De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

5 minuten leestijd

Het belijden van 's Heeren Naam

Prof. Gunning schreef in 1910 over den Kefkelqken strijd uit de dagen van '86 het volgende:

„De Gereformeerden" voerden tegen ons, de „Hervormden" aan, dat de Hervormde Kerk als Kerk niet meer den Naam des Heeren Jezus Christus beleed. Dit was een hoogernstige beschuldiging. Als zoodanig had zij recht, met alle aandacht te worden overwogen. Ware men vau dit recht, van die noodzakelijkheid overtuigd geweest, men zou aan de zijde der „Hervormden" al het andere hebben op zijde gezet om vóór alle dingen de vraag: „belijden wij als Kerk den Naam des Heeren? " te overwegen.

Want de Kerk heeft hier op aarde niets anders te doen dan dien Naam te belijden: hiermede staat of valt dus de Kerk zelve als zoodanig. De Hervormde Kerk had dus vóór alle dingen deze beschuldiging, dat Jezus Christus in haar — als Kerk — niet beleden werd, met ernst moeten opnemen en haar recht of onrecht onderzoeken. Zij heeft dit niet gedaan. Hare organisatie liet het niet toe. Doch nu had men, zoodra men inzag dat de inrichting der Kerk dit niet toeliet, terstond de inrichting dier Kerk moeten beginnen te veranderen, om haar zóó te vervormen, dat zij het onderzoek dier vraag mogelijk maakte.

De individualistische meerderheid voelde dat dit haar ondergang zou zgn. Daarom kleedde zij onwillekeurig dit besef in den vorm van enkele denkbeelden b.v. verdraagzaamheid, wijdte van blik, inzichten in de eischen des tijds en de gangen des Heeren in onze eeuw, geloof aan het eeuwig vaste der waarheid ook bij volle vrijheid der meeningen enz.

Het kan haar niet baten, want eene protestantsche.Kerk moet, naar heur aard, confessioneel zijn. De „Gereformeerden" hebben dan ook boven de Hervormde Kerk het zeer groot voordeel van de belijdenis van den Naam des drieëenigen Gods en van een beginsel van tucht".

Tot zoover Prof. Gunning. Dit woord ons nog eens voor den geest te roepen kan geen kwaad.

O! dat spreken van „het eeuwig vaste der waarheid ook bij volle vrijheid der meeningen" is zoo gevaarlijk. Daar wil men dan mee loskomen van alle belijdenisschriften. De waarheid zal zich toch wel handhaven. De waarheid laat zich niet begrenzen binnen de perken van een confensie, zegt mtn. En daarom wil men maar "vrijheid; en daarom spreekt men dan van „wijdte van blik en inzichten en de eischen des tijds enz." Maar we laten ons niet verschalken. Want men wil ons intusschen de ware belijdenis in zake God en Christus ontfutselen. Men wil ons afhandig maken, wat onze Vaderen hebben geleerd in zake zonde en genade. Men wil ons Gods Woord zelven ontrukken, opdat we niets meer zullen overhouden dan 't geen de mensch belieft uit te denken en voor te dragen. En zoo moet de Kerk ook afgebracht worden van de rechte belijdenis van 's Heeren Naam. 't Moet niet meer vaststaan wat waarheid is. De persoon van Christus moet komen staan als een vage figuur en de leer Zijns monds als woorden van twijfelachtige waarde. En zoo moet alles op losse schroeven komen staan, opdat des menschen willekeur heerschappij voere.

Liever onder de grillige heerschappij van 's menschen verstand dan onder de tucht van Gods heilig Woord, dat zeer vast is. En daar is de organisatie onzer Hervormde Kerk op aangelegd, om dat te bevorderen. Om in werkelijkheid geen vaststaande waarheid te hebben.

Zelfs geen alles beheerschende belijdenis aangaande den Christus.

Waardoor we Hem zelf kwijtraken; waardoor we Hem niet meer kennen als zijnde „de weg, de waarheid en het leven."

Met de leer ontrooft men ons ook den den Heere Christus zelfl

En omdat het ten slotte raakt de belijdenis van den Borg en Zaligmaker, van den Koning en Heere van Sion, daarom mogen we niet rusten voor de Kerk als Kerk weer komt tot de rechte belijdenis van den Christus Gods en de Christelijke tucht weer geoefend wordt, om de Kerk bij die belijdenis te houden en alle leugenleer te verwerpen.

Dat verraadt wijdte van blik, ziende het gevaar, dat dreigt met den ondergang.

Dat verraadt inzicht in de gangen der eeuwen en de wegen des Heeren, wetende dat de leugen steeds er op uit geweest is de fundamenten der Kerk te ondergraven, gelijk zij dat ook nu beiproéft te doen.

En zich houdend aan het Woord des Konings zal de Kerk hebben te staan met het zwaard des Geestes, dat is Gods Woord, om zich te verdedigen tegen dat alles wat de eere der Kerk tracht te rooven en de waarheid tracht te veranderen in leugen.

't Gaat ons niet om kleine, nestige, doode dingen.

't Gaat ons om den Christus zelven, om de waarheid die ten leven is geopenbaard, om het Woord Gods, om de eere des Heeren, om het heil der zielen, 't Gaat om het recht belijden van 's Heeren Naam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's