VERSLAG
van de Elfde Jaarvergadering van den Geref. Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. {Geref.) Kerk, . gehouden op Donderdag 17 Februari 1916, in het gebouw voor K. en W. te Utrecht.
(Slot.) j
Na het verslag van den Secretaris volgt' als gewoonlijk dat van den Panningmeester, dat uit den aard der zaak voor' publicatie niet vatbaar is. Evenals andere jaren bleek ook nu weer het verslag van' den Penningmeester het middelpunt der belangsteUing te zijn, en ook ditmaal! was het dit alleszins waard. "Wij laten nog daar den aangenamen causerie-vorm, waarin onze Mnister van Financien zgn'' rede — het moge nog geen millioenen- rede zijn, maar een duizenden-rede is het' toch al wel — in den regel weet te gieten, ; doch de inhoud was ook nu van dien! aard, dat er stof was tot overvloedigen! dank. — "Wanneer wij alleen mededeelen, dat voor het Leerstoel-en Studiefonds' beide in het afgeloopen jaar bij onzen Penningmeester was ingekomen een bedrag van bijna tien duizend gulden, dan! blijkt daaruit genoegzaam, dat de Heere, "Wiens het goud en het zilver is en het vee op duizend bergen, ons niet ongezegend heeft gelaten. Zijn Naam daarvoor boven alles de eer, doch als middel in. de hand des Heeren — meer wenscht hij ook niet te zgn — heeft onze Penningmeester daartoe het zijne gedaan, en daarom als zoodanig brengen we ook hem een eere-saluut. De gansche vergadering sloot zich dan ook zeker van| harte gaarne aan bij des Voorzitterswensch, dat de Heere de handen van onzen Peningmeester ook verder mocht sterken, opdat hij voor onzen Bond nog lang tot een zegen zal zijn.
Na de uitgebrachte verslagen is aan de orde punt°6 van de agenda: voorstel! van de afdeeling Gouda tot wijziging van 1 art. 8 van het Huishoudelijk Reglement • n.l. om de contributie-aftrek waarvan in • dat artikel gesproken wordt, te verhoogen . van 25 op 50 o^. De bedoeling van dit: voorstel, dat door den afgevaardigde uit' Gouda, den heer Revet, nader werd toegelicht was duidelijk. Het was te doen' om wat meer geldmiddelen te houden', in de kas der afdeelingen, wat dan natuurlijk gelijk zou staan met minder; inkomsten in de kas van den Bond. Geen wonder dat de Penningmeester uit zijn: tent werd gelokt. Aanstonds bleek hij als een wel geharnaste ridder toegerust tot den strijd. Hij trachtte de afgevaardigden; van Gouda te bewegen, als zij geld te kort kwamen, hierin dan door andere middelen te voorzien. Hij meende dat dit vooral in een stad als Gouda heel gemakkelijk kon. Maar de contributie moest volgens hem onaangeroerd blijven.
Verschillende afgevaardigden, o.m. die van Schoonhoven Alphen en Leiden voerden over dit Goudsche voorstel het' woord. De laatste deed een tusschen-! voorstel van 60 % afstaan, wat dus zou neerkomen op een behoud van 40 %. Ook werd nog het denkbeeld geopperd dat afdeelingen die eventueel niet aan hun verplichtingen konden voldoen, ontheffing zouden vragen aan het Hoofdbestuur. De Penningmeester hield echter voet bg stuk. Hij wees er op dat als men in nood zat men niet tevergeefs bg hem zou aankloppen, hetgeen door hem met een voorbeeld werd duidelijk ge maakt. "Werkelijk gelukte het hem dan ook zijn tegenstanders te verdeelen, en toen was natuurlek het pleit beslecht.
Het voorstel Gouda werd nog wel gehandhaafd, maar moest toen toch met slechts 26 stemmen het onderspit delven; zoodat art. 8 van het Huishoadelgk Reglement blijft zooals het was, terwijl echter ; het Hoofdbestuur ten aUen tijde bereid : is aan kerkelijk nood-lijdende afdeelingen de behulpzame hand te bieden.
