Ingezonden.
(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie).
Geachte Hoofdredactie,
In 't laatste nummer van de n Waarheidsvriend» zegt u, in 't begin van uw artikel over de valsche Kerk, dat er in de dag«n der doleantie veel gesproken werd van de valsche K«rk.
Dat zeggen kon worden misverstaan. U weet zeer wel, dat de ndoleerenden» niet die titulatuur toepasten op de Herv. Kerk, doch van haar spraken, wel als van eene gedeformeerde Kerk, doch eene ware Kerk, die moest worden gereformeerd d.i. in de rechte vorm hersteld. Vandaar in 't eerst die minder goede verhouding tussehen hen en de leden der Christelijk Gereformeerde Kerk, met haar statuut van '69.
U weet, dat de sdoleerenden» ««W aanvaarden de valschverklaring der Ned. Herv. Kerk en de Christ. Gereformeerden wel.
Hieruit volgde de verschillende beschouwing over de ledeu der Herv. Kerk, die de Gereformeerde belijdenis waren toegedaan.
U gevoelt, dat er volgens de mannen van '36 en ook van '69, eigenlijk geen sprake kon zijn van reformatie, doch dat de mannen van '86 en daarna, zich eenvoudig hadden af te scheide en dan was er bij de gedachte, dat dit eisch was der Belijdenis in de bekende artikelen.
Dit bleef in de eerste jaren na '92 vanbelang en nevens 't verschil over de opleiding aan de seigen inrichting* de reden, dat er tweeërlei strooming liep in de Gereformeerde Kerken.
Sedert is er een kwart eeuw verloopen. Die 25 jaren hebben, denk ik, verandering gebracht in de beschouwing over de leden der Herv. Kerk en over die Kerk in haar geheel.
Uw citaat, aangehaald uit het »Tractaat der Reformatie*, was geschreven in '83; 'tis waar, 'tis nooit herroepen; evenmin, als de gunstige beschouwing van de Herv. Kerk te Utrecht inde Heraut, niet lang vóór de doleantie en nè. '80; doch is het billijk zich daarop te beroepen, nè meer dan 30 jaren, waarin de Hooggel. Schrijver met woord en daad getoond heeft dat standpunt thans niet meer in te nemen? Mij komt voor, dat dat woord maar in het »Tractaat« moet blijven staan, en thans niet in een lijstje behoeft gezet te worden.
Wel blijkt er uit, dat u en velen ia de Herv Kerk nog staan op het standpunt, door Dr. Kuyper ingenomen in die jaren; 't is, door allerlei omstandigheden, door hem verlaten en door velen op zijn voetspoor; anderen zijn evenwel door Goddelijke gratie op dien Yerls(, tcn post gesteld.
J. S.
Onderschrift van den Hoofdredacteur:
Onze geachte inzender heeft gelijk. De beschouwing van »de doleerendenct was binders dan van j> de afgescheidenen.* Vandaar ook het advies Tan Dr, Kuyper vóóir de doleantie om de reisvalies niet te pakken en niet heen te gaan. Een Gereformeerde Kerk in deformatie zijnde moet men niet verlaten
Of in de Geref. Kerken het beginsel van de afgescheidenen óf het beginsel van de doleerenden ten opzichte van deze kwestie 't gewonnen heeft weet ik niet. Misschien dat er wel tweeërlei oordeel leeft in die kringen, waarbij de sgewone* man u doodslaat met de woorden uit art. 29 Ned. Gel. bel.: «aangaande de valsche Kerk, die schrijft aan zich en hare verordeningen meer macht en gezag toe, dan aan het Woord Gods en wil zich het juk van Christus niet onderwerpen, zij bedient de Sacramenten niet, gelijk Christus die in Zijn Woord verordend heeft, maar zij doet daar af en toe, gelijk het haar goeddunkt; zij grondt zich meer op de menschen dan op Christus; zij vervolgt degenen, dia heilig leven naar het Woord Gods en die haar bestraffen over hare gebreken, gierigheid en afgoderij. Deze twee Kerken n.l. de ware en valsche Kerk zijn lichtelijk te kennen en van elkander te onderscheiden". Om aan te toonen dat niet onze Herv. Kerk in wexen een valsche Kerk is schreven we ons artikel, waarbij de woorden van Dr. Kuyper vlak vóór de doleantie geschreven bewijzen, dat hij er toen net zoo over dacht als wij nu; terwijl wij gelooven, dat de toestanden in de Herv. Kerk niet principieel verslechterd zijn en ook de practijk niet ong»nstigcr staat dan in 1883!
