Stichtslijke overdenking.
De discipel dan, welken Jezus lief had, zeide tot Petrus : Het is de Heere! Joh. 21 : 7a.
Het is de Heerel
Met vele gewisse kenteekenen heeft de verrezen Heiland Zich aan Zijne discipelen vertoond, waaruit zeer duidelijk de veelvuldige rijkdom Zijner genade blijkt.
Hij maakt Zich aan Maria Magdalena anders bekend dan aan Thomas, op den weg naar Emmaus weer anders dan aan de zee van Tiberias. Maar hetzij Hij met Zijn vrede-groet komt of met het noemen van een enkelen naam, in de breking des broods of met de teekenen der nagelen, de Levensvorst openbaart hun allen Zijn aanbiddelijke grootheid, zoodat zij, ieder op een bijzondere wijze, moeten zeggen: Het is de Heere.
Het zou dwaas zijn als wij meenden dat Christus eenerlei weg met ons bewandelen zal om tot ons hart te komen. Het zou ook tot oneer wezen van Hem, die als de Zon des Levens indrukwekkende verscheidenheid kan en wil bewerken in het Rijk der genade, 't Is ook niet de zaak hoe wij onze ellende leeren kennen, maar wel dat wij haar kennen; niet hoe wij tot het geloof komen, , maar wel dat wij gelooven. Hoe het echter ook zij, wij zullen de wonderlijke grootheid van Jezus Christus naar de Schriften met eerbied erkennen en met diep ontzag Zijn heerlijkheid gadeslaan. Onze ziel zal Hem alleenifcieöien, zeggende: Het is de 'Heere-
Aan de zee van Tiberias openbaarde Zich de Heere door eene buitengewone zegening, geschonken in een zeer gewonen weg. Een zevental discipelen waren daar bezig met hun dagelijksch werk. Niet uit zondige moedeloosheid waren zij tot hun visschersberoep teruggekeerd, maar door den nuchteren zin gedreven om voorloopig te doen wat hun hand vond om te doen, ook om hun dagelij ksch brood te hebben. Niemand voere hiertegen aan dat dan toch 's Hoeren mishagen bleek over deze hunne handelwijze doordat zij den geheelen nacht niets vingen. Hoe nu? Is het dan altijd een blijk van een zondigen weg als de Heere in tegenspoed leidt? Dan hadden de vrienden van Job gelijk! Zij waren echter moeilijke vertroosters ... Integendeel 1 Gods weg gaat altijd door de diepte en vele tegenheden is het deel dergenen die den Heere verwachten. Bovendien, als hün visschen zoo verkeerd was, zou de Heiland hun arbeid niet wonderlijk gezegend hebben en honderd drie en vijftig visschen tegelijk in hun net gestuurd hebben.
Zij deden dan hun werk zooals zij het gewoon waren, nu eens aan den linker-. dan weer aan den rechterkant van het scheepje. En zij vingen niets. Niets hadden zij ook voor dien vreemdeling die daar op den oever stond en een weinigje visch van hen vroeg.
Maar kunnen zij Hem niets geven, Hij, : dien zij niet kennen, heeft alle macht in , hemel en op aarde en kan hen alles schenken. Toch werpt Hij hun de visschen zoo maar niet toe, ofschoon Hij de macht heeft op een kolenvuur alles watnoodig is toebereid voor hun oogen uit te spreiden. Neen, zoo behaagt Hem niet. Maar den gewonen weg maakt Hij buitengewoon door Zijn zegening en het pad der gehoorzaamheid leidt Hij tot eene rijke uitkomst. Dat bleek duidelijk.
„Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden." Dat was niets bijzonders. Dat hadden zij heel den nacht al gedaan, over en weer het net geworpen. Ook nu deden zij het. Dèt was het vreemde niet. Maar wel dat zij het net niet meer konden trekken wegens de menigte der visschen. Deze zaak deed uit den mond van Johannes 't over het schip klinken: het is de Heere.