Intusschen is de uitslag van de Bestuursverkieïing bekend geworden, waarvan door den Voorzitter mededeeling wordt gedaan. Daaruit blijkt dat Ds. Van Grieken en de heer Smit beiden met overgroote meerderheid zijn herkozen, terwijl in de vacature Ds. Van Toorn met groote meerderheid is gekozen Ds. Van der Snoek van Ameide. De Voorzitter neemt zgn herbenoeming weder aan, alsook Ds. Van der Snoek zijn benoeming. Aan den heer Smit die niet ter vergadering is, zal van zijn herkiezing mededeeling geschieden. De Voorzitter brengt nu een woord van dank aan Ds.
Van Toom voor hetgeen hij als bestuurslid voor den Bond had gedaan, en verzoekt Ds. Van der Snoek zijn plaats aan de Bestuurstafel in te nemen, waaraan deze voldoet.
In de Commissie die zich zal belasten met het nazien van de rekening van den Penningmeester werden alsnu benoemd de h.b. Ds. de Geus van Veenendaal,
Van Es van Zeist en Bardelmeijer van Zegveld, die allen deze benoeming aanvaarden.
Bij de besprekingen wordt door Prof. Visscher gevraagd naar het beheer van het Studiefonds. De Voorzitter antwoordt dat het Hoofdbestuur zich deze zaak reeds heeft ingedacht en ook reeds een Reglement ontworpen heeft. Hij kan verder meedeelen dat het niet de bedoeling is om een Fonds te creeëren. Integendeel, de bedoeling is^om dadelijk te helpen | ^aar zulks noodl| en gewenschst mocht blijken; maar ieder gevoelt dat het niet gemakkeUjk is om aanvragen, waarvan ^^^ e°^«i« ^J l^^ ^f^^^^ inkwanaen, naar waarde te beoordeelen, en dat m ^^-^-^^ g^^^H^^ ^^^r niet aanstonds een beslksing kan vallen.
Ds. Remme verblijdt zich dat ook in deze zaak overeenkomst blijkt te bestaan tusschen Prof. Alsscher en het Hoofdbestuur. I
H I> e heer Mesman van Boskoop stelt een vraag over den EvangeHsatiearbeid. H Hij meent dat wat de Bond in het groot doet, in sommige plaatsen in het klem H geschiedt, door middel van de daar bestaande Evangelisaties, en spreekt den wensch nit dat voornamelijk zwakke M Evangelisaties het krachtigst door den Bond gesteund zullen worden. De Voor-M =^itter merkt op, dat de Bond zich natuur ^9^ alleen kan uitspreken over de Evan-I • geüsatie van by hem aangesloten afdeelingen en dat deze vergadering dus niet 1 bevoegd is een oordeel te vellen over die Evangelisaties, waar de Bond als zoodanig ten eenemale buiten staat. Na een korte S I belichting van Ds. Boonstra blijkt dan I oo^ de bedoeling van den heer Mesman iiiet ie zijn dat de vergadering een oordeel zal uitspreken over sommige E van-\ gelisaties, met name over die te Boskoop, ^aaar meer dat de predikant-leden van '• den Bond door het vervullen van spreekbeurten de actie, die op sommige plaatsen i bestaat, steunen zullen. Natuurlijk blijft dat een zaak, waarin door deze predikanten *elf moet beslist worden. De bedoeling is dan ook niet anders dan een vriendschappelijke aanvraag om het betoonen van persoonlijke hulpvaardigheid, zoodra dat mogelijk was.
Na nog enkele besprekingen is het tijd de vergadering te sluiten, aangezien reeds meerdere leden haar verlaten hebben. De Voorzitter spreekt nog een woord "«^an dank tot de leden, die_ deze vergadering hebben bezocht en inzonderheid tot tiet Bestuur van de afdeeling Utrecht "^^ov de wijze, waarop het ook ditmaal de vergadering weer had voorbereid. Na ^og gezongen te hebben Psalm 89 : 7, gaat op verzoek van den Voorzitter Ds. Goslinga voor in dankzegging,
De 11e Jaarvergadering van den Bond ehoort hiermede ook weer tot het vereden. Mocht ook deze samenkomst nog ets goeds hebben afgeworpen in het beang van de Kerk onzer Vaderen, wier pbouw wij zoeken,
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's