Opwaking !
Mijnheer de Redacteur!
Mag ik U in aansluiting aan Uw artikel Opwaking in No. 14 van ons Bondsblad eens even vragen: weet U niet dat b.v. een man als Ds. P. Kruyt te Gouderak principieel tegen alle Christelijk onderwijs, tegen den Geref. Bond, tegen het Leerstoelfonds, tegen den Geref. Zendingsbond en tegen alle Christelijke actie is ?
En noemt U dat dan opwaking? Ik noem het diep betreurenswaardig en ik wilde wel dat alle Kerkeraden dat wisten. Want het zou mij spijten als er hier of daar een Gemeente 't slachtoffer werd van zulk een betreurenswaardig, met Gods Woord en onze Belijdenis in strijd zijnde overtuiging.
Laat men deze dingen maar eens overal weten, dat kan geen kwaad!
Met dank voor de plaatsing.
EN BONDSLID-KERKERAADSLID.
Onderschrift van den Hoofdredacteur:
De geachte inzender is wat onbillijk tegenover ons. Want immers wij zelf hebben óok gezegd, dat er allerdroevigste dingen onder ons, gereformeerden in de Herv. Kerk, gevonden worden. Laat men ons stukje nog maar eens lezen.
Men zal dan bemerken, dat ook wij het oog hadden op enkele voorgangers der Gemeente dia lijnrecht in strijd met Schrift en belijdenis de dingen beschouwen.
En helaas! kunnen we dit getuigenis aangaande Ds. Kruyt te Gouderak niet tegenspreken. We weten door bizondere omstandigheden dat deze collega principieel een beslist tegenstander van Christelijk onderwijs, zendingsarbeid enz. is, gelijk hij ook met de daad bewijst, door het bedanken als lid van den Geref. Zendingsbond en het tegenwerken van Christelijk ondervtijs enz. dat hij niets van de toepassing der gereformeerde beginselen wil weten en er niets van verwacht.
Evenwel, laat dit zonderlinge en betreurenswaardige voorbeeld ons niet te zeer ontmoedigen, daar we toch gelukkig bij velen wel degelijk opwaking en vordering zien in zake een gezonde gereformeerde levensbeschouwing, welke toepassing vraagt van onze heerlijke gereformeerde beginselen op elk terrein des levens in Kerk en School en Maatschappij.
En hoe pijnlijk 't ook is, maar laat ons tegen alle beschouwingen die vlak tegen de Schrift ingaan — b.v. vlak tegen het bevel van den Heiland: „predikt het Evangelie allen creaturen" — positie innemen; naar het woord van den Apostel: al bracht ook een engel uit den hemel U een ander evangelie, gelooft hem niet!
Het recht van den predikant.
M. de R.
Waar er veel gediscussieerd wordt over de vraag of de predikanten het recht hebben om voor zich te laten optreden wien zij willen, wil ik even iets meededen uit onze Gemeente.
Tot tweemaal toe lieten hier Herv. predikanten een collega uit de Luthersche Kerk optreden (8 dagen na elkaar) in een avondbeurt ter voorbereiding voor het Avondmaal.
Een groot deel van de Gemeente beviel dat niet en de Kerkeraad vond het ook niet goed, vooral niet waar het beurten waren waarin een voorbereidings-predicatie moest worden gehouden met het oog op de viering van des Heeren heilig Avondmaal. Men vond het geenszins aanbevelenswaardig een Luthersch predikant tot dat werk uit te noodigen.
De Kerkeraad heeft zich toen gewend tot het Classicaal Bestuur met de vraag, of het Kerkrechtelijk in orde is als een Lutersch predikant in de Herv. Kerk gevraagd wordt om voor te gaan in de bediening des Woords en der Sacramenten.
En wat antwoordde het Classicaal Bestuur? Ongeveer dit: dat in 't algemeen in de Kerkelijke Reglementen niets voorkomt, wat betrekking heeft op het vragen van een Lutersch predikant om voor te gaan in de bediening des Woords en der Sacramenten; waarom er dan ook door het betrokken Class. Bestuur niets kon worden gezegd. Evenwel beëindigde het Class. Bestuur z'n schrijven met deze zinsnede: »Wij herinneren u echter, dat u het recht hebt, wanneer gij bezwaar hebt tegen het optreden van een predikant van elders of van een ander Kerkgenootschap, dit bezwaar in te dienen bij ons Bestuur, dat elk concreet geval afzonderlijk, op zich zelf, zal beoordeelen."
Met dank voor de plaatsing
Uw dw.
J. V. D. V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's