.
In de meeste afdeelingen was een meeleven merkbaar. Dat blijkt o. m. uit de aanvragen om een of meer spreekbeurten, die uit verschillende afdeelingen inkwamen, aan de meesten van welke aanvragen dan ook kon voldaan.
Zoo werden voor de afdeelingen te Alphen, Benschop, Delft, Leiden, Middelburg, Sluipwijk, Gouda, Utrecht, Vlissingen, een of meer beurten vervuld, terwijl ook in Middelharnis, Schoonhoven en Zegveld een spreker optrad, maar in laatstgenoemde plaatsen had de kerkeraad het werk van de afdeelingen in dezen overgenomen. Aan de aanvragen van de afdeelingen te Feyenoord en t« Nij Verdal kon tol hiertoe niet voldaan worden, terwijl te Rotterdam eerlang nog een beurt zal vervuld worden. Alléén de afdeeling te Rijswijk liet ook in het afgeloopen jaar niets van zich hooren. Over haar al of piet voortbestaan verkeeren we dus in het onzekere.
Nu hiermede toch de spreekbeurten aan de orde zijn, is het wellicht dienstig u mede te deelen, dat behalve van genoemde afdeelingtn, ook in andere gemeenten onderscheidene spreekbeurten zijn vervuld of nog binnen enkele weken vervuld staan te worden. Zelfs overtrof het aantal aanvragen, alsook de aanbiedingen van sprekers het getal dat te di«n opzichte de vorige jaren werd bereikt. Ook in dezen is er dus vooruitgang te speuren. B«halve toch in de reeds genoemde gemeenten, waar afdeelingen bestaan, kwamen aanvragen in uit Hoogeveen. Kampen, Doornspijk, Dirksland, Giessendam, Ter-Heiden a/zee. Leerdam, Hei-en Boeicop, Groot Ammers, Gameren, Ameide, Genemuiden, IJselmondeJ Ouderkerk a/d IJsel, Hasielt, Montfoort, Hoornaar, Schoonrewoerd, Harderwijk, Hoog Blokland, Oldebroek, Zwijndrecht, Weinis, Krimpen a/d Lek, Mijdrecht, Bodegraven, Oude Tonge, de Bilt, Weiep, Veenendaal, Ooltgensplaat, Monster, Arnemuiden. Wierden, den Ham, Leerbroek, Oud-Beierland, Nijkerk, Benthuixen, Ontstwedde, Hedel, Aalburg, Nieuwe Tonge, Renkum.
Meer dan 60 beurten konden dus dezen winter vervuld worden, hetgeen de kas van onzen Penningmeester natuurlijk zeer ten goede is gekomen.
Deze beurten werden voor een groot gedeelte vervuld door de predikant-Bestuursleden en verder door de broeders Ds. Benes, Ds. Beekenkamp, Ds. Dekking, Ds. Dekker, Ds. de Bruin, Ds. Pop, Ds. Prins, Ds. van den Berg, Ds. Lans, Ds. Kijftenbelt, Dr. van Baarsal, Ds. Zijlstra, Ds. Kraaij, Ds. den Oudsten, Ds. Pott, Ds. Bieshaar, Ds. Batelaan.
Moge het zaad dat dus ook op deze wijze rijkelijk uitgestrooid werd, niet nalaten gezegende vruchten te dragen.
Wat de sprekers mondeling deden heeft „de Waarheidsvriend" ook dit jaar weer schriftelijk mogen doen. Zelfs meende het Bestuur tot vergrooting van het formaat van het blad, en alzoo ook tot eenige verhooging van de abonnementsprijs t© moeten overgaan, aan welk besluit bij het begin van den nieuwen jaargang uitvoering gegeven is. Een der redenen waarom vergrooting van het blad üoodzakelijk werd geacht was de yervulling van sijn gegeven belofte, door Prof. Dr. H. Visscher, die in den loop van het jaar een rubriek van het blad voor zijn rekening nam en sedert eenigen tijd zijn degelijke en met kennis van zaken geschreven dogmatische artikelen onder den naam „van verborgen omgang" geschreven heeft.
Kon het vorig jaar medegedeeld worden dat Prof. Dr, H. Visscher op voordracht van het Curatorium benoemd was tot buitengewoon Hoogleeraar in de Theologische Faculteit aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, ditmaal moet in dezen van een teleurstelling worden melding gemaakt.
Van Prof. Visscher toch kwam bij het Bestuur vaii den Bopd bericht in dat het H. M. de Koningin behaagd had afwijzend te beschikken op zijn verzoek om een licentie tot het aannemen van bedoeld Hoogleeraarsehap. Later bleek dat onze afwijzing gegrond 'ü^as op de overweging dat de Hoogleeraar bij de aanvaarding van deze benoeming gebonden zou zijn aan een bepaalde kerkelijke Belijdenis.
Het is toen in de vergaderingen des Bestuurs een onderwerp van gedurige beraadslaging geweest, welke pogingen daar konden aangewend worden om het gemaakte bezwaar te ondervangen en met Prof. Visscher zelf is geconfereerd om een weg te vinden waarlangs hij meer of minder officieel dogmatische voorlezingen zou kunnen houden. Tot hiertoe kwam het echter in dezen nog niet tot eenig resultaat, ook al blijven we hopen dat deze kwestie ter bestemder tijd mede tot de zoo gewenschte oplossing komen zal.
Intusschen is aan het reeds jaren bestaande Leerstoel fonds een nieuw Fonds toegevoegd, n.l. het Studiefonds. De lezers van „de Waarheidsvriend" zijn met de bedoeling van dit Fonds volledig bekend.
Aan hen die er niet mee bekend mochten zijn, zg medegedeeld, dat het doel is eenige financieele hulp te bieden aan jongelingen van Gereformeerde beginselen, die zulks noodig hebben bij de voltooiing hunner studiën voor het predikambt. Een reglement, daarop betrekking hebbende, werd in de laatstgehouden Bestuursvergadering vastgesteld.
Wanneer wij voorts nog melding maken van de oprichting van een Provinciale Vereeniging van afdeelingen van den Geref. Bond in Zuid-Holland, welke vereeniging zich ten doel stelt een band te leggen tusschen de afdeelingen in genoemde Provincie, alsmede propaganda te maken voor de beginselen van den Bond, dan zijn we hiermee gekomen aan het eind van wat naar het ons voorkomt van het afgeloopen jaar vermelding behoeft. Mochten de zwakke krachten die we er toe aanwenden, in de gunst des Heeren nog leiden tot herstel onzer Kerk.
{Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's