De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

8 minuten leestijd

Wederom een professorale benoeming.

De Heer Prof. Dr. Chantepie de la Saussaye begeerde te Leiden zijn ambt neer te leggen en naar men zegt, viel het hem gemakkelijk zelve zijn opvolger aan te wijzen. Anderen lukt dat zoo niet. Van den benoemde zei ven zeggen we geen woord. Hij is nog een jong man, die het voorrecht heeft op nog jeugdigen leeftijd benoemd te worden. En de hoop zal wel gewettigd zijn, dat hij in de toekomst wat presteeren zal. Een oorzaak om tegen zulk eene benoeming te zijn alleen daarom, dat de man nog jong is, schijnt ons onbillijk. Hoewel wij meenen, dat Dr. de Hartog b v. hier meer aanspraak had.

Wat echter bij deze benoeming opvalt, dat is de schandelijke onbillijkheid van de liberale pers. Dr. Roessingh, de te Leiden benoemde, behoort tot de Remonstrantsche Kerk, is Remonstrantsch predikant te Boskoop. Wie zich nu herinnert, welk een kabaal er gemaakt werd, toen Dr. Noordtzij benoemd werd, omdat hij behoorde tot de Gereformeerde Kerken, hoe zijne benoeming werd opgeblazen tot een gevaar voor de vaderlandsche Kerk, die staat wel eenigszins versteld over het meten met twee maten, waaraan deze pers zich schuldig maakt. Dat Dr. Roessingh ook niet tot dé Hervormde Kerk behoort, dat hij Remonstrantsch is, het hindert niet. Alleen de Gereformeerden zijn een gevaar voor de Kerk, zelfs al behooren zij er toe.

Wij kunnen er dan ook zeker van zijn, dat Dr. Roessingh nooit benoemd zou zijn, als hij tot de gereformeerde richting behoorde, nooit een kans zou hebben gehad, zelfs al was hij tienmaal zoo knap geweest als hij nu is. Wanneer zal er toch een eind komen aan het schandelijk geknoei met onze theologische faculteiten! En wanneer zal het liberalisme eens liberaal worden en ernst maken met de grondwet, die immers Nederlandsche burgers, afgezien van hunne godsdienstige richting, benoembaar verklaart naar den maatstaf der geschiktheid. Maar in dat laatste schuilt het juist. Het liberalisme acht alleen het liberalisme geschikt. Daarom raast het, als gereformeerden en zwijgt het als remonstranten worden benoemd.

Voortvaren,

IV.

De nood waarin de Kerk verkeert; de afgezakte staat waarin zij zich bevindt mag wel doen vragen: wat is noodig om uit die ellende uit te komen ?

Want zooals het nu is kan 't niet blijven. 't Is een echte warwinkel. Alles wordt vergiftigd door den partijstrijd. En alles dreigt ten slotte een roemloozen dood te sterven.

We zitten in 't moeras. Maar hoe komen we er uit? De rechte kijk op de ellende geeft ook den rechten blik op de verlossing. De fout in het onderkennen van de oorzaken die tot de deformatie brachten, zal zich ook wreken bij het zoeken naar de middelen tot reformatie. Maar in het recht verstaan van 'tgeen tot den ondergang bracht, ligt tegelijk de aanwijzing naar den weg om er uit te komen.

En wat is de ellende der Kerk? Hoe zijn we in 't moerds gekomen?

Ja — dat is maar niet met een enkel woord te zeggen.

't Staat niet zoo, dat de Ned. Hervormde Kerk een valsche Kerk is geworden. Maar we zijn ook niet klaar, als we zeggen, dat zij in wezen ongeschonden is en slechts in wél-wezen tekort schiet.

O! wat staat het toch wonderlijk met onze Hervormde Kerk. Zeker, zij staat op het fundament der apostelen en profeten en haar eenig-wettige grondslag is de leer der Vaderen. Maar zij is óok een vereeniging van elk wat wils, een religieuse vereeniging, waar plaats is voor alle schakeering van godsdienstige overtuiging.

Zeker, we kunnen klagende lamenteeren over 'tgeen „men" met haar gedaan heeft. Vooral over 'tgeen de bijna alles vermogende Overheid, sterk ook door 'tgeen zij op stoffelijk gebied ten koste legde aan de predikanten, aa.n haar gedaan heeft in I8I63 Maar dan zijn we niet klaar daarmee.

Want heeft „men" veel met haar gedaan — zij zelve deed en doet niet veel beters! En wat haar werd aangedaan, heeft zij toegelaten, geduld, aanvaard. En sinds lang zet zij 't op eigen risico rustig voort, niet anders begeerend dan het ie.

Ja — zij is de aloude Gereformeerde Kerk in dezen lande, voor drie eeuwen hier door den Heere zelf gesticht en sinds bewaard. Neen, 't is in 1816 niet zóo gegaan, dat men haar heeft afgebroken en van den afbraak een gansch ander huis op een gansch ander fundament heeft gebouwd. Dê, u was de tegenwoordige Hervormde Kerk niet meer de Gereformeerde Kerk van dezen lande, ook al zou men haar misschien alzoo nog willen noemen.