Ontegenzeggelijk moest dit wonder voor de discipelen een leerbeeld zijn in hun apostohsch beroep, dat zij straks zouden uitoefenen. Zij zouden uitgaan om visschers der menschen te zijn; zij zouden de meest verheven taak hebben die op menschenschouders kan rusten. Zij zullen dan ook wel eens gedacht hebben aan dien nacht op de zee van Tiberias, waarin zij niets vingen. De Dienst des Woords schijnt vaak nutteloos. Menschen worden er niet gevangen in het net des Evangelies. Veel moeite wordt gedaan. Keer op keer wordt het bedehuis geopend, het Woord gepredikt. En inplaats van zegening te zien, ontmoeten de „menschenvieschers" vaak veel teleurstelling op hun weg. Denk aan den zendingsarbeid, waaraan zooveel weinig gewaardeerde opoffering en zwaarwichtig opgenomen kosten verbonden zijn. Schijnt hét niet alles vruchteloos? Ja, menig jaar gaat voorbü^ waarin het net des Evangelies altijd Imaar weer wordt uitgeworpen, menig jaar dat gelijkt op den nacht van de zee van Tiberias, Niets wordt er gevangen.
Zullen wij dan maar gehoor geven aan de raadgeving van sommigen, die zeggen dat het nu eens anders moet? De waarheid van den Bijbel is uit den ouden tijd.
Een nieuw element moet er in komen. Zoo wil men. Dan zal die waarheid zich meer aanpassen aan den stroom van den tijd en aantrekkelijk zijn voor alle rangen en standen Wij antwoorden: een prediker moet niet meenen dat hij staat voor een gehoor van drie, vier eeuwen geleden. Neen, hij moet weten dat het menschen zijn die in de brandende vraagstukken van dezen tijd, in den moeilijken levensstrijd door God geplaatst zijn, maar ook dat ieder mensch door de zonde, het oude kwaad, een verlorene is en dat hij móet behbudeh wpfdén door het Woord des Kruises. Datzelfde Evangelie zal steeds als een net in de menschenzee worden neergelaten.
In dit opzicht mag het niet anders gaan. De Dienst des Woords ga gewoon voort met al den ernst waartoe „menschen-visschers" door hun heilige taak geroepen zijn, den gruwel der zonde maar ook den roem der genade voor te stellen, oude en nieuwe dingen uit denzelfden schat voortbrengende.
Er worde geen propaganda gemaakt voor het Woord der genade. Geen wereldsche luidruchtigheid zal daarbij betamen. Men late niet voor zich uit trompetten. Geen klinkende, schitterende redevoeringen zullen het doen. In een nieuwe indeeling der godsdienstoefening met meer afwisseling zit het ook niet.
De Heiland zeide niet: werpt het roer om en vaart snel naar de overzijde en doorzoek nog eens opnieuw en ijveriger de wateren. Neen. „Werpt het net aan de rechterzijdel" Het wordt daardoor den predikers toegeroepen: ga voort, zonder menschelijke versiering het Woord te prediken, tijdig en ontijdig. De Heere let er op, al hebt gij het uw gansche leven in uw oog vergeefs gebracht. Hij let er op, zoo zeker als die vreemdeling op den oever zag dat het net aan de j linkerzijde van het schip 't laatst was! uitgeworpen. Hier ligt ook bemoediging voor allen, die op welke wijze ook tot uitbreiding van Gods Koninkrijk arbei-j den. Onderwijzers der jeugd, die tot kinderen ook van het eeuwig goede moeten en mogen spreken! Gaat maar in eenvoud voort in den weg uwer kostelijke roeping! Ouders tegenover hnnnekinderen. Ja, wie heeft hier niet een taak tegenover zijn naaste? .... Wij gedenken ook aan de verbreiding der Waarheid in onze Kerk en al wat daar gedaan wordt tot haar herstel. Nog altijd staat de levende Heiland aan den oever der wereldzee. Zijn oog doorschouwt ook den nacht van vruchteloozen arbeid. Al hadden de discipelen het net honderden keeren vergeefs uitgeworpen, van den eersten tot den laatsten keer heeft Hij het gadegeslagen, totdat het Hem behaagde honderd drie en vijftig visschen in eens er in te drijven. En als dan de haastige Petrus ze allen telt, die groote visschen, dan heeft hij ze allen in de hand gehad en honderd drie en vijftig keeren zal het woord in zijn hart geklonken hebben: „Het is de Heere! Het is de Heere!"
