Schoolonderwijs.
Op verzoek nemen we gaarne het volgende op: ONDERWIJS. De mensch heeft een natuurlijke behoefte aan onderwijs. Hij wordt naar Gods bestel in onwetendheid geboren, in onnoozelheid noemt de Schrift het wel. Toch is de mensch tot een grootsche taak geroepen, hier reeds op aarde en eenmaal in dii-n hemel. Het apostolisch woord omschrijft de vorming tot deze taak aldus, dat de mensch Gods tot alle goed werk volmaaktelijk moet worden toegerust. En de taak zelf is immers, naar Schriftuurlijke levensopvatting, .het verkondigen van de eere des Heeren in elke levensverhouding en op alle levensterrein?
Bij de vorming tot deze taak is het b ondefTwijs een belangrijke factor. Het heeft m de gaven en krachten des menschen te g ontwikkelen, 'zijn verstand te ontplooien O en zijn wil te vormen. Daarin ligt niets donnatuurlijks, veel minder iets tegennatuurlijks.
Wel werd de eerste mensch Adam in bet Paradijs geschapen in volwassen staat van lichaam en geest, maar na dezen eersteling heeft Gods bestel een andere natuurwet gegeven voor de vermenigvuldiging en de volmaking van het menschelijk geslacht. De geboorte van het sKind" Jezus, welks lichaam tot volwassenheid moest opgroeien en wiens geest moest worden onderwezen en opgevoed, is bewijs, dat ook de mensch zouder zonde behoefte heeft aan onderwijs.
Hoe dit onderwijs „in den staat der rechtheid" zou zijn gegeven, vermogen wij niet te gissen. Zoo deze wetenschap voor ons beteekenis had, de Heere zou het ons in Zijn Woord ongetwijfeld hebben geopenbaard.
Wij hebben te rekenen met „den staat der zonde". De zonde, in Gods schoone schepping en in het hait des menschen ingeslopen heeft het verstand verduisterd.
„De mensch is geworden als Onzer één, " Zïide God. „ Kennende het goed en het kwaad." Men versta dit woord toch recht.
Dit hennende beteekent beoordeelende. De mensch is geworden één, die — niet naar den maatstaf van Gods gebod — maar flaar eigen willigen aandrift, beoordeelt, ^iimaakt, beslist, wat goed en wat kwaad is. Wat is nu het beteekenende feit voor bet onderwijs? Dat het verduisterd verstand des menschen in zqn oordeel over goed en kwaad juist de verkeerde richting inslaat. Niet wil doen wat goed is, maar juist wat kwaad is. Van nature geneigd God en zijn naaste te haten, terwijl Gods Wet gebiedt: God lief te hebben boven al en den naaste als zichzelven.
Daarom heeft de mensch in zijn tegenwoordigen staat behoefte aan onderwijs.
Niet alléén, omdat de mensch in onwetendbeid geboren wordt, maar ook omdat hij van nature bedorven van hart ter wereld kornt. De menschenziel is geen vel blank papier, waarop de onderwijzer slechts zijn machtspreuken van intellect en moraal beeft te schrijven. Er is allereerst behoefte aan onderwijs in wat goed en wat ^waad is. Onderwijs in de wet Gods.
Opdat door de medewerking des Heiligen Geestes de mensch nieuw leere kennen, wat goed is en kwaad. Niet eigenwillig öeoordeelen, maar waarachtig kennen gehoorzamen.
Daarom moet onderwijs opvoeding zijn.
De opvoeding van verstand en wil wordt vaak vergeleken met de voeding van het lichaam.
Welnu, gelijk het van weinig inzicht zou getuigen, indien de voeding zou willen volstaan met het onvolwassen kind vol te stoppen met de kostelijkste spgzen; gelijk verstandig beleid de voeding regelt naar de behoefte, te juister tijd en in de juiste mate toedient en nauwgezet toeziet, of de levensfunctie der spijsverteering de voedingstoffen verwerkt en in het bloed doet overgaan, zoo ook eischt de opvoeding vele en velerlei zorg.
Sinds de medische wetenschap zich bezighield met de vaststelling van normale regelen voor den groei van het kinderlijk lichaam, volgen vele ouders den verstandigen raad den groei van hun kind naar deze regelen der wetenschap te contróleeren. Zou het niet evenzeer aanbeveling verdienen een zoo nauwlettend toezicht te oefenen bij de opvoeding en het onderwijs onzer kinderen? Nauwlettend toe te zien, of ze wezenlijk vooruitgaan in ontwikkeling van hoofd en hart?
Wie dat doet, zal spoedig bemerken, dat uitsluitende verstandsontwikkeling, dat bloot verstandelijk onderwijs niet voldoende is.
„Hoe grooter geest, hoe grooter beest", zei men oudtijds. Geen enkel spreekwoord stelt een algemeenen regel, ook dit niet.
Maar dat de voorbeelden er zijn om de waarheid van deze volksspreuk te bevestigen, valt niet tegen te spreken.
, Verstandelijke ontwikkeling" als het middel óók voor opvoeding tot deugd, was de leuze der 19de eeuw. En nog is in vele kringen de richting van onzen tijd: intellectueele ontplooiing: kennis is macht.
We zullen niet ontkennen, dat onder de leuze van dit beginsel wetenschap en techniek met reuzenschreden zijn vooruitgegaan.
Maar — is de woreld er ook beter op geworden ?
Is het menschdom ook vooruitgegaan in — we zullen nog niet vragen: in kennisse Gods? — maar in humanisme, in bloote menschelijkheidsdeugd?
De oorlog onzer dagen, in woedenden haat der volkeren met de meest vervolmaakte technische wonderen, werktuigen tot menschenslachting, gevoerd in de lucht, op de aarde en in de wateren onder de aarde, spreekt anders. En anders spreekt ook het feit, dat de humane arbeid tot leniging van de oorlogsweeën wordt verricht, niet onder het symbool van het intellect maar onder het teeken des Kruises.
Neen, het is waarlijk genoegzaam gebleken, dat kennis niet deugdzamer maakt. Kwam ooit profetie méér bedriegelijk uit dan de bekende van Prof. Opzoomer: Bouw scholen — en wat ge daaraan ten koste legt, zult ge op gevangenissen kunnen uitsparen? Het land is met scholen overdekt, maar de gevangenissen zijn er niet minder en niet leeger om en naast deze heeft men nog tuchtscholen moeten bouwen.
Onderwijs is noodig, is een behoefte des menschen. Maar het zij opvoeding; opheffing tot hooger moreel dan in den mensch van natuie leeft.
{Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1916
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's