Neen, zoo is 't niet gegaan. Niet, zooals men zich zou kunnen voorstellen, dat men met de Tubantia deed.

Die sloeg uit elkaar. En nu zou men aan 't strand van dat hout kunnen oprapen en van dat hout een hut bouwen in de duinen en op dat duinhuis zetten „Tubantia." Maar dan was dat huis geen schip. Dan was het pension Tubantia niet de Tubantia, dat zeekasteel, dat in een oogenblik weg zonk in de diepte der wateren.

Maar zóo is het met onze Hervormde Kerk niet gegaan.

Men heeftjdie Kerk genomen en gelaten zooals ze was. Zoowel stoffelijk als geestelijk, In wezen is zij gebleven de Gereformeerde Kerk, die hier reeds was vóór de 16de eeuw ten einde spoedde.

Men heeft het fundament gelaten. Men heeft de continuïteit niet verbroken.

En toch, en toch! — we zijn er niet èf, als we netjes uiteengezet hebben, wèl gedocumenteerd, dat onze Hervormde Kerk staat op den aiouden grondslag onzer gereformeerde belijdenis.

Want nog eens, in wezen mag zij dezelfde zijn '— en toch heeft 't geen geschied is haar wezen zoo ernstig bedreigd en zoo onnoeipelijke schade berokkend.

De Hervormde Kerk is de ware Kerk, Zij is niet een valsche Kerk, En toch vertoont zij tegelijk in vele opzichten de kenteekenen van de valsche Kerk, die altijd meer gezag toekent aan menschelijke inzettingen dan aan de geboden Gods.

Zij is vrij. Zij staat niet meer onder de macht van den Staat. Zij mag betrekkelijk doen wat zij wil. En toch — zij is niet vrij. Zij is gebonden in allerlei strik en band.

Doch ook weer vrij, om af te leggen het juk en in te gaan in de vrijheid. Wat zij evenwel niet verkiest!

Wonderlijke toestanden I En ja, soms is het een wijle te dragen. Soms betrekkelijk makkelijk. Als de meerderheid van stemmen ons maar gunstig is — de helft plus een! Als het voor ons maar vlot in de Gemeente; als de Besturen aan onze zijde staan; als we in de Synode eens een gunstig onthaal hebben met een voorstel.

Och — dan gaat het nog wel. Maar tegelijk wordt 't ons ook weer ondragelijk. Alles ergert ons. Alles bedroeft en benauwt ons. Hoe vreeselijk kan 't zijn. Hoe vreeselijk als Gods Woord wordt geacht als een vod papier. Als de Christus Gods gehoond wordt. Als de waarheid weg is. Als we in den strijd gewikkeld worden. Als we in moeite komen. Als we 't moeten verliezen. Als we door de helft plus éen in een hoek worden gezet!

Wat ellendig voelen we ons dan. En dan de rechten die de reglementen hebben, waarin de belijdenis voor 't fatsoen bewaard is, om gemakshalve haar geheel krachteloos te maken!,

Als die reglementen èlles worden. Niet, om alzoo de wegen nader aan te geven, waarin Gods Woord tot eere komen kan.

Maar, om aan te geven hoe de mensch geen rekening houdt met Gods getuigenissen,

O! wat kan het ons dan loodzwaar drukken; wat kunnen we er dan benauwd onder sijn. En al kunnen we dan bewijzen, dat de Hervormde Kerk de aloude Geref. Kerk dezer landen is, wat kan het onze ziele ontroeren, dat zij in werkelijkheid een vereeniging is van elk wat wils, waarin ieder doet wat hem in eigen oogen recht (? ) schijnt. En dat maakt 't zoo moeilijk voor ons.

Dat doet ons uitroepen: waar is de weg tot ontkoming; wat is het middel ter verlossing?

De Regeering heeft zooveel gedaan. Maar de Regeering niet alleen — de Kerk zelve óok.

Er is zooveel gebeurd, er is zooveel toegestaan; er is zooveel vastgelegd,

Hoe komen we daar M; hoe komen we daar uit?

Geestelijke rechten en vrijheden zijn toegestaan; toegestaan aan allerlei richting, aan allerlei wind van leer. Kerkregeering, opleiding van predikanten 't heeft alles meegewerkt om alles t«| bederven en te sturen in 't moeras. 1

O! 't is alles als een kluwen verwarJ en onlosmakelijk verbonden; stoffelijJ en geestelqk.

Moet alles misschien maar rustig blijven als 't is?

Is er wel een oplossing? Maar .... zoo 'olijven als 't is, dat] en dè, t mag niet!

Dat voert tot den gewissen en smade lijken ondergang.

Dat bestendigt een zondigen wande] in woord en daad.

Dus moet het anders worden! Maar hoe; ja, hoe?

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's