Staat en Maatschappij.
De Bevredigingscommissie.
In de bladen is deze week het onderstaande communiqué verschenen, dat blijkens den aanhef door de Commissie met medeweten en goedkeuring van H. M. de Koningin aan de Pers ter publiceering is toegezonden.
Het stuk luidt:
De Staatscommissie, ingesteld bij Kon. besluit van 31 Dec. 1913 no. 10, deelt, daartoe gemachtigd door H. M, de Koningin, mede, dat in haar 11 deier gehouden slotvergadering overeenstemming is verkregen omtrent een nieuw artikel 192 der Grondwet met bijbehoorende toelichting, omtrent de wetsontwerpen met de memories van toelichting tot uitvoering van dat grondswetartikel omtrent het eindrapport zelf.
De vaststelling van een en ander is geschied met de grootst mogelijke meerderheid.
Van de aan het rapport toegevoegde drie ontwerpen van wet hebben twee de strekking tot wijziging en aanvulling van de wet tot regeling van het lager onderwijs.
Het eerste dier ontwerpen betreft in hoofdzaak de geldelijke voorsiening in de kosten van het openbaar en het bijzonder lager onderwijs en bevat voorts voorstellen tot verbetering van de salarieering der onderwijzers, tot wijziging van de bepalingen omtrent de schoolgeldheffing enjtot reorganisatie van het schooltoezicht.
Het tweede wetsontwerp is aan de opleiding der onderwijzers gewijd.
In het derde wetsontwetp is eenwettelijke regeling van het bewaarschoolonderwijs neergelegd.
In verband met de aanbieding aan H. M. de Koningin en de voor het afdrukken vereischte werkzaamheden kan de verschijning van het rapport met de bijlagen vermoedelijk over eenige weken worden tegemoet gezien.
Uit hetgeen hier de Staatscommissie mededeelt, blijkt dus, dat het eindrapport is gereed gekomen, en er overeenstemming werd verkregen omtrent de redactie van een nieuw artikel 192 der Grondwet.
Wel hebben zich — zooals bericht wordt — niet alle leden der Commissie met het eindrapport vereenigd, maar geschiedde de vaststelling met de grootst mogelyke meerderheid, d.w.z. met de medewerking van allen op een enkel lid na.
Over dit verkregen succes verheugen we ons.
Dat de Commissie zich genoopt gevoelde om nu reeds, in afwachting van de verschijning van het rapport over eenige weken, aan de Koningin machtiging te vragen om het blijde nieuws, dat in de slotvergadering op 11 Maart over-H«n«i«mmijiG'_.wèrd verkrecen. bekend te maten, is te verslaan. Aanstaanden Dinsdag toch komen de Afdeelingen der Tweede Kamer bijeen om de Grondwetsvoorstellen van het Kabinet te onderzoeken. Bq dit onderzoek was het dan vooral voor de rechterzijde van beteekenis om te weten, dat het ontwerp-artikel 192 zich in veilige haven bevond. Het uitzicht stond dan geopend, dat beide artikelen, artikel 80 en 192, gelijktijdig in openbare zitting aan de orde konden komen.
Het zal nu vooral aankomen op de redactie van het Grondwetsartikel. Zeker, het is belangrigk om te weten, dat naast dat Grondwetgartikel aan het rapport nog een drietal ontwerpen van wet tot wqziging en aanvulling van de wet tot regeling van het lager onderwijs zijn toegevoegd, maar feitelijk is die mededeeling niet van groote beteekenis. Immers meet alles, wat die wijziging en aanvulling van de wet tot regeling van het lager onderwijs betreft, wachten tot aanneming der Grondwetsvoorstellen. En eerst wanneer de Staton-Generaal tot tweemaal toe ontbonden en weer gekozen zal zijn, zal van de uitvoering van het nieuwe artikel 192 der Grondwet sprake kunnen zijn. En wie zal op dit oogenblik zeggen of het dan aan het bewind zijnde Kabinet en ook of de toekomstige meerderheid der beide Kanaers gezind zal zijn de wetsontwerpen, die thans door de Commissie voorgesteld worden, in te dienen en te behandelen.
Van dat alles weten we niets. En daarom is de waarde van de ontwerpen van wet, waar'* an in het communiqué sprake is, nog zeer twijfelachtig.
Nog eens: voor de voorstanders van het bijzonder onderwijs komt het uitsluitend op den inhoud van het nieuw artikel 192 der Grondwet aan.
Daarin moeten de waarborgen liggen, dat het bijzonder onderwijs naar denzelfden maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kassen zal bekostigd worden,
De richting.
Bij het nieuwe Grondwetsartikel 192 zal naast de bepaling, dat het bijzonder onderwijs naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kassen behoort bekostigd te worden, nog bijzonderlqk één ding moeten vaststaan n.l. dit, dat de vrijheid in de richting van het bijzonder onderwijs in het artikel duidelijk omschreven wordt.
Aan dien eisch hebben de voorstanders van de Christelijke School, wat er ook gebeure, vast te houden.
Zou het met die vrijheid gedaan zijn, dan zou de hartader van het bijzonder onderwijs zijn doorgesneden.
Met de vrijheid in de richting is de School alleen in werkelijkheid vrij.
Natuurlijk mag de overheid, wanneer zij subsidie verleent, en later misschien Zelfs het bijzonder onderwijs bekostigt, ook eisehen van deugdelijkheid stellen, maar die eischen mogen niets te maken hebben met de vrijheid in de richting.
Die vrijheid moet gewaarborgd zijn en blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's