De wonderbare visch vangst is een leerbeeld om van de roeping des menschen te spreken, maar ook om ons te doen bedenken dat in de redding van het verlorene geen mensch roem ontvangen zal.
Visschers zijn in hun werk uit den aard der zaak reeds zéér afhankelijk vanden zegen van Boven. IJver en kunst vermogen in dat beroep al heel weinig.
Maar als de discipelen dan den geheelen nacht niets hebben gevangen en hun dan ten slotte een stroom van zegen toevloeit, des te meer moesten zij bekennen: het was niet onze ijver, niet onze kracht, niet onze getrouwheid, maar het is de Heere, de Heere alleen. Hoe vruchtbaar was hun tegenspoed! Hoe nuttig waren hunne ledige netten! Het was opdat straks heel hun ziel zou gevangen worden en in beslag genomen door het woord van Johannes: Het is de Heere.
De Heere zorgt er voor dat Hij als de lerende Christus eere ontvangt. AlsPaulus het Woord des Kruises verkondigde en het hart van Lydia geopend werd, zal hij dat wel in denzelfden geest gedaan hebben als toen een jongeling onder zijne prediking in diepen slaap was gezonken.
Hij predikte zooals hij altijd predikte.
Wel, deze „ menschen-visscher" heeft bij het groote wonder dat aan die vrouw geschiedde, ook wel moeten zeggen: Het is de Heere.
Hoe wonderlijk groot is 's Heeren werk! Hoe buitengewoon is Zijne zegening, die Hij brengt in den gewonen weg van 's menschen taak en roeping.
Was het wonder van honderd drie en vijftig visschen in een net dat niet scheurde groot, veel gröötër; is' hét 'wonder ^Is één mensch tot God komt, wanneer hij verbroken van hart voor den Heere nederbuigt, wanneer hij zijn schuld belijdt, wanneer Hij ook zijn toevlucht neemt tot den Heere Jezus en genade ontvangt ter bekwamer tijd. Dan geschiedt wat onmogelijk is bij de menschen, maar waarin de levende Heiland Zijn macht verheerlijkt. — Waarlijk, de apostelen werden wel voorbereid voor het groote Pinksterwonder, toen duizenden tot den Heere kwamen, in het net werden gevangen — en het net scheurde niet; de Christelijke Kerk werd gesticht en is nog steeds niet gescheurd — op hun eenvoudige prediking, moest Petrus, zulk een groot wonder overziende, met de anderen wel zeggen: het is de Heere. Predikers en hoorders hebben zich onder dat woord met diep ontzag wel moeten buigen.
Welaan dan, gaat de arbeid in Gods Koninkrijk met vele teleurstellingen gepaard, men ga voort Gods Woord in eenvoud te prediken, in eenvoud te onderzoeken, met allen ernst, omdat het 's Heeren bevel geldt, maar ook in de wetenschap dat de Heere alleen wonderen doet, opdat men in prediken en hooren elkander ook mag ontmoeten met de blijde overtuiging: Het is de Heere.
Het is de Heere, die krachten geeft. Het is de Heere, die oogen opent.
Het is de Heere, die het planten en het natmaken zegent.
Het is de Heere, uit Wien en tot Wien alle dingen zijn. Hem zij de heerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's