De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus.

4 minuten leestijd

Vr. Bij de bevestiging van nieuwe lidmaten werd bij ons geen formulier gelezen; is dat in orde.? En welke vragen moeten gesteld worden door den predikant?

Antw. Nergens wordt bij gelegenheid van de „openbare btlijdenis" een formulier gelezen. Er bestaat geen formulier dienaangaande.

Wat nu de vragen betreft, die bij gelegenheid van de openbare belijdenis vooraf door den predikant gesteld moeten worden het volgende: Er is voor onze Ned. Herv. Kerk een reglement voor het godsdienstonderwijs en in art, 39 van dat regl. is voorgeschreven dat de volgende 3 vragen in het openbaar moeten worden gesteld: In tegenwoordigheid van God en van Zijne gemeente vraag ik u : Vooreerst: belijdt gij te gelooven in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, en in Jezus Christus, Zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heere, en in den Heiligen Geest ?

Vervolgens: zijt gij des zins en willens, bij deze belijdenis door Gods genade te volharden, de zonde te verzaken, te streven naar heiligmaking, en uwen Heiland in voorspoed en tegenspoed, in leven en in sterven getrouw te volgen, gelijk aan Zijne ware belijders betaamt ?

Eindelijk: belooft gij, tot den bloei van het Godsrijk in het algemeen en van de Nederlandsche Hervormde Kerk in het bizonder, met opvolging van hare verordeningen, naar uw vermogen volijverig mede te werken ?

Deze drie vragen zijn voorgeschreven.

Maar er is bij bepaald, dat niemand gehouden is deze vragen woordelijk alzoo te stellen. Men mag hier en daar wel wat wijzigen. Alleen, als men maar blijft bij den geest en de hoofdzaak van de in deze voorgeschreven vragen vervatte belijdenis, verklaring en belofte.

Hoe ver of men nu daarin gaan kan valt moeilijk uit te maken. Maar twijfelt men of de geest en hoofdzaak van de belijdenis des Drieeenigen Gods behouden is, dan wende men zich tot het betrokken Ciassicaal Bestuur Nooit zélf uitmaken dat die vragen niet goed geweest zijn! Naar recht en orde moet dat het betrokken Ciassicaal Bestuur doen. En ook alle verdere handelingen moeten geschieden naar advies en met medewerking van het Ciassicaal Bestuur.

Onder het Reglement dat voor 1862 van kracht was luidden de vragen : 1. of zij van harte gelooven de leer, die zij hebben beleden.

2. of zij ook voorgenomen hebben bij deze leer, door Gods genade te blijven, de zonden te verzaken en een christelijk leven ie leiden.

3. of zij zich onderwerpen aan het kerkelijk opzigt, ingeval zij zich mogten misgaan aan de kerkelijke tucht.

(Hooyer, kerkelijke wetten blz. 97 en 107).

Vroeger, in de dagen van den bekenden gereformeerden hoogleeraar Voetius (1634—1676), werden gewoonlijk deze vragen gesteld: I. „Verklaart en erkent gij, dat gij de leer onzer Kerk, voor zoover gij die geleerd, gehoord —^ . en beleden hebt, houdt voor de ware en zalig, makende leer, overeenkomende met de H. Schrift! 2. Belooft gij, dat gij door Gods genade, bij de belijdenis van die zaligmakende leer stand, vastig zult blijven en daarin leven en sterven? 3. Belooft gij, dat gij volgens deze heiligji leer uw leven altijd, door Chuftus' hulp en ge, nade, godzalig eerlijk en onstraffelijk zult aan. ^ stellen, en uwe belijdenis met goede werken versieren ? 4. Belooft gij, dat gij u wilt ond'rwerpen tn I onderdanig zult zijn aan de opwekkingen, be. straffingen en kerkelijke tucht, indien het kwaij te gebeuren (hetwelk God verhoede), dat gij de leer of zeden u mocht te buiten gaan ? . Dat er wat vrijheid is in deze dingen vinder, we goed, 't Is trouwens altijd zoo geweest. Alleen — als er in onze Kerk maar gebondenheid vvas ! aan Gods Woord en de belijdenis! Ziet, dan hadden we vrijheid binnen de perken. Terwijl we nu helaas! dikwijls bandeloosheid hebben. De formuleering is dus overgelaten aan de predikanten. Dat er de noodige eerlijkheid en ernst mocht wezen overal! We hebben ook wel gemerkt, dat er predi. kanten zijn, die de 5 vragen uit het formuliet van den doop van de volwassenen stellen. Men zal, wanneer men het formulier dienaangaande leest, bemerken, dat deze vragen nog al uitvoerig zijn en veel verder gaan en veel dieper ingrijpen dan de tegenwoordige belijdenisvragen en ook dan de vragen van Voetius.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Vragenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1916

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's